Skip to main content

Full text of "Heilige lofzangen en geestelijke liederen voor de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen"

See other formats


AFR Thelma De Jong in me 
of Gerrit De Jong 


ij 


M YOUN 
FANT AM 
HN 


$ 1197 23204 


en 


Kerk’ van Jezus Christus 


van de ; 


à 

UITGEGEVEN DOOR A 
NEDERLANDSCH- BELGISCHE: ZENDING < 

CROOSWIJKSCHE SINGEL 165. Bee 


ROTTERDAM. 


RE 


VOORWOORD. 


„De behoefte aan liederen, geschikt en doelmatig voor de 
Heiligen der laatste Dagen en die aan de beginselen van 
het Evangelie beantwoorden, deed zich reeds vanaf het 
begin van het zendingswerk in dit land gevoelen, doch 
hierin kon redelijkerwijs slechts voorzien worden, naar 
gelang het werk zich uitbreidde. In 1872/38 vertaalde 
Ouderling S. vaN Dijk eenige van onze liederen uit het 
Engelsch, en op verschillende tijdstippen sedertdien hebben 
sommige der Zendelingen in Nederland hunne talenten en 
pogingen in dezelfde richting besteed. Tweemaal is er een 
liederbundeltje gedrukt en uitgegeven, zonder muziek. 
Gedurende de administratie van President EDWIN BENNION 
(1898/4) werd een begin gemaakt aan de vergrooting van 
het toen in gebruik zijnde liederboek, en dit werk werd 
voltooid onder het bestuur van President Asa W.Jupp en 
met de bekwame medewerking van Ouderling W.J. pe BRIJ 
en verscheen in December 1895 met 1387 liederen op eon- 
steramige muziek.” (Uit het Voorwoord der uitgave van 1899.) 

De volgende uitgave was die van 1899. Zij was een 
aanmerkelijke verbetering op de vorige drie, daar zij ver- 
scheen met vierstemmige muziek voor al de liederen en 
er aan de verzameling ongeveer 40 nieuwe zangen toege- 
voegd waren. Deze waren door Ouderling ALEx NIBLEY 
voornamelijk uit de meest gewilde liederen onzer Kerk 
zorgvuldig gekozen en voor het meerendeel uit het Engelsch 
en het Duitsch vertaald door Ouderling PauL RoOELoOFs. 

Onder het bestuur van mijn voorganger, President ALEx 


NIBLEy, werd de taak ondernomen om wederom een 
uitgaaf te bereiden, daar de vorige nagenoeg uitverkocht 
was. De gelegenheid werd benuttigd om den liederen- 
bundel met een 5Ûtal nieuwe zangen te vermeerderen, 
waarvan de wèlgeslaagde keuze voor het grootste deel door 
President NiBLeEy was gemaakt uit onze beste Engelscho 
kerkzangen. Van dit aantal zijn er 17, waarvan wij de verta- 
ling te danken hebben aan de welwillende medewerking van 
Ouderling FRANK I. KOOYMAN; die liederen hebben wij bij 
de titels met *,* aangeduid, alsook 6 of 7 liederen die 
reeds in het vorige boek gebruikt waren, doch waar wij 
de voorkeur gaven aan latere vertalingen van Ouderling 
KoovyManN. Ongeveer 30 van de nieuwe gezangen die in deze 
uitgave verschijnen, zijn vertalingen door Ouderling PAUL 
RorLors; deze zijn bij de titels met * * gemerkt, alsook 
„de liederen reeds voorheen door hem vertaald en in de 
laatste of de laatste twee uitgaven opgenomen zoowel als 
in de tegenwoordige. De gedichten en versvertalingen van 
Ouderling W.J. pr Brij, ten getale van 20 in deze uitgave 
overgenomen uit de vorige, zijn met * gemerkt. Wij zijn 
niet in de gelegenheid gesteld om te weten, wie de ver- 
talers zijn van de overige onzer liederen, die uit onze En- 
gelsche boeken zijn overgezet, met uitzondering van lied 
no. 70, waarvan Ouderling Everr NEUTEBOOM ons als de 
vertaler bekend is. Omtrent 25 liederen van het vorige boek 
zijn bij dezen herdruk vervallen, omdat zij muzikaal te weinig 
verdienstelijk werden geacht voor den standaard waarop wij 
getracht hebben deze nieuwe editie te brengen; zoodat deze 
dan verschijnt met een net aantal van 200 nummers. 
Vele van de oude liederen zijn herzien geworden, met 
het doel om eventueel gewenschte verbeteringen in uit- 
drukking, rhythmus of rijm aan te brengen. Doch wijzingen 
van eenig belang zijn niet gemaakt zonder raadpleging 
met de oorspronkelijke vertalers der betreffende liederen, 
wanneer die vertalers ons bekend waren +- of met den 
President der Zending. En wij zijn van gevoelen, dat hoe- 


wel de veranderingen in de liederen enkele maanden lang 
gedurende den geleidelijken overgang in het gebruik van 
het oude boek op het nieuwe eenigszins bezwaarlijk mogen 
schijnen, men de gewijzigde liederen — om des vooruitgangs- 
wille en als men zich met de veranderingen eigen gemaakt 
zal hebben — veel meer zal waardeeren dan de oude. 

De bewerking dezer uitgave werd, evenals die der vorige, 
opgedragen aan Ouderling PAuL RorLors, die geen moeite 
of zorg gespaard heeft om, zooveel in zijn vermogen was, 
het werk aan de eischen te doen beantwoorden. 

Wij bieden, met het volle vertrouwen dat zij gunstig 
zal ontvangen worden, deze uitgave aan de Hollandsch 
„sprekende leden der Kerk en hunne vrienden ten gebruike 
aan, wetende dat zij een keur en keus van onze meest 
gezochte Zionsliederen bevat, met liederen over de meest 
uiteenloopende onderwerpen in verband met het Evangelie 
— lofzangen in groote mate doordrongen met den Geest 
des Heeren. Mogen deze HEILIGE LOFZANGEN, met hunne 
groote verscheidenheid, dan in huis en Kerk onbeperkt tot 
nut worden, tot opbouwing, vertroosting, aanmoediging en 
vreugde strekken in de verschillende en afwisselende 
omstandigheden des levens en in den goeden strijd des 
geloofs, en velen harten recht dierbaar worden. Zulks is 
onze innige wensch, en daarin zal de beste belooning 
liggen voor het vertalen door de verschillende gewaar- 
deerde medewerkers en voor alle werk en zorg aan het 
boek besteed. | 


De Nederlandsch-Belgische Zending, 


Sylvester Q. Cannon, President. 


Rotterdam, September 1907. 


VOORWOORD 
BIJ DE NIEUWE UITGAVE. 


Onze zangbundel heeft bewezen aan de eischen te voldoen. 
De liederen daarin vervat zijn ziele uitingen van blijdschap 
en dankbaarheid voor de zegeningen die God in deze be- 
deeling des tijds door de herstelling van Zijn Evangelie den 
mensch heeft geschonken. 

De liederen zijn een onmiddelijk tot God opstijgend ge- 
bed, geuit door de ziel die Hem zocht en zal met zegeningen 
op de hoofden dezer beantwoord worden. Zoo luidt zijn 
openbaring en zijn deze liederen dus Hem aangenaam en 
dientengevolge washet ons een groote vreugde weder eene 
nieuwe uitgave te zien verschijnen. 

Wijzigingen of verbeteringen zijn niet noodig geweest. 
Geen bijvoeging of verwijdering van liederen werd geoor- 
deeld goed te zijn, Behalve No 133, het beter achtende om 
de oude boeken gangbaar te houden. 

Wij uiten de hoop dat deze uitgave spoedig weder blijkt 
te klein te zijn, wat een blijk zal wezen van het succes en 
vooruitgang van Gods koninkrijk, waar deze lofzangen zeker 
zeer veel toe zullen bijdragen. 


De Nederlandsch-Belgische Zending, 
John. P. Lillywhite, President. 


Rotterdam, Dec. 1920. 


0 
ral 


0d 
ee 


kr 


ER 


de 


k 


HEILIGE LOFZANGEN 


‚No. 1. 


De Dag der Bevrij 


dag der be- 


2. Als ber-gen ver-zin-ken en da-len ver- 


1. 0 vol-heid van ze-gen! de 


3. Laat rol-len de don-der en brui-sen de 
Ì ken den Hee-re voor Zijn o 


„pen- 


j dan 


af -val van 
nood meer ont - 


zon- di- gen 
nie-mand in 


= 
opd 
R= 
Kea) 
Î 
ord 
NS 
a 
= 
=D) 
ui 
ee 
(eb) 
el 
5 
Ss 
> 
ua 
es 
© 
5 
5 
keb} 
Î 
(eb) 
(<b) 
[| 


Se 
Sa 
0 _… 
55 
TS N 
LE, 
aaf 


-lig door 


voert onssteeds vei 


ba - ring; Zij 


tGod-de- lijk woord Brengt licht en ver-hooging, ge- 


zul-len de boozen zeer 


Dan 


er - mag, 


Vv 


ord. Met vreug degaan velen naar 


ids-o 


e 


5 


ko-min 


’ vei- li 


lij-den en nood. In__ stormen ge- varen zorgt 


ie 
be -… 


e-ven; Doch wij we 


he-nen, Zij 
Hij voor be- wa-ring; En Hij EN 


steu - nen op 


-ving Aan 


Fe 


na-de en ver - 
dren en 
Zì- on nu 


sid - 


id BN E: Dh 
tin & En 
kif Uil 

: NN 
aj BE u 
Oh an 
Il 

\ | 

hit 


WEN „EA 

EEE 

B SEE 

, ZEER 

ve -ne woord, 


wint aan het eind hel en dood. 


ddAd 


groeten dien ko-menden dag, 


WEES 
LL” 
enn 
Ee 
vol-kren en na-tiesen oord 
'sHee-ren ge -ge 


‚ Der 


ge - ven 


î 
® 
eo 
pn 
8 
Ss 
5 
Î 
=| 
® 
(<p) 
e= 
S 
E 
en 
5 
tn 
© 
© 
ann! 


on zijn, 


gen woonplaatszal in Zi 


-li 


Hei 


© 
aje 
5 
5 
E 
ee 
Dj 
(sb 
ze 
De 
keb) 
B 
(eb) 
| 


wat niet uit God is zal 


sdaar bo-ven een 
a 


zal _— an 


ijn. 


S Z 


ip 


Ier. 


ns Bani 


10 


/ 


nacht vliedt heen, En 


en daagt, de 


1. De mor-g 


SAS 
em 
SE 
8 
Eme) 
SE 
] > 
ie © 
Do 
e= Ee. 
had > 


Te, 
D ea 
5) 
zen 
Be! 
ESS 
Tr > 
=| 
Ant 0 
8 © 
e 805 
er 
md DD 
Zom 
vi El FS 
SD 0 0 
EAA 


in, 


is ont- huld; In 


licht der waar-heids-zon; De 


thel - der 


1 
mer 
BS 
Tr 
8E 
den 
L] 
o 2 
ke 
| | 
0 © 
fide) 
Î 
À 
SE 
E 
as 
u 
nd en | 
0D ad 
EE 
es 
Li, 
s 
SE 


d: Als 


dag, Die 
laat - sten tijd Ver- 
glans, Haar 


schoo -ne 


ze - gen lang voor-zeg 


rijst die 
de - zen 
blinkt met schoo-nen 


glans van 
Zi … on 
{ den 


glo - 


ve - ler hart met licht ver-vult, Die 
nieuwt de vol - ke - ren al - om, Ver- 
roem weer-galmt van oord tot oord, Haar 
erf - deel het be - loof -de land, Als 


Ad 
ed ed 
rarr. EE, BERNE Wi TRE 
Ge CX) GAN ES 5 B EEE 
ALE r EEE A Ô ED LEET 
Ee Et EEn DEE HN EE KEE 


Ver - nieuwt_—_ 
Haar roem___ 


Als: erf - 

, = EN Ke ndented L e\ 
Eert Ce ER IE EN (ON EEN EEN ON) (FEEN ROSEN REEN EED | 
TN EEN OE ER OU NEEN En EEN GERE (GSE PN END CAE REN GRS | 
EEEN Me OI U OE MI EE ED VELDEN ESE ICONEN EENS | 
Rr NA MEG DEN ON SED GD ED EE EAD | 


ve der hart met licht ver - vult. 
nieuwt de vol - ke - ren al - om. 
roem weér- galmt van oord tot oord. 
erf - deel het be - loof - de land. 


nas nd Len 
laire gee dd JR EREN KERS | 
He 2) fe Bedek 
Ee CE EEE EN ME AE WEEREENS AEDES) 
ENE 0 EES EEE TE BERNE GAN NEEN EN EN OVEN OM EN EN | 

4 
ons ler hart met icht ver - vult. 
eha vol - ke - ren al - om. 


weer - galmt van oord tot oord 
„ deel het be - loof- de land. 


5. 
‘tRecht van omhoog, het woord uit daard, 
Getuigen saâm, zooals voorspeld. 
Heft aan een lied, zingt Gode lof, 
Wijl aard en hemel heil vermeldt! (&zs) 


NS 


Leid ons, Goede Meester! 


1.Leid ons, o Gij goe-de Mees-ter, Vei-lig 


Zi- ons bron-nen, Dat haar 
zal gaan sid- dren, Geef dan 


2. O - pen, Je-zus, 
3. Als deze aar-de 


land. Wij zijn zwak,maar 


gen ruisch. 


et 


tbe - loof- de - 


naar 


=kÔ : 


vuur 


Laat de 


Ze - 


deel 


Als Uw oor- 


b| 


rust 
_ 


sal ‚ 
ars 
ae Ore 
ie 288 
IJIJ … 
Ii 8e 
mm 5 
ss 
et SES 
Ii 288 
| es 0 
5 1 Bp 
Bee 
hi 
ed 
kt 
1 
| Sad 
SS © © 
EE 
Een 
SS © P 
Es) 
ii | EE ® 
HE 


Red- der, 
tui - gen 


Red- der, Groo=te 


ms 


rt 
Keb) 
“Pr 
le} 
© 
© 
Ln) 
ES 
| 
kb) 
eg 
el 
© 
en 
a 
_@ 
“ 
ua 
© 
es) 
el 
Er 
keb 
ao 
an 
| 
LD) 
am, 
rd 
5 
3 
mn) 


Groo -te 


Huis. 
kust 


. ’kZal dan jui-chen,dankbe - 


Voed ons tot de Hee- re komt, Heil-ge Trooster, 


Breng ons dien ver-wach-ten dag, Groo-te Red-der, 


U- wen grooten naamter eer, ’kZaldan jui-chen, 


IN 
EE 
Ik 88 
LS 
© 
$ (b) 
Ik sf 
fa 
and 
. Eef 
Bt 8 
BE mum nn 
ih SE 
tie EE 
> AÔ 
TO EE 
eene 
ij © © 
 &= 
ie 
| 58 
a F$ 
ge 
N= 


d 
(bj 
© han 
Et 
sn 
EE, ui 
8 Ui 
8 Ë 
8 Ï 
&b ua 
5 
1 
4 ulhe 
5 hi 
sl 
= haus 
( | 
5 en 
= UE 
eg 
ge) 


rn 


God is Liefde.*+* 


T. C. GrraGs. 


- mer - 


“bloe 


met haar 


1. D'aar - de 
2.tZoet ge - luid op 


berg 


wel — len 


hoop die 


» 


lacht 
ge - schal 
bron, 


zon - ne 
blij 
har Ste 


len __ 
rei- ne__ 


‚ waar de 
voog- 


’t Lucht-ruim 
Van der 
Uit een 


ruimt’ 
op_— de kreek, 


- de 


R 
ij 
al 
ap 
Î 
® 
rd 


bries- je 


Van het 
Al 


's He - mels 


A 


ddie 


de vreug 


de 


bruist en schuimt 
der beek,— 
op aard, 


len 
tui - ge - nis, 


lief - de 


geeft ge - tui - ge - nis, 
geeft ge … tui - ge … nis, 


Ei 
ap 
jn 
= 
8 


mur-me - 
geeft ge - 
Hee … re 


het 
eer 
de___ 


Al - les__ 
Äl - les 
Dat__ 


/ 
, ‚e - ven stil, o Rood-huid, Zeg 
2. Ik was eens ’tblij- de E - phraim, Dat 
3. Zij leef-deh slechts van ‘tja- gen, In 
4.Mijn lang ge - bon- den broe- En | ke 


ì & 


d 


mij, wat is uw lot? Wäarrichtgij. u - we 
zijn pro-fe -ten had; De gunsten Godsver- 
plaats van werken vlijt, Dus werdons ras ver- 
ee - nen zich te zaâm, Ver - la-ten'twil-de 


/ ) 
schre-den, Hebt gij geen huis, geen God? Met 
dwe - nen Bij '‘twij-ken van het pad; Eer_- 
wil - derd,Zelfs tot op de- zen tijd. Maar de 
le - ven, En lo- ven Go-des naam. Dan__ 


vee -dren en met 
dat uw volk ons ken - de, Nu 

„hoop zal in ons blij - ven, Als 

_ zul - len weal- len jui - chen ‘ 


fie - re dracht ge-kleed, Met hou-dingrechten 
eeu-wen lang ge-leên, Toen zon- dig-den onze 
of de Geestons zei: God komt tot on- ze 

Je- zus rei - ne leer, Ver - kon-digd van den 


Zì & TES ebde 
STA EN Ma EEEN EEA ESTER on EN EE GEEN | 
EA on CEE CE ON GEEN UE" EEEN 0 CEERD CE CED" EAT | 
ARE EEN ALE OEE LEEN MN S Î 
id 
/ LED 


sta - tig Was het dat hij be - leed. 
ou - ders En dwaalden van God heen. 
red-ding En maaktons we-der vrij. — 
_ he - mel. Tot lof van on- zen Heer. _ 


No. 6 


_ Vast als een Rotssteen.**- 


vast als een rots-steen is, 
‚In ie - de - ren toe - stand,’ zij 
. Vat moed! Hij is met u, © 

door bit - ter lij - den Hij 


zie … le, Gods Woord! Geef acht, volg het 

krank of ge . zond, Of ar - moe-deu 

wees niet ver-schrikt, Want Hij is uw 

u__roept te gaan. En gij veel ver- 
EN el _& 


_ na, gij die het hebt ge - hoord: Wat 

zoekt, of ge - luk_ gij hier vondt, Te - 

God, die uw lot hier be - schikt; Hij 

driet on-der - vindt op uw paân, Zoo _ 
de 


meer kan Hij zeg.-gen,dan Hij heeft ge- 
huis of op weg, of op land, zee of 
sterkt u en helpt u, ver -nie-tigt het 
zal Hij in smar-ten van u geens-zins 


ir 3 BEEN FEE wen enn en 
{A EEN EN MEP NEE dB 
U Ten VG OGS NEP EN ON DEN REDER EN LEN, FEE AE ESES A 


B | 
daan? 0, sluit u aan Je - zus, o 

meer, Naar u - we be - hoef-ten, naar 
kwaad, Als gij vol ver - trou-wen, als 
vliën, Maar bij standen hul- pe, maar 


OE TEE ESE 


sluit u aan Je … zus, o sluit u aan 
u - we be - hoef-ten,naar u- we be- 
gij vol ver - trou.wen,als gij vel ver. 
bij - standen hul - pe, maar bij-stand en 


Je - zus,den Red - der, toch 
hoef. - ten zoo geeft u de — 
trou - wen op Hem u ver - laat. 
_hul - pe in Ì 


Bn 
Indien door de jaren uw haar is vergrijsd, 
Zoo is ttoch de Heer, die u liefde bewijst; 
Als toog is verduisterd, de kracht u ontvliedt, 
Gedenkt u de Vader, en minacht u niet. 


Het hart, dat op Jezus graag steunt en vertrouwt, 
Is wijs, als ’top Zijne beloften steeds bouwt; 

En als helsche machten ook woen om u heen, 
Zoo zijt gij toch nimmer, neen nimmer alleen. 


No. /. Ze 
\L Jezus werd eertijds veracht” 


ARE) VER RONDEN ERROR DOI MEE TTN NERD VEN CEST Ee TEK 
VG TUD TE EP BERNE RE OEE OLIE SEEN LED IEEE SET A 
ABEL CART: EEEN" AS BD SN FERRE EN ETEN NEN 

BE TAN WL EEEN BEN UN Ee 


î. Je - zus werd eer - tijds ver - acht, 
2. Eens een nee-drig Lam op aard, 
3. Eens heeft Hij van smart ge- schreid, 
4. Eens ver - la - ten,- smart als loon,— 


. 


fa cm MOER ACLTRER KERSEN 
EERE AE DE UREN LEET DN TERRI VERN BET ESE HOE ME ESLT 


No. 8. À 5 

_ Uw Dienst is zoet. | 
ira ENE EEE DEFENCE |V 
vii ann nr eam 
BIE ee HE ENEN OR ME EL B EES ER EERE. EN 


jj 

. dienst is zoet, mijn God_F en 
2.Zoet is de dag van heil - ge 
3.Mijn hart zal win-nen in— den 
4. Hoe groot zal deer gi en ’k U 


£ Eeen en 
lele ze 
Heer! Ik brengUw naamsteeds lof en eer; 
_ rust;Geen aard-sche zorg ver - stoort mijn lust; 
Heer, Het prijst Zijn naam en geeft Hem eer. 


breng Als on- derd’ Heil-gen_ ik mijmeng, 
ds d 


En 
’kGe-tuig van Uw ver - los - sings plan, 
O0 dat mijn hart, gansch on - be - klemd, 
Hoegroot,o— God! is toch Uw werk 
Wan neer mijn oog— meer hel- der ziet 


‘kSpreek van Uw goed - 
Als Da - vids har - pe zij___ ge-stemd, 


Uw raads-be - sluit, on-ein - dig sterk, 


Uw 


Hoe Gij in ’*tganschheel-al___ ge- biedt, 


’kSpreek van Uw goed - heid waar ik kan, 
Da - vids har - pe__ zij ge-stemd. 
raads-be - sluit,_ on - ein-dig sterk. 
Hoe Gij in ‘gansch heel - al ge -biedt. 


Ee 


De zonde eens mijn vijand sterk, 
Zal mij niet storen in Uw werk; 

‘Inwendig kwaad zal niet bestaan, 
Noch Satan mij met smart belaân. 


6. 


Dan zal ik weten, hooren, zien 
Wat ik begeer dat Gij zoudt biên, 
_Dan leef ik in de reinste deugd 
Te midden van de hemelvreugd. 


DASS 


No. 9. 


Verlangen naar God 


- men, 
ne - der? 


komst ge - 


© 
ed 
Lj 
> 
=| 
© 
ME) 
5 
c8 
hhm) 
5 
"5 


’ 


ziel! wat buigt gu 
uit 


Heer zal 


gend hert 
2. O mijn 
de 


3. Ja, 


*Hij- 


1. 


ven, 


Van de 


‘in mij ont-rust? Voed het 


-not 
Hij die ‘sdaags Zijn gunst ge-biedt; 'k Zal in 


ker naar ’tge 


zijt g 


Waar - om 


men 
we - der; 
le - ven, 


ter - stroo 


sche wa 
oud ver - trou -wen 


dit ver - trou - wen. 


fris 


Bn le 
ED 8 5 Kas 
5d NR ; Il Ss 2 5 
=S en ee 
Ze ON Es 5 | 
an es ES e 
© 
de Ii & 
me ZE. 
Aen hijle os É 
aps md 1 nn Mm 
8 
Se iN Eed 5 
Es (ee) 
Bi | ee 
G rS #5 re N 5 > 0 = 
e 5e î n ! & 
SAS N SEE "5 
des NT SAS à 
SE dee 
de a ME rs 
Chalk GF EES 
ge ES 8 8 
iS SEE 
ao ' 
Om he er Si 
Ss © 8 D 
SEE SSS b 9 
Ke] 


luk. Hoopop God; sla toog naar bo - ven, 


wacht, … 


En mijn hart,wat mij moog tref -fen, 


$_ 


@ 
5 
ao 
5 
„5 
8 
: 
Eel 
5 
Ë 
| 
5 
is 


lo - ven. 


hef - fen. 


pi 


zal Zijn naam nog 
mijns le - vens 


Tot den God 


Want ik 


tot U! 


mijn God, 


| Nader, 


5 Jr God,tot U, na -der tot 
Ja -kob eens, nacht om mij 


Na - der 
Ist, als 


bij 


-„waarts zeer 
dan meldt mijn 


op 


le pad 


L 
eel 
£ 
en 
keb) 
p= 
rl 
ee) 
Er 
© 
eed 


A, 


ori 
ei 
5 
=d 
hd 
5 
oef 
5 
© 
4) 
Je 
Ge 
5 
ga 
wa 
heerd 


„mer neêr, 
he - mel heen 
den nacht 


kom 
tot rust- plaats vind 


mij ook 
ik 
“*Leidt naar den 


Drukt 
En 


Dat Gij ook in 


— 20 — 


in 
ín 


En - glen zoo 
Ui: 


zal 
zal 
na-der tot Ul__ 


Dan 
zach -ten toon: 
-heugd en blij: 


Toch 
na-der tot Ul__ 
na -der tot Ul__ 


na-der tot 


steeds ver 


_d 
U, 


tot U, 


Na-der, mijn God, tot U, 


Dit steeds mijn wachtwoord zijn: 
tot 


mijn God, 


tot ons 


KEN 
om 
| 
5 
om 
> 
t 
sh 
c8 
eo 
© 
el 
En) 
keb 
42 
1 
| 
2 
SI 
el 
Kn 
= 
Ë 
) 
E 


dreigt men mij 
ook__ slechts een 
licht en schoon Fluis-tren op 
deel ook zij, ‘kZing 
Na- der, 
Na-der, mijn God, 
Na-der, mijn God, tot U, 


en 
kruis en pijn 


Vergadering. 


1 u 
sE 62 Ee 
Pos ® De PO 
he ij allin mea 
oss 
D ed 
[nd ka 
nek EE 
2857 ARES 
Ln | 
ns en 5 LO - 
8 ua 
SAS ESS 
=| sl Et: kt 
SS 5 0 © 
Ep & saas Seg 
sa 20 me 5 se .8 
jn | me en ua 
gene ih: gesn 
Ep © 388 Te 
weed 
CER: oh ee, es AR 
EE, STe ne 
=R: s8 rg EN 
Ee 5 Ene SSES 
=| a En En 
1 ad 
De À red SEE 
SHA & ESS 5 5 
CRC re, Dt EAD te 
in a S sed 5 
. es Ds F0 een SW 
EN ads BES 


zij, 
ven, 
u, 


be - treên 
he - 
brengt 
dui - vel 


ver - 
en 


LJ 


pad 
is 
vrij, 


__ nu 
u 
denkt, dat mensch noch 


smal - le 
arm 
maakt 


zen hun-nen 


prij 


daard aan-schouwen mag ‘tVer- ga-dren der' op- 


Zij 


jag, 


hun be - 


4 


eer IS 


Naar Zi-óns dre-ven 


Sa-tan ook ver -mag, 
reis ver - hin-dren kan, 


al- 


God-die is 


Als 


ep 
8 
ks 
= 
> 
ua 
' 
KE 
dd 
= 
® 
| 
! 
KP 
5 


Hei -land In 
rech-ten In 


de -zen laat-sten dag. 
de -zen lhat-sten dag. 


mach-tig— Ge - zegd heeft:„Gij zult. gaan. 


he -nen In 


No. 18. 
Strijdt voor het Recht! 


Ee 


1.Strijdtvoorhet recht; de dag is aan-bre-kend, 
2.Strijdtvoorhet recht; de ke - te-nen bre-ken, 
3. Strijdt voor het. recht; weest trouw steeds en moe-dig, 


Hul-digt een toe-komstvanvrijheiden licht. 
Geen slaaf-sche vree-ze ver-vultmeerons hart; 
Voorwaarts,spoedt voorwaarts,dekroonis in ’fzicht! 


En-glen daar-bo - ven zijn zwijgend acht-ge-vend 
Sterk door de hoop,gaan wij voort naar die stre-ken 
U - we ver-los-sing die na-dert zeer spoe-dig, 


P 
- richt. 


gij ver 
zijn van smart. 


— strijdt voor het recht. 


d'ling, die 
im - mer vrij 


han - 


- ke 
ge-ning wacht u: 


Op el 
Ze - 


Waar wij voor 


Ea 
5 
ap 
5 
| 

nl 
keb) 
ee 
an 
cy 
onl 
5 
em 
ke) 
a) 
„5 
45 
© 
keb) 
Bel 
> 
© 
in) 
Bs 
S 
> 
5 
oi 
Es 
ne) 
ua 
ac) 


1e 


ee 
pn 


dt voor de vrij- 


| Strij 


naar den mor- 


En in ge-loof ziet maar uit 


EN 


er) 
5 
Á-b 
La 
® 
Hi) 
Se 
s 
=d 
3 
E 
ua 
| 
=| 
> 
is) 
5 
5 
ua 
LJ 
(sb) 
Pe} 
Ci 
pd 
(eb) 
| 
a) 
© 
do) 


Vergeet niet t Gebed 


Voor 


„- la - ten, 


wo- ning hebt 


k) 
uw 


8 
2. Toen uw hart met toorn ver - vuld was, 


3.Toen be-proe-ving was ge - 


ko - men, 


bed? Badt gij in den naam des 


Dacht gij aan tge- bed? 


’tge 


Dacht gij aan 


Badt gij toen ook om ge- 


Toen uw ziel vol was van 


bed? 


sd 


tge 


Dacht gij aan 


PPP Pp 


… 


we - ren, 
te, 


5 


l-sem voor het har- 


à 
5 
ze 
‚© 
Ae 
dE 
[=D 
e= 
5 
De 

1 

® 
Ee 
5 
> 
® 
ES 


Or - heil van u 


Hee -ren, 
na hid de, 
smar -te, 


Vroegt gij b; 


zet? 


à 


took zet? 
Voor u had ge- 
Hem die helpt en redt? 


Waar g'uw voe 


t niet 


P 
gee 


Ver. 


 — 


No.14. | | 
Glorie tot God omhoog.** 


EVAN STEPHENS. 


| , 
1. Glo-rie tot God om-hoog, Dat Hem 't he 
2. Je -zus, die voor ons stierf, Ge - nà voor 


3.Dat uit der en-glen rang Weer-galme een 


) ' 
al verhoog; Prijst Zij-nen naam, Prijst Zijnen naam! 
ons ver-wierf,Prijst Zij-nen naam, Prijst Zij-nen naam! 
eN Tot Zijnen naam, Tot Zijmen naam! 


Zijnliefd’ heeft ons be-reid Eeneeuwge za-lig-heid; 
Zegt wat Hij heeft gewrocht,Hoe duur Hij ons ge-kocht, 
Voor Hem heeft God be-reid Den Troon der ma-jes-teit 


EEEN 


Voor al-le eeu-wigheid, Het waar-dig Lam! 


Ons heilsteeds heeft ge-zocht: Het waar-dig Lam! 


E 
e3 
ted 
&o 
be 
E 
5 
5 
E 
ba 
Fom 
> © 
5 


ion. 


ij opgaat naar Z 


Als g 


_ JOHN TULLIDGE. 


© 
& 
5 
kee) 
t 
apt 
el 
ben 
__ & 
8 
| 
KE) 
es 
i ap 
e= 
3 
| 
es 
© 
e= 
5 
Ei 
=d 


2. Denk niet als gij op-gaat naar Zi- on, Dat 


3. Denk niet als gij op 


Dat 


’ 


naar Zi - on 


gaat 
pl 


= ter 
hei - lig en 


“werk is voor im - mer ge - daan, 


Dat 
Dat 
Dat 


zijn, 
goed, 


zal 


is 


niets u meer bit 
al - les 


Ver - 


ven, 
dwe- nen, Geen 


1} - 


ver - 


de zult le 
al - len zich daarsteeds be - 


18 


. 


gij steeds in vreug 
zonde en be-drog 


vren Om 


Ge - 
Neen, 


be - laân. 


len - 


vij-and gij daar meer ont -moef. 


lost van el 


zich met uw zorg te 


neen! want een. vu 


o - ven Ïs 


ge 


„ 

ed 

St 
' 


lijk ook de Heer, uw Ver - los - ser, Het 
neen! want de Hei - li - gen wer -ken Ver- 


zijn. 
be - staan. 


‘tgraan, 
-richts- dag Het 


stroo, hout en stop - pels; Ge - 
on 


zal tot den groo-ten ge 


en zal hetsteeds zijn, 
in Zi- 


verd als goud moet gij 


al - les wat God heeft ge-spro- ken, Zal 
kwa - de 


e= 
"5 
S 
me} 
Î 
=| 
end 
àS 
5 
| 
(=| 
% 
© 
De] 
ao 
5 
t 
© 
© 
Eu 
ua 


an, 
emd 
5 
© 
[} 
bb 
© 
pian! 
=5 
E= 
& 
zi 
(>) 


Zi - on 
zui - 


No. 16. 
Joseph Smith's eerste Gebed Nl 


.‚ 0, hoe lief-lijk was de mor-gen, Hel - der 
2. Need'-rig smeek-te hij om wijs-heid,—’tWas zijn 
3. Plots-ling kwameenlicht van bo-ven, Hel -ler 
4. „Jo-seph, dit is Mijn Ge- Bi de ee En 


seheent de zon om- hoog, Bij-én gons-den, vo-gels 
eer - ste luid ge - bed— Toendoor duis-tre zon- de- 
dan de mid-dag-zon; In een vuur-ko-lom zóó 
EE zi hoog ge - bod: Jo-seph, die zijn beë ver- 


d_ 


zon-gen, Len-te-bloe-sems streel-den ’toog, Toen in - 
mach-ten Hem hetspre-ken werd be-let; Maar toch 
heer-lijk Dat hijtniet be - schrij -ven kon, Stond een 
ie rn DN a met stil ge-not. 0, pie 


lom - mer van een bosch - je Jo-seph 
werd zijn vast ver - trou - wen Op den 
twee - tal he - mel - we - zens: God, de 

vreugd dg in zijn boe - zem, Want zijn 


voor den Heer zich boog,loen in’tlom-mer. vaneen 
Hee - re niet ont-zet, Maartochwerd zijn vastver- 
Va - der,en de Zoon,Stondeentwee-tal he mel- 
oog aanschouwde God! O, wat vreugd gloeide in zijn 


bosch-je _Jo-seph voor den Heer zich boog. 
trou-wen Op den Hee- re niet ont - zet. 
_ we-zens: God,de Va - der, en de Zoon. 
boe-zem, Wantzijn oog aan-schouw-de God! 


N = ì 
IN as 
fe he Ef EEN ERE EAT : 
Ei TE AE ZE EE … ATEN B L_ | ER P_i 
EE GEREE SEN REEN CRAEN EL EERE EE | 
fe EEDE BEN VERE EE BE EI REE EE | 
Nef vi 


No. 17. 


ij, Ouderlingen Israels! 


G 


HiB E 2 a 
Ve 
1 
gs s BSL 
> 


-als 
NEE 
eend 


pe 
En 


er-een 


il 


oogst is zeer groot,maarde wer-kers niet 
Ei ‚200 
N 
pe 4 
dd 


am 

za 
Qu-der-lin-gen Is 5 rels, v 
gaan tot 


En redt’tvolkdes Hee-rên‚waardat dan ook 
‚ Doch zijn wij ver-eend,zoo is Godskrachtons 


veel; 
deed 
d 


mij, 


d 


5 EN treu 


d 


sE 


k, 


Op ber-gén in da - len,op’tlandof de 


zij, 


tar - we,wij la-ten'ton- 


m-len de 


deel. Wij zaa 
leed. Wij hee 


en He 


- len en wg 


Sas zi |, 5 ZZE ee 
Eeen ME ett 
A © Ss ke Tan v i Hij 
KE IE 
ved 5) % © 
Sew EE a 
5 a En | TAN 5 i 
Pel 5 5 u He | el ° il 

a Se I= Ss kt 
SS sy ZL st: HE 
tm ï aN a) Zy BN 
De Rn 
Ee dj | 8 Ti Ke 
BE 8 LEE 
nn dn es 
NN $ ë IND 
zE il 2 Se 
85e ke OT 
S 0 Ji 5 il 
SA tie 3 en 
Rn | sin 8 TN 
isin Sr HT 
deg MI © nas 
Ban HE A 
an ed «+ 

=s ui en RT 

IC be 
DN _ én 


No. 18. 


Daar mag de Getrouwe zijn. 


s 
BP ALOE ARN ROEM MI PENNE KART PERRE SER EE EEE 
NP Es MD K BEIRED" MEREN RENE" OREEEN BESS BUELDS DEIN PEEN 
EF .n WR, L__@ En 


en 
\ 


1. Waar men vriendschaps—stem - men hoort, 
2. Waar de moe -de rus - te vindt, 
3. Waar. al tem - pel is ge - wijd, 


[Bel EK ME EE 0 
si 
| ) 


ED ZEN PEET LEEN WOR EEE 
fi & > Ee 

a BATE PE SEE 
ars, A ME DN pe ar ian 3 EEE 


Ruischenzij als zan -genvoort. De - ze to - nen 
De be-druk-te vreug-de wint,Waar'tge-boom-te 
En men Je-zus’ komst ver-beidt,Waar het Pries-ter - 


| | de & 


vol van Ìust, Vul-len’thartmet liefde en rust. 
vruchtbaar groeit, Rij - ke oogst uit taardrijk vloeit 
schap re - geert, Broe-der-lief- de wordt ver- eerd, 


hd 


IS , 


PA 01 \ \ 
Weme à pe 5 Ee Gp zn 
Ah = BUEN. MIER BERTA AED 


B Tan Td EE ETE En 
EC TT A NN EE CN NE 


| | 

| Als men steeds zijn plichtver-vult, Met Gods Geest en 

| En het vee, zelfs zon-der tal, Ze-gent Zi - ons 
Waar de be - ken klaar enschoon Ruischen voort op 


Ep de 


met ge-duld, Zijn Gods kin - de - ren ver-eend, 
berg en dal, Waar ver-jaagd wordt vloek en pijn, 
zach-ten toon, Waar menwordt ver - lost van pijn, 


Ee 
en VE DAE 
jn en meme eam - II 
Pe À 
Ren EENES NE EREN TIDE 


Wordt hun ’tLe - ven eens ver- leend. 
Daar mag de ge - trou- we zijn. 
Daar mag de ge - trou-we zijn. 


No. 19. 


Het Goede betrachten. 


koen het___—_ 


een droom, 


s 
Lb) 
2 
Le 
Sn 
Ee) 
ui 
< 
ie) 


De 


le - ven 


Ook —__ weer in 


tijd als een stroom, Gaan — spoe 


goe- de steeds doen, 


-dig voor - 


k Heb den strijd hier ge - 


bi 
bh 


-gen mag: 


komst zeg 


jaar En__- nooit blij- ven staan,Voor ons 


En al - les vliedt heen,Niets wacht 


Werk heb 


bij, 


En vol 


- bracht, 


ik vol 


A 
en, 


stre 


8 


met den 
is ge- 


klaar. Op dat wij 
Zie, de nacht 


A 


werk hier Is 
of mij. 
hard in ge- been: O dat dan wordt ge - 


GE 


ger 


Ë E] Ke Ee | 5 
ent pe 
Ee 3 Ti D Ù 
zee N= S 0 | ech 50 60.5 
2 5 SA 
Ì SO IJ 8 oo 
ES SES es ses 
Ee | 5205 
en e. PES id 
A5 TS TS 
G ® 8 Oo |=) me Oa 
HH dai en ERR 
B 2 5 AD 
ij ie 28 Kuit ee 
Ö ®  n 
i En ile 
1 
| Hi A + 
Ia: 48 EN OQ 88 En En Ss 5 
© 
Ass A 
U ) | sis ll EE 
waas Sk et 
MSS Wit Seg 
1 , WV 1 
eel ERE 
NRD Te 
Wiee ES 
Sai À 
1m | onse É De | == eb) 
; mes en an 5 
AA ESE 
© ro n 
| ; Ds 5 7 5 
Ò 8 p= 5 OS a 
ue ee es 
Rean En Od 
EN HE BER 
Cin An=4 CIN 


un Ee 1 ' 5 PS de 
D 8 8 <0 Es 
Es bD id ê_ eo. 
° © 0 
B 6 | mn a 
En en & 
Sr & Tie Er 
dte ER: 
4) Sa S © 
a 5.5 es 28 
Be E TS TS Ee 
| kad 
em TI B © ey 2 a Sa 
SD zak VD om © 
BSP 5 n' © He 
IS 
EEE 


tge - 


Door 
heid, Komt ons 
En be 


et U 
eni 


25 


ul - len 
moet, Én wij 


rijk Nu 


he 
en 
een) 

| 
KAT 
àl 


» 


En 
Nu 


A 


spoen, 
zin, 


_No.20. Avondmaalslied.* 
Tros. Mc. INFYRE. 


Ee E gij er - eén 

2. Dit a- Boud -mnaal wijst ons te - rug ' Naar 

3. Het broodzegt ons, dat Hij Zijn vleesch, Zijn 

4. Het wa-ter of de kelk met wijn, Dien 

5.Weest dan ver-eendvan hart en geest, Doet, 
> de 


de- zen he Esen stond, Neemtgij van d it ge- 
d'hei- li - ge of-fe - rand’ Van ’t vlekloos Lam op 
le - ven voorons gaf, En voor des menschen 
men u hier nu biedt,Zegt, dat door Zijn ver- 
zoo-als Hij eens deed; Op - dat gij aan gal, 


RE 7 
DAN WZ f 


Been brood,Brengt be- ker rond? 
Gol-go-tha, Aan ’‘thout van vloeken schand. 
zon-de enschuld Ter - ne - der ging in ’tgraf. 
eg ten bloed Ge- na-de ons is__ ge - schied. 
- vond-maal U zelf geen gene eet. 


EJ 


No. a. 


De Groote Redder stierf.” 


Adagio. GEO. CARELESS. 


1. Aan-schouw, groo-te Red-der stierf, 
…2. Door snood-aards werd die God ge - hoond, 
3. Hoe- wel in doodstrijd Hij daar hing, 
4.„Heer, spaar dien bit- Bt je; - ker mij; 


Be- vre-dig-deeen ge - bro- ken wet, 

Zijn hand en voet en zij door - boord, 
Ont-viel Zijn tong geen mor-rend woord, 
sie ie En ii Uw wil ge - schieds 


Waar-door ver - zoe-ning Hij ver - wierf, 
Met door-nen werd Zijn hoofd ge - kroond, 
Zijns Va-ders wil en vor- de - ring, 
Eind van mijn werk is nu na - bij. 


Waar-door ver - zoe - ning Hij ver - wierf 
Met door-nen werd Zijn hoofd ge - kroond, 
Zijns Va-ders wil en_ vor - de - ring 

‘tEind van mijn werk 


n ons van dood__ en zon-den redt. 
Wijlsmaaden las - ter werd ge - hoord. 
Om te ver- vul - len kwam Hij voort. 
Ont-vang mijn geest, die tot U _ vliedt 


5. 
Hij stierf, en bij dit wreed gezicht 
Beeft d'aarde, bang zucht de natuur, 
In schaamte onttrekt de zon haar licht, (bís) 
Want ’tis eens Godes stervensuur. - ie 


6. 
Hij leeft — en needrig buigen wij 
Om deze lijdensteek’nen hier, 
Trachten Gods wil te doen, als Hij, (bes) 
En volgen immer Zijn banier. 


Bron van Geloof!** 


De is 
ua =| a 
pi Ea 
MNS ES 
5 Be 
o ag 

8 TME Ee 
(5: vra te 
8 2S 
ha js 
} 

ui 
Ò 
5 =S ép 

a t2 
Se 
SA 

| 1 
=. 
GES 
| t 
3, [cb] 
3 le 
S ee 
KS SE 

IS aA Z 
NN as 


n 


i 


die 


’ 


— Uw naam ge - looft, 


Wiens Geest ont steekt de 


4, Aan hem 
Uw 


sl 
c8 
med 
De 
LJ 
u 
5 
5 
Ee 
5) 


+ 
Er 
(29) 
eb] 
ag 

' 
eb) 
ee} 
+2 

S 

zn 

zzÀ 
es) 
1 
© 
sb) 
&, 
ur 
1 
=| 
F=) 


Heer; 
sl 


Gij hebt macht; 
le - ven, 
P! 


red - den 
eeuw - ge 


on - 
Dat om te 
Geeft Geens het 


en Heer, 
zoo klaar, 


dat hei - lig vuur; 


-komst wordt voor ons 


ons 
En hij ont - vangt v 


Als zijn Vol- ein - der Zelf 


Ver-meer in 


De toe 


Pet 


en 


LSA ERN DEE EN EE DEE KELE) B CE CNNNCNGER: Mton GOT BENN CREEL 
Odon ENDS EN CE EEN WE AN OO EES KN BE MEE EE 


tGe-loof nooit tot ver - an - dring kwam, 

Door waar ge - loof wordt Gij ver - eerd, 

tVer-le- den weêr tot ons ge - bracht, 
En glo-rie, hei- lig - heid en eer, 


4 8 SZ al d 
ER EEEN 
Bf LAER EE EN EP EN ET Ze) ZEE 
EEA EEN EEEN MENEN NS BG EN EN Bz A | 
NA EEN ER EA ED EN EN EDE EN EEE x 


_ ’tGe-loof nooit tot ver- an - dring kwam. 
Door waar ge - loof wordt Gij ver - eerd. 
#Ver-le - den weêr tot ons__ ge - bracht. 
En glo-rie, hei- lig -— heid en eer. 


EE 


De 
Hetgeen het zwak verstand niet kent, 
Der rede flauwe straal niet vindt, 
Wordt overtuigend duid’lijk door 
Den Geest, die ons met God verbindt. (475) 
6. 
Door het geloof gewordt ons licht, 
De wolk verdwijnt, de schaduw vliedt; 
De Ongeziene wordt aanschouwd, 
Des sterv'lings oog den Heere ziet. (Bis) 


- 45 — 


No.23. 


God is met ons.” 


1.Zi - on staat om -ringd met ber-gen— 
Z.Aard-sche ban- den sla - ken dik-wijls, 
3.God mo- ge udoor vuur be- proe-ven, 


Ae 
Wordt be-waarddoor on - zen 
tHa-pert vaak aan vrien-den-trouw, Moe-ders 
Daar-na blinkt gein meer-der pracht, Hij zal 


Ì ì 

ha-ters zul-len val-len Hoe de vij- and 
ha - ten somshaarkin-d'ren Maar wat wiss'ling 
im-mer u_ be- min-nen, Daar Hij u zeer 


dis dd ee aa 


sa - men - tot; ief-lijk Zi-on, _ lief!lijk 
men aan-schouw, Go- des lief-de, Go-des 
dier-baar acht. God is met u, God is 


Zi- on, Hoe ge- ze -gend is uw lot. 
lief- de Kent ver- an - d'ring noch be- rouw. 
met u, Gij ver- wint in Zij- ne macht. 


Het Graan en het Onkruid.” 


N 


1. Wijl m in ’sHee-ren Kerk op aard’ Wat 
2. Zal het ver-zach-ten hun - ne pijn,t Her- 
3.Neen; dit ver-er-gert nog hun lot, Want 
4. Wan- neer men ons ziet saam-ver-gaärd,Zijn 
5. Hij spaart het on-kruid met een doel—Som- 


# pi een . 
_Mj ENEN RRS WERD METEN DGPEN EE MRE LIE EA ANT 
4 ble BME AD" BR OO EE MA ECE OON EN LD" EE 
B fan WAAN? 2 GEEN. EEN B B DE ETE Ee Td 
mas Ps BDD VRON RAE nn GN 


4 ope Ne de 

on -kruid groeit bij ’te - del graan, Zal 
_den-ken hun -ne stand-plaats hier, Hoc 
zij ver - wier-pen Gods ge - nà; Voor 
weal-len licht ge - lijk aan’tgraan;Doch 
_ tijds om - dat Hem bidt een vrind, En 


eee, EEE Ce Cd 
FV VED REE EN KEU BANE LEE LG NET EEN 
DE OUNL ETEN VERE AEN EV BREE BEAN B EEN ET 
Seeker 
- ZEN 7 ZEN MICESTORSNEN COPD A EOD DONNE U MENEREN MOES SAE DT 


SEE 
Mr MEE EE 


Sd 

_eer'- lang wie - den d'oogst, In- 
veel zij hoor-den, wis - ten toen Hier 
de - ze werd het Le - vens- woord Ben 
'sHee-ren al - door-schou-wend oog Kan 
an -dren doet de Heer Zijn wil Ver- 


on - der’tgraanzij groei-den fier. 

in- stru-menti.van dood en _schä. , Want 
nooit eens men-schen hart ont - gaan. 

vul -len,schoonsoms on - ge - zind. 


En dE 


LS TetiS ED HELEN BENEN | EU 
Be Mn LD EER MW nm VE me Bes nea 
zeen net varen En me ntt 3 Rh Menen en! 


glen gaan, 
El ee 
EE / 
gaan 
En 


‘graan. 


ENZ. 


Want weldra, eze. 
Want weldra, 
= 4) 


Zoon 


„Koor. 
Moet ieder mensch door d'oogsttijd gaan? 


Behoeft Zijn plan hun dienst niet lang: 
Hij oogst de Zijnen dra, terwijl 

Het onkruid branden zal eerlang. 
Iselk een graan of onkruid, Heer? — 

Bereid mij voor den oogst van 


TEEN 
WEBER RE 
EKE R 
Pi | 
A an rn 
Hoewel zij groeien, groot en sterk, 


1. Zal zulks dan zijn hun vreeslijk lot? 


AN NN NK - 
nn rn ne 

| Als van Gods troon de 

SN en 

en ma nm 

6 


N N= LING 


Verlossing. 


bo 
el 
® 
Ef 
5 
eN 
5 
Of 
= 


Wel - kom 


Ziet den 


zal __ eens 


and 


zon — gaat 


vij 
Rn 


uw 


| 


Op den berg-top neemt hij 
dat ver - druk-te 

Je - zus zelf toont Zich uw 
vlie-den zeer 


Zi - on, 
Van u 


ko-men, 
Zi - on, — 


glo-rie, 
zwichten 


ge- 


AT 
tj} 
HEAR 
le 
" 
dh 


a} 

ND TN 

REP EUN 
stand 


re Troost,‚ge-boei-de! Troost,ge - boei-del 


50 


P', 


God__ ver - breekt uw zwa-ren band. 


Is_ wat gij —_ — aan ’tein-de vindí. 


d 


Men zal u niet meer ontrusten;. 
Al het leed u aangedaan, 

Wordt gedekt door uw verlossing, 
Door uws Redders groote daân. 

Na uw strijden, na uw strijden 
Vangt een tijd van vrede aan. 


No. 26. 
O, mijn Vader!“ 


Árr. van E. STEPHENS. 


£ 3 
ib | 
Ile) EEn 


- 


af 
1. O0, mijn Va-der, die daar bo-ven Woont in 
2. Meteen wijsen heer-lijk oog-merk Zondt Gij 
3.'kHadge-leerdte zeg-gen ‚Va - der, Door Uw 
4. Magik als mijnproef-tijd om is, Alsmijn 


(/ e EN ha & - En in 
L_a alan Meded 
DTR DEDEN PEN ON ORO AEN ONO END 
Bf WAR RENE EEE EE U AS Een 
AUC CC EE 


Dr snee Gi p ef 
heer-lijk-heiden licht,Wan-neer,ach!herwin'k Uw 
mij naardaarde heen,En onthieldt mijde her- 
Geest,die werkt al-om, Maar voor-dat der ken- nis 

stof tot d'aarde keert,Va-der, moeder, U ont- 


PT 
| ‚8 led dek eh akk yes 
4 he 8 BS MEE 
Bet NAT CU EE OE OT OE EEN ORE 
LV MTD A DEN EENS MN 50 BEN ENE MJ BE EE NEIEESS NN EEL Ze 
AEN AD p DA Diercek ENNE GEEN VEEN AES 


bij - zijn En_ zie ’kweer Uw aan- ge- 
in- n'ring Aan mijn toe - stand in — ’tver- 
sleu - teì Werd ge - bracht, wist ’k niet waar- 
moe - ten In het rijk — waarGij_ re - 


zicht? 


Woon - de in U - we heil-ge 


leên;— Maar toch: Gij zijt hier een 
om. Zijn daar bo - ven en - kel 
geert? Als ik dan ge- heel vol - 


wo - ning Een-maal niet mijn geest? Werd 
_vreemd’-ling” Lisp-teeen fluist’-ring soms zoo 

va - ders? Neen, dit schokt de re - de 
bracht heb Al mijn werk door U ge- 


Be Ih zijn eer - ste vroeg-ste 
En ik voel - de mij - ne 
ant de re -deen d'eeuw-ge 
boôn,- Wil dan toe- staan dat ik 


ted 

in Í y Dv, 

kinds-heid, Niet ge - koes-terd aan Uw zij? 
her-komst Uit een meer ver-he-ven sfeer. 

waar-heid Zeg-gen:’k heb een moe-der daar. 
ko- me En voor eeu - wig met U woon. 


) 
ke 
HI 


or ann mann EE 
DE LEERD U ELEN 
. O,mijn Va-der, die daar bo - ven 
2. Meteen wijs en heer-lijk oog-merk Zondt Gij 
3.’kHadge-leerd te zeg-gen ‚Va - der, Door Uw 
4, Mag ik als mijnproeftijd om is, Als_ mijn 


heer - lijk - heid en licht, Wan - neer, 
mij naar d'aar - de heen En ont - 
Geest, die werkt al - om, Maar voor- 
stof tot daar - de keert, Va - der, 


dat —_— der ken _ nis sleu-tel Werd ge - 


3 
À aa 
ach! her- win’kUw bij-zijn En zie 
hieldt__ mij de her -inn-ring Aan mijn 
moe - der, U ont-moe-ten In het 
mr 


kinds-heid Niet ge - koes-terd'aan Uw zij? 
her-komst Uit een meer ver-he-ven sfeer. 
waar-heid zeg-gen: ’kheb een moe-der daar. 


Ei 
aem 
WA 


dh 

1. sed aard! de Heer ver - schijnt Als 
2.Weest ‘dan ver-heugd als Hij re - geert; Gij, 
3. Pijn, leeden vloek zijn dra niet meer, En 
4. Wees dan Baene in’sHe-mels. Heer, Gij 


DS | 
ereso. N maki te 
VAN T a Wen 
TN TEENS DE EEEN EN B MER SRE OBE Me SL ed 

p EEE: 


L) y, et ) SES w 
Ko-ning van’theel-al,_—_ Als Ko-ning van’ heel 
heil-gen, zingt ver =blijd _ Gij, heil-gen, zingt ver- 
zonde en kwaad ver - dwijnt, Ja, zonde en kwaad ver- 

Is -rel nu ver-spreid,Gij Is-rel nu— ver- 


A A … A A … 
B ORE EN AREN RE EEN U AES … ORN MEERDE ZETG! 
ES AR “CHAN ENE TIEN UE PEELEN ANETTA ALDEN NER TRUE 17 (TE! 
(EE AL GO (5 EN AE AN 
cresc | 


al. Ba-zuint het rond,maakt u be -_ 
blijd._ Het vreug-de - lied _ langs berg en 
dwijnt, Als God zal bin den Sa -tan’s 


reid, _—_ Ba-zuint het rond,maakt u_—_ be - 

dal, — Het vreug-de - lied langs berg en _— 
macht, Als God zal bin - den Sa - tan’s 
heir, _ Ge -lijk het eind - loos ster-ren 


reid, En groet Hem met ge - schal. 
dal, Weer- gal - me wijden zijd. 

macht, Nu ’the - melsch licht weer - schijnt. 
heir, _ Loof God in eeu-wig - heid! 


d. 


No.29. 


Het Verzoeningswerk van Christus.” 
GEO. CARELESS. 


m Je - zus’ disch zijn wij- geschaard, Zijn 
2. Zijns Va - ders woon-plaats Hij ver -liet, En 
3. O God, helpons om te— ver-staan Het 
4. Hij kochtons, Hem be - hoo-ren wij, Zijn 


pe 


rd 

liefd’ heeft ons tot nu— be-waard;tGe- 
smarten dod ont - zag Hij niet Om 
groot ver - zoe - nings-werk ge-daan Door 
le - vens- bloed, prijs, gaf Hij. Wij. 


in Zijn ver - zoe - nend bloed Is 

ons te red - den van de straf, De 

Je - zus, Uw ge - lief - den Zoon, Den 

trach-ten Zij - nen wil te_ doen, Te 
} 


wat tot God ons na - dren doef. 
macht te — bre - ken van het graf. 
Le - vens - vorst, een God der goôn. 
hou - den al - le_ Zijn ge - boôn. 


5 


Gods Zoon — des Vaders Evenbeeld, 

Met eeuwge heerlijkheid bedeeld — 

Om t overwinnen kwam op aard, 

Redt ons van ’t graf, van zonde en smart. 


6. 
Om Jezus’ wil, schenk zegen, Heer, 
Opdat wij waardig nemen weer, 
Verheugd in Uw gemeenschap zoet, 
De teek’ nen van Zijn vleesch en bloed. 


No.30. V/ s % 


Ion. 
waa Adler PE ed 
am ) EE Da DLS ON EEE EEE ENE 


EN ak ber - gen zoo hoog, Waar der 
2.Schoonde we - reld u haat En uw 
8. Door de ber - gen be-hoed, Zal God 
4. Ja, wij zin- gen hier nu Blij ter 


N 
je Raaf 
ek S En an a 
AE î 
ET EEE AE CEE EN a TE 


he-me -len boog Zichstrekt o-ver uw da - len zoo 
schoonheid versmaadt,Voor de oprechten van hart zijt gij 

ster-ken uw voet, ’sVij-ands nek zultgij ze - ker ver- 

ee-re van u, O gij Zi-on,ge-vestigddoor 


\ ete E \ 
ED AED EE a NCN Ek MOEEDREEN où RT 
am ok Re EOD. „MUTE AEDES. GOOR Lt | 
an VAREN VNT EERE TTB a 
NN AE EREN U ESP EA NT ted KEI MS 
P) 


ARD, 
vrij, Waarde bloem lief -lijk bloeit En de 
tal. Hoe de trotsch-aard ook lacht, U de 
treên. U-wer vij - an - den pracht Wordt eens 
God. Uw ver - los - sing breektaan. Uw ver - 


stroom heerlijk vloeit, Gij zijt hei-lig en dierbaar voor 
zon-daar ver-acht, Ik tochprijs al-tijd gaar-ne uw 

tot u gebracht, Als voorspeld door pro- fe - ten voor- 
druk-kers vergaan, Al - le volk'ren be-nij-den uw 


mijn Zi-on, land vrij en 
mijn Zi-on, be-mind van 
Zi-on, mijn Zi-on, land vrij en 
ons Zi-on, land vrij en 


y, PW 
rein, Gij een toevluchtvan vree, Ju, voor u ismijn 
God,Schooneensdwangu be-woog Om te vliedenom- 
rein,Gansch ontdaan vanuwdruk,SchenktuwGod u ge- 

„rein, In uw tem-plente gaan, Voor uwrechtente 
a Re \ n R\ 


A\ 


Le OEE EE 
ET LE EN ESE CEERD EEP VEE CHE VEE ON NEEN … ES U EE 0 KEN 
Z EE vs CEE … CRE OD RED … EEE … OR AEN 5 PUREE DN IG EE AE 


eê, Op u zal al mijnho - pe steeds zijn. 
hoog Naarde ber-gen, ik deelgraag uw lot. 

luk, En uw glo-rie zal eeu-wig - lijk zijn. 
staan Zal ons voorrecht (d42r! eeu-wig - lijk zijn. 


| No.31. 


Vriendelijke Woorden. 


LJ 
® 
en 
5 
kel 
8 
7 
2 
4, 
® 
2 
u 
5 
5. 
fs 
S 
5 
a 


1. Laat ons vriend-lij 


2. Als de stra- len der zon in den morgen, Die 


NE, EE 


huis of waar w'ook mogen zijn; Zijzijn als de ge- 


roepen tot nieuw le-ven weêr, Zoo-als ’t zachte ge- 


200 vroolijk en 


ijk, 


ee 


zan-gen der voglen,_ Zoo liefl 


kab-bel van’tbeekje,_ Zijn zij decho uit rei-ner 


Lb] 
ao 
Ld 
poa) 
5 
1 
S 
asf 
=| 
® 
| 
be) 
® 
er 
u. 
© 
© 
haf 
se 
jar 
nr| 


Laat ons dan met vriend’-lij - ke 


il 
LR 
je 

mi 


loe-den als van om- 


De vriend-schap ver-nieu-wen, nu 


In == V 


Met 


stem-men _—_ 


Waar don - ke - re wol- ken ver- 


Tot d'een met den an - de - ren 


el] 


al | 


eeds 


5 


In liefde,‚in vriendschap eneer. 
iend’-lij - ke woor- den st 


Yi 
© 
E 
5 
5 
eed 
GS 
e3 
ee 
DE) 
a) 
5 
Kef 
nl 
Pe 
sel 
NI 


Laat ons vr 


in - stemt, 


schij-nen…— 
hart; 


smart. 


droef-heid en 


el 

$o 
A 
1 


le 


De Splinter in het Oog.** 


heid spreekt tot 
2. Ben ik need’. rig 


1. Waar 


’ 


„der 
DP) 


en zacht-moe « dig, 


- de 
Ten 


tot __ mijn broe 
tg 


wi 


’k, iN lief 


s 
5 
Kee, 
5 
En 
Is 
rd 
ei 
a 
© 
jd 
ze 
3e 
KS) 
1 
ad 
@ 
EN 
aes! 
: 
A 
5) 
Em 
en 


4. Eer 


- 


ì 5 
BEE 
TEE Hil 
B 88 EN | 
5 be il 
N AE Jm 
5 Ker el 
ASEE el 
er a Ean 
Be | 
ESE 
dees 
eik | ELN 
1 EL 
oBAS» Hi 
= 5 EG Kn 
AESS ® ET 
ai chah 
ENG ii 
er 098 II 
EN 
ols 


tE 
| EE 


en smar-ten,Weet dat hij zich wee vergaart. 


nis 


WE 
33E 
dE 
osE 
AS8 
Se > 
8 
A8 
u Se 
Eee 
ri 
Ae 
ESS 
Aa 
EE 
Oms 
zes ® 
mrd 0 
SEE 
arr) 
SAE) 


„Vel - geen oor - deel, 


| 
or) Pe | 
_® © © © 
B ea 
+2 dd Ne) 
) = 
1 
VW u 5 
KEES 
t | 
=| 
2858 


sta - dig wer - ken, 


splin - ter 
ik __ zoo 


niet, want 
dik - werf: 


or 
Er 

28E Mn 
EE 
8285 
ed OD 
ken 
SEE eel 
AAS YI 
ee and | 
ed n= | 
SET Í 
ltr lr. 

1 tel) 
S ols Vie 
© ir. S 
SSEW 
d ua 
„38E D B 
Elei 
DO > 
ged 
a tg Wij 
Bee] Sm 

© 
EAS 


| so) ) 
die _ gij uit - meet, Zoo ver-geldt 
tot den naas - te Houdt mij op den 
ei - gen oog wees Dat een balk m'ont- 
balk eerst weg! Nu Tra -nen van be - 


y, 
eens de Heer, Zoo vergeldtu_ eens de Heer. 
weg tot God, Houdtmij op den_ weg tot God. 
nam het licht, Dat eenbalk niont-nam het licht. 
rouw ge-schreid, Tra-nen van be,- rouwgeschreid! _ 


_ 


a s ee PPP En 
Bet Pat 


LL 


Reine liefde is algenezend, 
Heeft een grief vaak bijgelegd; 
Toen ik zag mijns broeders fouten, 
| Was ik niet geheel in ‘trecht._ 
Neen, ik wil geen aanstoot nemen; 
_ Jezus zelf gaf mij den wenk - 
Splinters zijn zoo onbeduidend, 
Als ik eerst den balk bedenk. (ss) 


en 


„Toen eerst het licht der waar-heidkwam Op 
„Zijn ve -len op Mis -sou -rìs grond Ge- 
| te Nau-voo, de stad, al - waar de 

dood ont-ziet ook niet ons land,Maar 


aard’ in de-zen tijd, Hoe wei-ni-gen wer- 
dooddoor ruw ge- weld, Zij ble -ventrouw aan 
tem-pel vreug-de gaf, Ook daar vond me-nig 
gaatsteedsmaaiend voort, En ve -le van de 


PERES 


zee 
neen an eens 


den er door Met hart en ziel ver À 


kun ver -bond, Zijn nu niet meer ge - 
Hei- á - ge Een kil, maar rus - tig. 


Bei - ki - gen Gaan naar een be - ter 


iss ss es 


blijd! Maar ook van hen hoe ve-len__ Zijn 
kweld! En zijn zij toen in droef-heid_ Of 

af. Zij rus-tendaar in vre-de,_ Van 
oord. Als dood zijn zij be -gra-ven,_ Dat 


dede Ne 


DE Sn 
„er niet heen-ge-gaan, Die in hetgraf nu 


is: tot rust ge-gaan. ie an 


TEE le DT TER EEEN NET MEERN BUEN ERS aan mame 
7 8 ne a ho Hp cl 
EE NEE DEN LPE MET GES UAE ETEN v VAD CODEER EN ENDE OEL: BEL 
IEEE ESES Kn EN WGE ME (HETEN VRDS NRE NE AAE OEFEN U 
EAA GED CH EE EN CED A ; le GP |- 
A DE ED EN MCH TUD CDE P_| £ Ë Cr | 
ub ar y | dr 


sla- pen, Om __ een-maal op te staan, Om 
vreed-zaam, Om __ een-maal op te staan, Om 
glo-rie __ Uit stof op zul-lenstaan, Uit 
mor-gen,_ Dat_ zij op zul-lenstaan, Dat 
BET EBEN 


ennn 


"ef 


Die ín het graf nu 

een-maal op te staan, O__ neen,‚zij rus-ten 
tstof op zul-len staan, Tot - dat zij eens in 
en dh zul-len staan, Maar spoe-dig komt de. 


sla-pen,_ Om__ een-maal op te staan. 
vreed-zaam, Om ___ een-maal op te staan. 
glo-rie__ Uit _ ‘tstof op zul-len staan. 
mor-gen,— Dat zij op zul-len staan, 


sen | 

ed e ed A } 
ER CRI REET ELEN CEA IE | 
RD 8 8 8 2: 8 1 id SEN 
BP LE TE EED AE METEEN ESS NEE IE ES EEE) EEEN | 
EEN OE ee PERRCR EREN 


Wat treuren wij, wanneer zij gaan 
Van aardsche smarten heen? 

O zalig hij, die in den Heer 
Ten einde heeft gestreên. 

Wij allen zullen volgen, 
Naar hooger oorden gaan, 

Om eens in eeuwge glorie 
Vernieuwd weer op te staan, (bes) 

_Om eens in eeuwge glorie 

Vernieuwd weer op te staan. 


No.34. Avondmaalsgebed. 


Andante. GEO. CARELESS. 


groo-te Heer, wij bid - den nu, Wij 
wij dan steeds in-dach-tig zijn Uw 
e-reid ons oog om steeds te zien Dien 


ne -menbrood en wijn, Om thar-te te ver- 
lij -den o zoobang,Vol-bracht voor ons op 

rijk-dom van ge-nà, Die za - lig-heid ons 
éé - nen band ver-eend; Ver-ge - ven- zoo-als 


ad a 


… 
ee SE 

AI LV P) DEE EEEN BAN 
El Laa CRA TEN EEN 44 LE OP EEL EET NEN ON EEN 
LENGTE CES) CEN (OEE A ON DS BES Dc Ve BE EE RT OE 


vul - len met Dien Troos-ter god’-lijk rein. 
Gol - go-thas-De lief - de was Uw drang. 
heeft be-reid—-Dat elk- hem ga - de - sla! 

Gij vergeeft-In ’tle -ven ons ver-leend. 


S 


waar - heid? De _ 
waar - heid? De _ 
ont - valt dra des 
Ì waar - heid? Het 


aen -ste schat; Aardsche weel - de 14 hem ast ge- 
schoon -ste prijs Voor het stre-ven van go - den en 
dwinglandshand,Als hij te-gen ge-rech- tig-heid. 
laatst en'teerst,Zij is bui-ten de Gre Tan den 


PO et 

NSD ELEEENNERER nn 
MRE 
lijk; -. On - schat-baar zal waar-heid voor 


mensch Ga, zoek in de diep -te, of. 
strijdt; Maar d'eeu -wi-ge waar-heid zal 
tijd; Moog he - mel en aar - de ook 


ze CSE UN OTE | N … & ni 

he | je { EN GEEERE CALE 
en en en Cn nn MR 
WAR EEE SCENE TEN LONEN CORE AR ORONNNEREN DI ROES 0) ORNE LADIS Et EEH AEL 
GENE WETEN SPEEN LIE ONEETRIED ”AEEEN / AET) WEER) PANT 


vans od EER en 
ie - der eens zijn, Als de vorst-lij -ke troon wordt ge- 
ze daarook zij, Of __ stijgnaaromhoog in der 
staan im-mer pal, Niets kan haar ver-an -dren of. 
een-maal vergaan,Wat_ er ook ge-schie-de,blijft 


Ne 


| AN 


id 
el. | | 
rekend slechts s … _re-kendalsstof en als 
En-ge-len rei,Z'is het voorAwerp van d'e-del-sten 
bre ten val, Zij weer-staat zelfs den tand van den 
waarheid be - staan,On-ver - an-der-lijk in eeu-wig- 


er 


s 2 EN 3 hd ; 2 
ra un 7 : PEN ERWAN B PETA DP OEE EEN WEEG: Kij IE GBZ 
Me TEV ME OEE EENES RAN …. N … ES EEE SRO AE EN OD ENNE NEN 7 NE 
ALT EES TV B FP ENE ORNE VD me PV ANN EE GE 
EA LEN VEEN REEN 7 EEEN WEES EES | 

® / ® \ 
\ ON 

LTM MEN ALT EN B EE U ge 2 


jl) Oe ns ge 
_ slijk, _ Wordtge - re-kendals stof en als slijk. 
wensch, Z'is het voor-werp van d'e -del-sten wensch. 
tijd, __ Zij weer-staat zelfs den tand vanden - tijd. 
heid, __ On-ver- an-der-lijkin eeu-wig-heid. — 


an Nh 


Tt (8 

LEN AE Ei _Á BE EED ARN EEEN | (3 
LL EEN EN B ESE OEE BEREN AEN … GON LI EE WV ZE OE ED EEE EDER 
L A A el 


7 No.36. 
Wat is Waarheid? 


is waar - heid? 
zeg, wat is waar - heid? De 
scep - ter ont - valt dra des 


groot -ste schat;Aardsche weel-de is hem niet ge- 
schoon-ste prijs Voor het stre-ven van go-den en 


EK KEN 


/ 5 
lijk; On - schat-baar zal waar-heid voor 
mensch. Ga, zoek in de diep -te, of 
strijdt; Maar deeu -wi -ge waar-heid zal 


ie -der eenszijn, Alsde vorst-lij-ke troon wordt ge- 
ze daarook zij, Of stijgnaar om-hoog in der 
staan im-mer pal, Niets kan haar ver-an - dren of 


rekend slechts schijn, Wordt.ge re-kend als stof en als slijk. 
En-ge -len rei, Z'is het voorwerp van d’e-delsten wensch. 
brengen ten val, Zij weerstaat zelfs den tand van den tijd. 


JON SEF ERD) 


Zeg dan, wat is waarheid? Het laatst en ’t eerst, 
Zij is buiten de grens van den tijd; 
Moog’ hemel en aarde ook eenmaal vergaan, 
Wat er ook geschiede, blijft waarheid bestaan, 
Onveranderlijk in eeuwigheid. 


U. 


ij komen tot 


W 


Heere, 


_No.3%. 


NL zes IN eee Uh ear 
dE IL EE EE 
/ e ee \ 5 eef 5 Ss SD 
ligt ie hk Eke 
Ke) | Rois | , 
BI Es Ì Il Be RACE 
5 Iik E58 LI BEES EEN 
dk: | His Sa | EP : 
NGSEFS WN IN SAE U sees 
Ee 38e Ì | HN ble IN 4 
Li oe GN lijm adhedhile Bae 
tie TE ' 
hl DEE ERI Wiens: EEEN 
Rn: 
VITE en zalle + VEER Zaag 
ie EEC) U: 7 Ho 
Ipse Ie hari: ek: 
EENS ( ze nj 
, EE ERE Di © s 
je ed od sf Ie Ii ES NES 
EN Ees Sl 
Ni EN | Ki 
bud an Bn 


Se EN EN EU PEN) EERE | 
fh EE ET EN CE ELN NE GERE DEE EEN NEN TE 
ENDE EAN FU EEN EUN EEN ENCI PEEN BCE 
A EEE as DOI 


Net" 
O0, Gij Hoor-der der ge - beên. 
Voor wij we - der huis-waarts gaan. 
Liefd’ en vre - dein plaats van smart. 
0, ver - hoor die … be - de nu. 


nnee 


No.38. | g 
| _ Vat Moed! Alles is wel.*# 


£ hA Lj Nn LA 
Ear BEEREN a ON a EE RE EN REN EEE a WAGEN A REEN EO EEE EEN 
ECE TE EN EEEN B BEE G L_À te EE] 
EAR WZ Af è Ean EEn eea 
AV EEE 


1. Komt, Heil:gen, komt,geen werk nochstrijd gevreesd, 
2.Waar-om getreurd, of moei-lijk 't lot ge-acht? 
3. Wij vin-den wis in ’tWes-ten, ver van hier, 
4. En ster-ven wij al - vo-rensdaarte zijn, 


EB nn en 
kr RE, mn 
LPA aaa A 5 EERE 
HNE d Nel 
ed 


B) 
ss 


oe - bracht! 


tIs niet zoo; geen ge - ween! 

Land, door God ons be - reid; 
zis - de dag! on - ge - hoord! 
s eN 


4 Ae De VE 

„ Schijnt ook de tocht wat zwaar,zijtkloek van geest, 
Waar -omeengroot en _heer-lijkloon ver-wacht, 
Daarwordtde Kerk den vol-kren een ba-nier, 
Dan zijn wij vrij van al -lesmarten pijn, 


eN Nn 
EE RORE ICANN OTE TRAGEN CEE BORRE B 
FRE 
\m/ 
\ ola : en 
Ennn ennn 
A Ze 
Naar kruis krijgt ge-kracht. ’tIs _ 
Als er niet wordt ge-streên? Vat __ 
Als wel -eer is voor-zeid. Dan _ 
In het schoon he - mel-oord. Maar 
Nd Leh 
3 En Bf EEDE 
TRE nii BW ed Te 


jn 


) 
schap voort te gaan, 
Zij - 


y 
moed en _blijd 


Dan 
Op - 
Bij 


nen niet; 
zijn ver-gaard. Dan 


de 


God ver - laat _ 


- zen Heer en God, 


eer van on 


weens in Zi 


on 


kwell’: 


har - te 
dra ver - tel’: 


ons 
lof - lied 


de 


dat 
dat 


sna - ren - spel: 


luid 


zorg 


ons 


=| 
= 
& 
Lj 
© 
asl 
' 
Dom 
eb 
> 
Ï 
© 
ord 
nl 


klinkt de 


schel; 


en 


juich - kreet 


Di 


les wel! 
les wel! 
les wel! 


ORO 


_No.89. 


| Bn 

1. Er isschoonheid in het es Als er lief-de 
2 _El-ke wo-ning is volvreugd,Als er lief-de 
3.Vriend-lijk blikt de He-mel neer, Als er lief-de_ 


heerscht; Vreugd ver-vult dan hart en mond, 
heerscht; Haat en nijd ver-dwijnt voordeugd, 
heerscht; Niets verstoortden vre - de meer, 


Als er lief -de heerscht. Vre -de, voor-spoed 
Als er lief -de heerscht. Ro-zenbloei-en 
Als er lief -de heerscht. Schoo-nerbloem ziet _ 


TET EEN EE TAN CREE 0 à ë 
Zine Ol Ze : 8 ET OG ET Pe 


Zl 


ke zij, 


5 


La-chend zoet aan 


. 
’ 


el 
® 
© 
nn 
& 
„2 
E 
& 
© 
ba 
Es 
5 
5 
ee 
ä 
© 
5 
ER 
8 
EE 
zl 
© 
8 
© 


fs 
2) 
De 
5 
cd 
Ee 
es 
ed - 
=) 
© 
5 
a 
1 
‚3 


vin-den wi 


he- mel-boog, 


de 


is 


kc >4 
5 
ee 
5 
=d 
5 
5 


5 
5 
les 
Ent 
5) 
< 
z 
Ë 
vd 
5 
® 
4 
Ke) 
Pan] 
„u 
=| 
ved 
Si) 
pe 
® 
=| 
Ee, 
8 
De 
emil 
© 
5 


5 
Sa) 
® 
He | 
Dn 
® 
< 
&D 
5 
ess! 
t 
=) 
I=) 
5 
G 
ved 
=| 
et 
d 
ào 
8 
a, 


Tijd gaat aan - ge-naam voor - bij, 


lief - de 


IS 
D ® © 
® © © 
tE 
RK) 
WW WM 
SES 


-heerscht; 


lief-de heerscht; 
lief- de heerscht; 


heerscht, 
heerscht, 
heerscht, 


Tijd gaat aan- ge-naamvoor-bij, Alser liefte heerscht, 
Vol van heil zijn 5 le-vens schreên, Alser liefte heerscht. 
d’ En-glen jui-chen daar om-hoog, Alser liefte heerscht. 


Gods wonderbaar Werk. 


Lerghetto maestoso. EVAN STEPHENS. 
A,_A 


Û)_& ja ì 
5 AT ME VEREEN NLENEE OL BA BETTEN WIED E EEN EEE 
DER LJA LE NEE" "SG ONE: NRE MEN ORDENEN UD A ON Mn 
Ee WD a OEE KN RADEN BREMSE IE 
s laf 


1.Godswerk is ons zeer won-der- baar n 

2. Zijn wijs-heid is on - peil-baar groot, Zijn 
3. Gij, kin-dren Gods, strijdt moe-dig voort; De 
‚Hoe nie-tig, klein is uw ver-stand— Be- 


ke - ken en in vorm. Hij drukt Zijn 

macht is «… on - be - perkt; Zijn heer- lijk 
__wol- ken, die gij vreest, Zijn vol van 

oor-deelt gij Zijn daân? Zelfs als gij 


oet hd 
voetstap op de zee, Be-weegt Zich hak den. 
plan vol-brengtHij steeds, Daar Hij _ met al - macht 
lief -de; wel-dra blijkt Zijn mil- de ze - gen 
slechtshet don-kre ziet, Doet Hij _ het licht ont- 


storm, Be - weegt__ Zich 
werkt, Daar Hij met al - macht werkt. 
meest, Zijn mil - de ze - gen ’tmeest. 
staan, Doet Hij ___ het licht _ ont - staan. 


5. 
Zijn doel bereikt Hij zeer gewis, 
‘tGeen Hij volbrengt is goed; 
De knop mag bitter zijn van smaak, 
De vrucht is zeker zoet. (5ís) 


6. 


Blind ongeloof dwaalt immer voort, 
Het kan Zijn werk niet zien; 

God is Zijn eigen meester steeds, - 
Niets kan Hem weerstand biên. (bis) 


| No. 41. 


Luister en Glorie! 


bel | it 
Be So &.® 
tE SEE 
BEE 
Sa ze 
“Le ZE 
EES 
va wa 
DD SEAN 
Lj 1 el 
SE 
© 
2 OO 
SSU 
ov ©, 
EE 
ie Rd ® 
588 
ml A © 
238 
338 
55 
lt 5 


het 


- fe-ten voor < speld; 


Heil tot elkland dat in don-ker-heid 


Lang reedsdoor Is-rels pro 


9. 


heugd! 


ok p\ zijn als ver - 


ik 


Een HS da 


Ber 
d 


Nu zwijgtde kla-ge van droefheid en 


zor-gen, 


je] 
&0 
pa 
kee] 
el 
E 
5 
ei 
=l 
dr 
5 
a 
= 
8 
5 
E 
sl 
> 
AN 
8 
el 
A 


Merk op,hoe hel-der de stroo-men daar vloei-en, 


ver - meld. 


chap 
-der-nis op-springtvan vreugd. 


- zen dag. 


B 
Een 
El 
‚© 
4 
RE 
B 
B © 
SS 
88 
=| 

ke 


Pl 
E 
re 
8 
Ml 
ä 


rwarring. 


Te midden van Ve 


_mid- den van ver- war- ri 


en 
in 


neg 
en 


i 


- daar z 


in Go- des kin-dr 


me ook wilt ont - hou - den, Schenk 


1 


ij 
smacht hier om 


Gi 


-den ge- 


ps ej 


-E 
‚B 
ES 

Ë 

5 

A 


=| 
=| 
K-0| 
> 
L| 
g 
5 
OD 
5 
t 
Om 
5 
= 


Waar ons 


3 
’ 


toch Uw. ge - nâ, 


zwak 
mij 


heel be-vrijd te zijn, 


— 85 — 


le - ven met kin-dren Gods, naar wensch, Barm 

Je - zus Zijn krach-ten steeds ver - leent. Mocht 
troos-ten,Gij slaat mij al-tijd ga. Leer 
vre - de, be - rok- ke - nen mij pijn; Maar 


) 
har -tig-heid te vin-den,’tont-vlièn het aardschge- 
soms mijngeestookdwa-len, door zon-den af - ge- 
mij dan ook ge-duld,Heer, bij al wat hier ge- 
als RS ben ver-re-zen door Je-zus, mij- nen 


druisch, Met Je - zus aan te zit-ten in 
leid, Toch wensch ik,Heer, te wo-nen bij 
schiedt, Op - dat, al-reeds op aar-de, ik 
Heer, Breng ik met he- B scha-ren Hem 


EE EE CREE EEDE | 

0 SS OP nn NN 

Ï Á EED NEEN LIMA 5 EAD BN REEN NE EA EEEN Sel 
ME IP pd CON EN ED MTN ESE EMD 


eeu - wig-heid. 
ge - niet. 
en eer. 


of 


in 
Vr 


Lôf 


a 
5 
- 

L| 

5 

=| 
1 
c8 
je 
M=) 

(Dl 

127] 
emme 

keb) 

= 
1 

Leb} 
El 
rd 


he - mel 
eeu - wig 


Ont - vang 


huis! 


Be mon 


ETEN SEEKER 
nn 
Bava 
the-melsch Va- der - huis. 
| N 
ELEN RENE ARE REE 
LA EE VEE VERE 


=S 
ar 
Hei- land, In 
ZERE 
mene 


__Het Loon der Volharding. 


Andante Cantabste. E. StePHENS. 


Sopraan-Solo. De 


„0 - ver - win - - naars nu zijn 
den troon re - 


17 
. Wie zijn “die, in 
ì zij zijn door ver - 
- ver - win - naars 
Hij. die op den 


| Pe 
| ER 5. 

a nn en en EP EEN KT ELN EEEN rl 

En DEE OS ME HED HO 
DA VEE AN EEE NED nn EDEN "AE WE 

kleed, Schittren als de mid-dag- 

heen, Rein ge - was - schen door Zijn 

zij! Geen be-proe - ving voor hen 

geert, Geeft al Zijn ge - trou-wen 


y, Pe 
t wit ge- kleed, Schittren als de - 
| druk-king heen, Rein ge- was - schen 
nu zijn zij! Geen be-proe - ving 
troon re-geert, Geeft 2 ijn ge - 
he kn en EER \_ A ge 
GE Gn A EN ID EE EE En GER BEN TT | 


a iii 
zon; Diedaar zit - ten zon-der 
bloed, Za-lig door ‘t ge -loof be- 
meer! Pijn en angst is lang voor- 
loon. Wijl zij zijn wat Hij be- 

Erven ns nn DEE Ed A KE 

NEUE CES CALE VN MENEN GN FN EN LEED. GTE 

nm nn ne eenen 

nk ver 

| mid-dág- zon, Die daar zit - ten 
door Zijn. bloed, Za-lig door ’tge - 

| voor hen meer! Pijn enangst is 

| trou-wen loon. Wijl zij zijn wat 

d 
ee In 
a, En e ) | | 


leed, Naast Gods heil-gen,eeuw’- gen 
neên,— “Werk van Zij- nen lief - de - 
bij, Dorst noch hon-ger kwelt ooit 
geert, Voedt Hij hen van’sle - vens 


zon-der leed, Naast Gods heil’ - gen‚eeuwgen 
loof be-neên;tWerk van Zij - nen lief-de- 
lang voor-bij, Dorstnoch hon - ger kwelt ooit 
Hij begeert, Voedt Hij hen van’sle-vens 


+ el 
CEE EEE A AN LL EDEN WEN MANO AEN 
erp DE een AAE at B 0 


troon? De- ze droe - _ gen’sMee-sters 


gloed. Daar-om staan zij naast Zijn 
weer. Bo-ven - ma - te koud noch 
boom. Al hun smar - ten le - nigt 
# 
Ma dee EA JAN ET 
ae BE PE 

troon? De-ze droe - gen 
gloed. Daar-omstaan zij 

| weer. Bo-ven-ma - te 

| boom. Al hunsmar - ten 


5 

me AT Ep Ad © VEA A EE CER TEE CEA ET 
fd Pt dze Ennn mt TE A 4 
4 VEEN IE OEE FABEL EE EEE 

kruis, Roem-den in des Hee- ren 

troon, Lo - ven Hem steeds dag en 

heet, Is hun he - _melsch-schoon kli- 

Hij, Hun ge-bre - ken vliên vóór 


CRE PET NNS 5 u se 
’ / / : 2 / 7 W Y p/ 6 
s Meesters kruis, Roem-den in des Hee- ren 
naast Zijn troon, Lo-venHemsteedsdag en 
koud noch heet, Is hun he-melschschoon kli- 
le - nigt Hij, Hun ge-bre-ken vljen voor 
N N lj . \ 
ram k TS Dn ee 
We OET 2 AA EL CEE GEE WEU ONE EN VIEREN 2 EEE AVEN EL ANNEE A 
% me wed ZA NEE Á 
an a orn Menn en EN OE 


Sopraan. 

naam; Schoonom - ringd____ door aardsch ge - 
nacht. Eeu- wig vrij van al - len 
maat, Ko- nink- lijk zijn zij be- 
Hem, Leed en twij - - fel is__voor- 


k 7 

naam; Schoon 0 fenn door aardsch ge - 
nacht. Eeu-wig vrij van al - len 
maat, Ko-nink-lijk zijn zij be- 
Hem, es À twij-fel is voor- 


druisch, Volg- den zij het ster-ve fa Lam. 
hoon, Prij- zen zij Zijngroo-te macht. 
kleed, Waar hun glo- rie nooit ver - gaat. 

bij, Want zij olen den’sHee-ren stem. 


mm « ln eN 
LAT EEN EE OR ee U EEEN CROO am REAR MD WROTE HD SEI NE 
ls | CER EP LE COEN CORNE EI MEE CPN KE SEL LEEN il 
Li EN Cn nn: Zim mn! 
druisch, Volg - den zij het ster- vehd Lam. 
hoon, Prij - zen zij Zijngroo - te macht. 
kleed, Waar a glo- rie nooit ver-gaat. 
si een sHee - ren stem. 
Ps PRA \ N 
Be FA ARENA IRT ED 
_ Fe ze vi an van ann EEEN BEAR 
ij/ 


No. Ak. 
De schoone Toekomst.** 3 
Gro CARELESS. 


| 
2. Heer- lijk vloei- en vreug-de-stroo-men 


ee 7, 

ne EN HEEN NEEDE AST ETET 

DD EN EE CM EE | ERE KEN UD IN SNEDE! MEE EN EA 
PEPE ILEen 


Ad 


Van den Dag van dui- zend jaar, Komt den 

Uit des he- mels eeuw’- ge ron, Langs der — 
Haas-tig-lijk ver-dwijnt de mist. Sa- tan 
Waar deez'aard ge- niet haar rust; Is - rel 


kin-dren Gods be - rich-ten: tEin-de van den 
ber- gen gou- den zoo-men, Stra-len van de 
zoekt nu nog de vol-ken; Wel-dra ein-digt 
dient dan al - ler Va-der, VanZijn ze-gen 


waar-heids-zon, Stra-len van de waarheids-zon. 
zon-deen list, Wel-dra ein-digtzonde en list. 
| __gansch be-wust, VanZijn ze- gen gansch bewust. 


EE 3 
nacht is daar, tEin- 


EIN EEE EREN RAN EEEN Nee eeN 
EEN GEN ORDE WE AL MP EE OEE WES TREE CANE 
WR a nm EES ES OS ODS EN àl 

en Td 


Ld 


5. 


D’ atmosfeer vervuld met geuren, 
D’ aard, met ’tschoonste groen bedekt, 
Prijkt in vroegre pracht en kleuren, 


Uit haar slaap dra wordt gewekt. (bis) 


| 6. 
Eens in den verrijzingsmorgen 
Zullen wiallen zijn gelijk 
Gansch ontdaan van strijd en zorgen, 


Schoon bekleed zijn in Zijn rijk.(5is) 


7. 


“Oog heeft niet gezien de schatten, 
Die de Vader voor ons koos, 

Die de grootste vreugd bevatten, 
Zelfs het Leven voor altoos. (Gis) 


8. 


_ Heil'gen, hoe uw lot ook weze 


In gevaar of leed gehuld, 
Dat uw harte toch niet vreeze; 
Draagt beproeving met geduld. (öís) 


— 93 — 


No. 45. 


De Trouwe Vriend. 


Hei - land, 


k 


‚be - la - den, 


on - 
be - last 


ep 
Ss 
ord 
pel 
' 
(=P) 
© 
EI 
t 
5 
P 
Del 
©. 
kee} 
a) 
ua 
jz 
© 
ua 
8e 
z 
5 


een Vriend is 
wij zwak, 


plaats wil 
in $strijd -uur 


in on - A 
ons hart 


ter- 


oor 


ge- drukt d 


neer 


door Hem 


strij - den 


á 


recht, dat 
Gaan wij dan met al ons 


Welk een voor- 


b) 


vlucht 


toe 


Ze 


-land! 


bre Hei 


Dier - 


ft | 


Oe 


De 


/ 
God mag gaan. 


Hem, die ver-los-sing geeft? 


Ee 


P 


ijd vrij 


Borg. 


eeN 


zijt on- ze Hulp en 


5 
=| 
1 
ao 
a} 
5 
asen | 
5 
5 
e= 
2 
5 
> 
LS 
5 
5 
ui 
ed 
Es 
1 
le 
ee 
A 


we - zen 


een vriend ooit trou-wer 


Kan 


neer, 
Heer; 


lij-den draagt? 


die ons 
bid- dend tot den 


wij 


Dik - wijls drukt ons zon-de 
Hij, 


Dan 
Gaan 


05 — 


vei - lig, 


Ak 
nr 


om-dat wij ‘tal niet bren-gen 
zus wil onssteeds ge - ne- zen, ” 


Zijn ar-men zijn wij 
ì 
ESE 
dl 


Juist 
Je - 
In 


„ Zen 


t, die ons schraagt. 


ns tn - meer. 


„leen is’ 
ver- laat o 


Ai 


No. 46. 


EVAN STEPHENS. 


kee} 
de 
58 
>| 
| 
ie) 
5 5 
NS 


E 
3 
: 


Verlossing voor den Zondaar. 


Moderato. 


Igt den 
g mijn 
n 
Tie 


in wee 


ke 
J 


leeft 


ze NN ) p : 
leidt tot in den doed;Slechtsin den dienst van 
* licht des mor-gens daagt, Ik dank God in__ den 
eeu - wig-liefd-rijk Heer; De zon-daar vindt den 
on zichbui-ten nood, Hij vreest Uw woord niet 


on-zén God Ont- vliên we bu gen | 
mid-dag-stond,Aan - bid Hem in den nacht. 
vre-de niet, Als hij veracht Uw. leer. 
_of edt ee de Be dood. 


5. Maar ik, met zorg belaän, 
Vertrouw gestaäg op God; 
Die redt en leidt mijn paden recht, 
Mij troost geeft in mijn lot. 


6. Zijn arm is trouw en sterk, 
Om ons in Zijn verbond 
Te doen volharden tot het eind, 
Gebouwd op vasten grond. 


/. Dus blijven wij gespaard 
Tot in der eeuwigheid, 


_ Door Christus zelf zijn wij gered — 
0, zoete zaligheid! 


— 7 


No.47. 


1. Werk, want de nacht komt da - len, 
2. Werk, want de nacht zal da - len, 
3. Werk heeft uw Heer be - vo - len, 


: Pp) 7 
Werk in het mor-gen-uur! Werk vóór uw licht gaat 
Werk,wijl gein’tzonlichtstaat;, Laat nooitdemoedu _ 
Alsg'eensin Hem ge-looft: Wil niet in twijf Sing 


Ee N 


fa - len, ‘tLichtis kort van duur. 
fa - len Voor uw taak op aard; 
do - len, Volg uw godd-lijk Hoofd. 


ue zon - ne 


be 


zal u 


In’tlicht dat God nu geeft; Werk, want de nacht komt 
Als God Zijnrust u geeft, Werk daar-om zon -der 


’ 


geefs! Werk 


en geen nacht kan 


Die nu eentaak u 


| da - en, 


Die geen dag meer heeft. 
Vlij- tig, trouw ge- streefd! 
leeft. 


Waar uw ziel eens 


oe len, 


dra - len; 


da 


eu 


Gods Geestbrandtin’thar- te als vuur en als 
Ge-zich-ten en ga - ven vanouds kee-ren 
Den Hei- land te vol- gen zij im-mer ons 

Gods ken - nis en machtwordtal-om-me ge- 


id 


P an esinnnde 


2. 


mna) 


EN EREN Vern WED CEI BAD KEPER EEN NEOS EN DES MONG ETET EEL 

Ge En: ERGEN SON EENS ennn CRA. MEA BREE PEP 0 EAD Sel 

Ld ABE l___@ EREN MEREN DE EL BEE EL 
A 


vlam-men, De glo- rie der laat-ste be- 
we- der, En eng’- len be - zoe-ken dit 

stre- ven; Zijn prie-ster-schap leidt ons, niet 
pre- dikt, De slui - er der aar-de wordt 


Cd 


dee - ling komt voort; 


ster - ve - lings- oord. Wij zeen 
lan - ger - ge - treurd! \{ 
o - pen ge - scheurd. 


. 


eeu - wig en 
Pp) 


Voor 


ie 
el 
ad 
© 
el 
Ke, 
ee 
® 
=) 
t 
© 
5 


hen met 
na, Ho - zan - na! den 
ge ge - ge - ven, 


jui-c 
zan - 
hoo - 


. 


3. Gods Geest is in onze gewijde vergad’ring, 
Wij breiden het Koninkrijk Gods uit op aard. 
En door het geloof zullen wij eens ontvangen 
Gods glorie, met gaven en zegen gepaard. 
Koor. Wij zingen en juichen, exz. 


4. tVerbondsvolk van Isrel, gevloden voor vrijheid, 
Keert weêr, in vervulling der Heilige Schrift, 
Geleid door een Mozes en priesters als vroeger, 
Gevoed door het manna, de hemelsche gift. 
Koor. Wij zingen en juichen, ex. 


5. Gezegend de dag, als de lamm’ren en leeuwen 
In vrede te zamen neêr liggen geschaard; 
„Als Ephraim gekroond is met zegen in Zion, 
En Jezus in glorie daalt neder op aard. 
Koor. Wij zingen en juichen, exs. 


1.Een en - gel uit den he - mel had Zijn 
2. De waar- heid was het, die hiijbracht;De 
3.Hij riep_ met ee- ne groo-te stem:Geeft 


vlucht naar daard ge- richt; Hij 
blij - de ma - re klonk, Dat 


Go - de heer-lijk-heid! Het 


zon-den van om-hoog;Ge-wich-tig zijn be- richt! | 
ge-lie was her-steld, In vroeg’ren lui-ster blonk. 
oordeels is__ na - bij, Vreest Hem in eeuwig-heid! 


Die schiep den hemel, aard en zee, 
En alles wat bestaat, 

Aanbidt Zijn naam en geeft Hem eer, 
Daar Hij te komen staat. 


5. 
Die blijmaar nu hersteld, gaat voort 
Tot ieder volk en land, 
Gepredikt tot getuigenis — 
Op t einde wijst Gods hand. 


= 103 = 


No.50. 


Voorzichtig in het spreken. 


J.S. BRAMWELL. 


fou - ten wilt be - 


Á. hâ 


’ 


deel 


in_— uw oor- 


pen, 
amer; 


ris- 
den nim. 


tig 


gij 


À 
ij 
ie 
En 
Ee 
LJ 
8 
3 
© 
© 
7 
© 
Ea 
ua 
pt 
S 
pe 
ua 
Ei 
E 
es 


E 
ua 
ä 
5) 
rf 
=, 
Ee 
en 
5 
E 
aa) 
eN 


4. Wees niet haas 


an - dren ziet, 


vriend veel 


nt eer. fi 
den naam, 
’ 


wijls smart 


goe - 
dik - 


ders 


Die_ ge-soms in 
Zoek een an - der 
Ker uws broe 


Want het eind is 


-deelt, 
=woord 


ijd als___ een klei-nod, 


eer_—_ giij oor 
toor - nig ant 


EN te, 


uw har 


al keerteen 


8 
Acht dien al - t 


Vraa 
Vaäk wordt 


Veel 


ge kwaaddacht, 


van wien 


ee 
? 


3 
Stad 
=| 
60 
î 
E 


K-) [=| 
=| T 
= Z 
8825 
| 
s 42 
2508 
zE 
Cad 
ö 
(=| 
Pl } 
| 
Es 
ED 
ei 


8 
d 
ap 
5 
ao 
t 
5 
= 


zelf _ die 
plaats van 


E - ven - als uw 


Eens het 


‚Heb ik 
Naar de 


deelt: 


keerteen toor-nig ant -woord 


Acht dien al - tijd als een klei - nood, 


eer giij oor 
Veel - 


Vraag uw har - te, 
al 


zelf die 


Vaak wordt hij, van wien ge kwaad dacht, 
Naar de plaats van 


-_gen faam. 


fou - ten niet?“ 
uit - gang weer. 
„Eens het dier-baarst tot uw hart. 


ei 


Uw 


E - ven - als 


— 105 — 


No. 51. 


Volhardt in het Goede! 


N. 


J.P. OuszE 


die Heil- gen wil - len 4 


hen, 


1. Laat 
2. Laat 


u 


om 


stor - men loei - en 


nim - 
als 


don - kren 


dor-schen is 


3.Vrees 
4. En 


mer voor een 


id 


het 


àn, Maar 


drer da 


zien op 
… trouw o 


wen (od, Houd 
tig- heid Tot 


u 


p 
met voor - zich - 


En … 


les schoon; 
B 


zeef maakt al - 


lief - deen eer, Maar 


wa - re 


Elk an 


steedsuw oog ‘op Hem ge- richt, Houd 


_doch-tend daagt, 


Tot 
En 


pad, 
daan, 


op— uw 
Se - 


en 
- ten 


is 


het zif 


als__ 


elk_ in wa - re lief - deen eer, In 
steedsuw oog op Hem ge - richt, Want 
doch-tend daagt,en op— uw. pad Het 
als het zif - ten is ge- daan, Ont- 


2d 


-_de__ voor-waarts: gaan. 
_ be - stuurt uw lot. 
zon - licht zich ver - spreidt. 
vangt gij u - we kroon. 


Ro 
In ’s Heeren tijd dòet Hij u recht, 
Hij zegent die Hem dient; 
In liefde is’t, dat Hij kastijdt, @zs) 
_ Omdat gij zijt Zijn kind. 


ie 
Blijf in de waarheid u gebracht, 
Wees deugdzaam, — dit maakt vrij; 
Neem niet op u het slavenjuk, Gs) 
Maar Godes heerschappij. 


— 107 — 


_No. 52. | 
Vertrouw op Gods Beloften.” 
- GEO. CARELESS. 


1. Hoe-wel be-proe-vingkwel-len mag, 


2. Wordtsomstge-luk hier on- der - mijnd, 
8. Ver-heft uw hart in lof tot God; 
4. Schoonhoon en smaad-heid op u daalt, 


‚ 
| 
: ei f 


ai Gie ai 


PERS 
Houdt stand, gij Heil’- gen, in.’tver - bond; 
De tijd ten lang-ste is_ niet lang, 
Voegt u in ’‘sHee-ren handge - dwee; 
Gij voor des vij-ands woe-de vliedt, 


wend 5 hee in en tin Gehe at naderen nl amhali 


pe vn 


ars Sate 


| | ver-rij- zitigs- dag 
Als glo-rie-rijk de Heer ver- schijnt, 

. Als pla-gen drei-gen hier uw_ lot, 
Je - ho-vas woord heeft nooit ge - faald, 


dende 


Sprei-den zijn le - vens-licht in ‘trond, 
Ge- pre-zen door der en-glen zang, 
Zegt Chri-stus: in Mij vindt giij- vreë, 
Denkt niet dat Gods plan is te niet. 


Sprei-den zijn le - vens-licht in ’trond. 

Ge- pre-zen door der en-glen zang. 
Zegt Chri-stus: in Mij vindtgij  vreê. 
Denkt niet dat Gods plan is te niet. 


Sj Ed 5 El 

GR 2D BEE GEEL VERS AREN 7 EELDE WEE CEE | 

Md OPS. BEET EEEN KELTEN EER 5 CE | 

ENE HEN DEV ENE OREN ERE) NE | 
LEE (EN IDEEEN GEGEN BENN WN AK ENDE EN 7, 9, Ï 


5. Zijn werk, der grootste wijsheid blijk, 
Met kracht en teeken gaat gepaard, 
Der laatste dagen Koninkrijk — 

De „Steen“— vervult weldra heel daard. 


6. Hoe Satan woede of tiere fel, 
De woorden door God zelf geboôn 
Herroepen kan noch mensch noch hel, 
Zij blijven. vast als Godes troon. 


1. Prijst dan de groote liefde Gods, 
Wijl Hij Zijn trouwe knechten zond 
Om ons te trekken tot de Rots 
Der Zaligheid, Zijn Heilverbond. 


109 — 


_No.53. 
Laat uw Licht schijnen. D 
_A.0. SMYTE._ 


AVP NTS TTT 
INS el el 


am-pen hel-der lich-ten, 
_lam-pen hel- der lich -ten, 


zijn der zon -de dre - ven, 
4. Broe-ders, ‘tis door Gods ge - na - de, 


Schij-nen ook voor voet; — 
Heil- gen, u_ is_ deer ge - gund! 
Zwak-ken steeds ten nächt; 
_ Dat wij kin --dren lichts. 


EEEN BOD WE 7. OT LEDE UE END ETA CIBER ELT 

WEEDE ELEN KEU WEE LR ERD BEER, UETAAE PA IEEE ONE TS 

LS eis te 1 EDE EE 7 DER EEEN 
RD NAE REN ED U 7D OTA EEN” ZE REN 


“Is een heil- gen dienst ver - rich-ten, 

Waar-om zou een moe-de zwich-ten, — 
Laat uw licht haar schijn- sel ge - ven, 
Waakt dan! eer - lang tan tte _sta-de, 


No.54. | À 
Heere, schenk ons Uwen Zegen! Á 
Moderato. id O. PRATT Jr 


2. Dank be- tui - gen wein aan - bid- dine 
3. Broe-ders! moe-dig ‘tkruisge - dra-gen, | 
hek om - ne ge - sla- gen 


ul ons hart met vreugde en lof, delpons gaan op _ 
Voordes E- van- ge - liesstem. Dat de vruchtvan 
Zelf-verloochning schenkt ge-not. Vroolijk toog om- 
tEn-ge kruis-pad voert tot God; Moedig Je - zus’ 


Ee 
_Re 0 dd BEE GEE LE 
L_ _elÁ WEE MOE NRS EEDE LDA TT 
EE Rl 


U - we_ we-gen, Rei-zen n.naar het he - mel-hof. 
on - ze_ red-ding Zichtbaarzij tot eer van Hem! 
„ hoogge - sla-gen! * En-ge kruispad voert tot God. 
last ge -dra-gen! Za-lig is ’tons wachtend lot. 


n ij D s/ ei 5 
A OENE RBE CN ENG 5 EVN MENE OE 


0, verfrischons, o verfrischonsSteedsin de-ze 


O, dat wij steeds, o 


dat wij steeds TrouwaanU-we 


Wilt gij sHee-ren kroon ver-wer-ven, Me - de-zitten 
geeftdoet ons er-ven, Met er 


Die onskruis 


ie en II? Sopraan. i 


RE 


NNP 
zl 


O verfrischons o deibar: ons 
O datwij steeds, o dat wij steeds. 


op Zijntroon,Leerthettooi-sel wil-lig der - ven 


Zoon, Reikt met va - der-hand na’tster - ven 


dzijn, 


1 


“waar-he 
n 


ads re 


L der nis, 


F 
& 


de ml 


\ 


wil - der - nis. 
ii 


en 


3 


waar- heid zijn. 


de - ze 
de we-reld spreidt ten_ toon. 


‘het eer-kleed 


Dat 
Ons 


Steeds in__ 
Trouw aan U - we 


Ii 


— 113 — 


No. 55. Geen, abe, 
Wees oprecht in uwen Wandel.* 


EET ZU BBE 
GNS EEN EDEN PEER OEE WED EE EEE 
z EER RG ede 


—N 
—_Ò 


1. Wees op - recht in u- Ee det 
2. Weet, waar-toe gij zijt ge-scha-pen, 
3. Zij uw_ drijf-veer en - kel lief - de; 
4. Wordt gij_ soms be - spot, ge -sla-gen, 


Doe wat goed is in. Gods oog. 
tÍs om eens als God te zijn. 
Doe geen goed uit vrees voor straf. 


Bid voor hem, die u zulks deed, 
Ar í WEE ENE @ LEDE 
LS DD E FZ 5 MENEER U BEL 
WL PG BEU MEE UIEN ROES 7 MEDE MENEN IEEE) 
A 
4, ; 5 : 
Aere Ten 
TE on WAP AED 5 EN PENS EEK AN LOER EEE EN Hol 
DAT TRUE ED 5) Pz ge 
Drijf met_ gods-dienst toch geen han- del, 
Zij ge - rech-tig - heid uw wa - pen, 
Als een_ an -der u soms grief -de, 
Wil een_ an-ders las-ten dra - gen, 
REEN AE î A gd dd 
raam 7 BRETENK ° OEEDNE REUI ZATEN LES 7 
: — Pr fd df „EES AEN EDR PORT ee 


ce 
Waar - heid sléchts voert 
Haat het_ on - recht ve … nijn. 
Grief niet_ we - der, dit is__ -laf. 
Le - nig u - wer broed-ren_ leed, 


EEEN CAREER ENE CRAS) ONTEREN LEREN 
EERS SEK (RSE BN EEEN OGER 
RE ED": OAN OERS OA 7 MENTEG 7. 


Min steeds waar-heid, min steeds waar-heid, 
Wees kloek-moe-dig, wees kloek - moe -dig, 
Wees een_ voorbeeld, wees een voor-beeld, 
Hoed de_ zwak-ken, hoed de zwak-ken; 


Ee S 


Weet, dat_ Je -zus nim - mer loog. 


En weer van u al - len schijn. 
Men - schen-min zij steeds uw _ staf. 


Een is__ er die al - les weet. 


% 


Legenbede. 


Op-rech-ten 


os -telschaar, Be-hoed hen 
1 


spreid, Als in Uw 
alrein AlsZoon en 


ver 


er 
rijk 
een -ma 


8 
5 
&o 

Lj 

=| 
® 
& 
2 


WIJ 

gen dA 

3. Dat zich Uw 
‚ datwe ook 


4. 0 


aan hun 
de | 


t Wer - 
-S 


’ 


eer, Geef 


’ 


ree 
Heer 
tred; 
zin. Ge 


g 
den 
et snel-len 
En één van 


Ì 


Ze - 
bid- 


ij 


Wi 
M 


dank tot U Voor 
gevaar, 
voorzeid, 

_ Va - der zijn, 


voor 
Woord 


trou - wò band 


Wes - terstrand, Eèn wa - re, 


en 


Hd. 


Dat rasch des 
Dat Da -niël 
den wij 


en hand, Hou 


woor - den kracht, 


„beeld ter-neer, 


… hart. 


sa - tansmacht — 
zag wel-eer, 
Ba: eeu - wi He d 


) . 


— M6 — 


zing: 
eer! 
bed 
min, 


— zijn ge - 
n broeder - 


U__ ee -re 


zij gebracht, Uw naam ter 


- nen Heer 
ken band 


zij 
nen ster- 


E 
® 
E 
‘ 
> 
8 
© 
kn) 
=) 
5 
@ 
5 


fa 
Ao 
L<b) 
TS 
Hd 
sg 
8 
© 


Dooree - 


De wederkomst van Christus. 


EVAN STEPHENS. 


Animato assai. 


God 
spreidt 


stem klinkt door 


Mij 


ver - 
dan eerst 


licht 


ster - ken 


4.Brengt tot 


4 
- des 


d ge - 


jk-heid breekt 
r 


ez aa 


de 


ekt weer van om 
APS, 


re 
eer - li 


Ì 


Go 


8 
E 
© 
EE 
e 
© 
= 


LJ 
ms 
® 
> 
42 
3 
ai 
E 
E 
5. 
ke) 
© 
d 
=| 
k:2) 
ee) 
5 


80 ® 


== 


we - reld hoort Zijn 

Ziet, komt— maar niet in__ 
hoord, Heil - ge we - zens da - len __ 
__ bond, Die in oot - moed naar Mij 


roep - stem; Niets, neen niets ont-gaat Zijn 
stil - te— Vuur en wol-ken gaan Hem 
ne - der, En het sla-pend stof komt 
zoch - ten, En ge - rei-nigd zijn van 


Ss s ® À 


14 Um: E) BOE 1 GIR MIE + JNR annen nnn 
Au Le ______— 
oog. Aard, aan-schouw Hem! aard, aan- 

voor: Aard en he - mel, aard en 

voort. Komt nu al - len, komt nu 

zond’ Door den Hei - land, door den 

N N 

d. #4 EEE à 
od EDA, OON LEMON OREERT 


aar: mmm WL Pr RE 
nn nn ha Te En ae 
TE EE MN SN AN 7 SN 7 
schouw Hem! We - reld beef van pool tot _ 
he - mel Mel - den, dat. Hij komt in 
al - len! Hoorttrechtvaar-dig oor- deels - 
Hei - land, Die als’s menschen Midd'-laar 


& 
De EN LN CERN … AP, CN PE WEE ALLEZ 
Bal OPI EEEN EEEN 0 EEG TE "AIRNER EEE GELET 
WE EEA 0 EEE EEEN EREN 5 ENE 
Es a AE 
# zE ; L\ N 
ID EP Nie CT EERDE GEDE $ ani ° : EA 
Es CED SRE 3 5 
De ED EER WREE SEN S : ESKE WZ be 
INST - En B 
pool! Aard, aan -schouw Hem! aard, aan- 
gloor, Aard en. he - - mel, aard en 
woord, Komt nu al- - len, komt nu 
stond, Door den Heéi- id door den 


schouw Hem! We - Ean beef van pool tot. en, 
‘he - mel Mel - den dat Hij komt in gloor. 
al - len! Hoort'trechtvaar-dig oor-dels-woord. 
Hei- land, Die als ‘smenschen Middlaar stond: 


dd Pd J 


: SEE | 
Bn PIL Dj 8 L 
TEEN LEES NED EEG ID LAER ED do eel a EEN es ! 
EEN EEE A NEN" RE ZEER EE EEN EEN KD | 


. Nu aanbidden Hem de heemlen, 

Roemen Zijn rechtvaardigheid; 

Zondaars worden daar verbannen, 

Maar Zijn volk erft heerlijkheid. 

Recht is't oordeel, recht is ’t oordeel. | bis 
Schaart u om Gods troon verblijd! si 


— 19 — 


Heere, kheb U van noode! / 


£ \ 
me EN WERT: MEE EG REEN 
ij Ds bi 
4. Hoe zeer heb ík, dier- bre__ Heer, 
2. Gij schenktons uw__ dier-bre_ leer, 


3. Hei- land, blijf ons__ steeds na - bij. 


(A 
LD CEN ONNIE KEE LE EN ES ENE EE 
Re (à | Pe el EET EN EN NRS) ANDRE RE OE 
». KE BEER: RER EEN TE 
EE EEE REE CEN NEEN WREE MEDE LEE ERE TN 


U van noode tal-lentijd, Je - zus, die al-_ 
Ons zoo noodig op ons pad. Slechts Uw Geest geeft 
Ja, meer dande zon-negloed; Dat Uw Geest ons_ 


leen mijnsteun, Mij - ne hulp en schuilplaats zijt. . 
ons het Licht, Leidt onsnaarUw vre -de-stad. 
eeu-wig-lijk Voor het wan-ke - len be-hoed, 


KEN 


A 


ons___ meê, 


woord en___ hart, 
lig zijn 
is tge-schied! 


S 
za - 


5 
Ë 
| 
E 
® 
Lj} 
‚2 


È 


En wig, 


372 


voor eeu 


is 
al 
RER 
een heil -fon -tein, Zoo-dat wie ook 


gaät die maar 
prijst ons 
Heer, hoebang de weg ook zij, Woont Uw vre-de_ 


rt Be 
En weldra’tver-los-singslied: Gij hebtheilvoor 
Erman 


î 
8 
B 
> 
Kz 
Sj 
E 
sl 
ea 
E 


ons ge-wrocht; Voor den ste 


Slechts 
Ja, 
men 5 
Ja, 


2 En 
X LRT NEE 
bij U 
pr zn dE 
) EEE EEE EE MEG 
UCTE MEE ER 
tot U komt, Zal, 


— 121 — 


NoB9. AR 
Vergeving door Jezus bloed.** _ 
Eee A A CARELESS. 
vj) Ee. 


A. Rijs op, mijn ziel, houd stand, Werp weg uw. 
2. Hij. leeft voor im - mer daar; Met tee-dren _ 
3. Vijf won-den gaf men Hem Op den Cal- 
4.De Va - der hoort'tge-bed Van Zijn ge- 


schuld-ge vrees; De bloe - den 
lief - de - gloed Pleitsteeds die 

va .- rie - berg Ge - lijk der 
zalf - den Zoon; Hem weig'-ren zulk ver- 


fn UAE ES B ize 
5 LFONERES ENIGE KOEN Bin USE LIN EBRE Ei GF HE EE A A OE A | 


rand Tot mijn be - houd ver-rees; Voor Go - des. 
laar, Wijst op Zijn dier-baar bloed, Dat ons_ ver- 
stem, Zijn zij ge -be-den sterk; Zij roe - pen: 
zet Komt niet van Go - des troon; Zijn Geest ge 


Een 


staat Je - zus pand, 
van zon -den-loon, 
et 8 ver-geef, vergeef, Dat 


ra um 


tuigt als-ook Zijn bloed, Dat 


PPP. ddr 


5 EE Wo 
mcn ns me ms mmm dm cam cas” 


e A 
Voor Go-des troon staat Je -zus pand, 
Dat ons ver-lost van zonden-loon, 
Zij «roe-pen: „0, vergeef, vergeef, 


Zijn Geest ge-tuigt, als-ookZijnbloed 


naam ge - schre-ven in Zijn hand. 
spren-kelt den_ ge - na - de - troon. 
de_—_ ge - los - fe zon -daar leev! 
MR ge -… bó.- ren ben” uik God. 


E Ce Cd Gd : 
Un CO EE ADEREN AN EN EN EINER EES à 
Es LYRP AES SARENA (SE ELEN BEE GEEN ° OEE) Ô 
krt token 
ED EI ELD EEN EE LI 


5. 


Ik ben met God verzoend, 
Vergeving schenkt de Heer: 
Zijn kind word ik genoemd, 
Ik vrees niet langer meer. 
Vertrouwend nader ik tot U, 
Roep: „Vader, Abba, Vader!“ nu. 


— 123 — 


No. 60. 


en Gids 


heir, — 


9 


Geest ge-leid, 


nd 
5 0 
RE 
Gek 
dae) 
=S 
ss 
a® 
de 
emd 
a ' 
Te 
emd , 
=D) 
Eis 
ei Ol 


melsch land 


Dwaal ik nietaf in__ de_ woes- tijn; 


-ken_ ’tHe_ 


die zoe 


„Van hen, 


B er 

En © 
Ps e F 
mij in De 
nig - heid, Ik 


aa 
. So 
BR 
a 
út „3 
SS 


TEE 
EE WEES 
°e__ _He 
hd 


Get 
is 35 
48 © 
Ï en 
eee 
| MB 
WZ 
aUN 
he 


— 124 — 


| | Eel | 
i ie Be Ï 2E 
ie 
WI | Eg 
eb |) 
bilt | 


lof__ 


Tu 
EES 
de__ 


| 
8 5 
58 


scha- 


Re 
E 
e 
E 
d 
8 
3 
ed 
5 
5 


SE 
EE 
_ 
Mij sterkt Uw hulp, leidt 
’kBen van ge-vaar en 
meen 


-te 
noemgeen an - 
Mijn einddoel is 


| zach 


— 135 — 


No. 61. 


! 


U, o Heere 


ee 


Wij naderen tot 


… GEO. CARELESS. 


o Heer, Met 
lof en eer Voor. 


Ú, 


el 
el 
eed 
42 
5 
ze 
Gd 
E 
' 
© 
| 
dd 
keb) 
eb} 


gen naam zij 


na - de - ren tot 
2. Gij woont daar in 


3. Uw heil 


1. Wij 


IK daad 


ee annae Is 
STENS zn 
dankbaarheid en lof; Wij we -ten, dat_— Uw 


pracht en heer-lijk-heid, Den ee - re-palm biedt 
HE - van -ge - lie-licht,Waar-door wij, na vol- 


| HE 
EE 


liefd’ en gunst Ons geeft tot dan-ken stof. Gij 


Gij ons aan, Als win-ners in 


den strijd. Maar 


brach-te taak,Weer zien Uw aan- 


men 


-zicht. Dan 


5 


Pe 


— 126 — 


-ven, … 


Ver - he 
Dat. Gij niet 


g, En'thar-te 


in ons oo 


he - laas! doen nog zoo veel, 


schieptons al - len naar Uw beeld, 
fon - kelt lief - de 


wij, 


Es 


lijk rein; Geef dat wij ook ten al - len 
prij- zen kunt; Toch we-ten wij, dat door ge- 
ons blij, Als wij dan gaan tot U__ om- 


’ 


godd 


IS 
la _# 
PRE 
EEEN 
TEEGEE 


ap 
me 
en 

8 
4 

ua 

5 
ad 

\ 

5 


tijd Die 


aan Uw 


Ver - los - sing wordt ge 
rus - ten 


hoog En 


— 127 — 


À No. 62. 


van 
om - 


mers 


„Zi - on 


ij. Pe 


ver - 
der … 


Kie | 
ver- vol - ging 


d 


8 
zi 
E 
5 
8 
8 
AE 
G-) | 
zE 
e 
E=| 
5 
af 


3. Zul - len 


-wel ge - 


vij-andiu 
- del in 


zijn e 
gru 


Al - weer valt de 
Met wraak val-len 


Zal stee 


zulk een 


trij - ders 


Ss 


Haar 


zij— op ons 


P 


À 8 | 
INE 


en) 


de - zus 
-gers des 


-ten zijnals di 
ie, O 
Zal men ban - den van pe - de steeds 
sp 


is 


s= 
> har 
- loof 
N 
5 


EN 
5 EE 
TE 
be 4 
) Pp 
at 
un ge 


‚Wij zijns 


Er hest 
en El 
Ne CAAS 


pier 
en Een.| 
PEREN" SEREEN 


— 428 — 


… Jeeu-wen, Om moe-dig ‘tgo- vaar te weer - 
ves-tigd, Wiens macht tot ver - los-sing is 
bre- ken, Nooit ‘tbloed der pro-fe - ten ont - 

_he- mel Wij zul - len hen spoe-dig ver= 


Ge - denkt het kad van Mis - 
sterk, Hun vij - an- den den-ken in 
zien? Neen, wij zul - len nief im-mer 
_ Wel „ dra Rn ons IE Ee af = 


sou -ri, Ver- geet niet den moord van id - 

hoog-moed Wel - licht soms, hun weer-stand zij 

dul - den;— Op nieuw de ge-lof -te ge- 

Geek Zal ie - der ver-baasdop ot 
/ an Nl 


J 
(ih EERE NE ii 
Et EEN 
| pen 


7 Bk 
B DEE 
WE BET GERED GEEN WANEER ELEN AS OA 
. 4’ 
Ld 


7 Vip D 
voo. Als de ha- ters van God ver -— 
_flauw;— Zij zijn klein in ge-tal,doch ver - 
daan! En wij rus- ten niet voorzij gaan 


AN 


BET end Esp 
druk-ken, Weest im - mer stand-vas-tig en _ 
. ee-nigd En im - merstand-vas-tig en_ 
‚vluch-ten, Wijl trouw en stand-vas-tig wij 

he - ven, Door trou-we zal dit ons ge- 


N 


N 
At PESEER GANERDEN vmrplk VENEES VALSE EN en 
Ost dige EMR" MEAD TENEEEE APT 
U fan ‘ Cd A UN 
mas Ps TE 
) Pp PA 
trouw, Weest im - mer stand-vas-tig en 
trouw, En im - mer stand-vas-tig en 
staan, Wijl trouw en stand.vas-tig wij 
A . 
‚schien. Door trou- we zal dit ons ge-. 
4 et \ N Ë \ 
em Áf Kamen ER 


zien; Nu ver- acht, maar als - dan hoog ver -… 


Weest and-vas- tig 
trouw, En im - merstand-vas-tig en 
staan, Wijl trouw en stand-vas-tig wij 


Door trou-wê zal dit ons ge- 


Als de ha-ters van God u ver- 
trouw; Zij zijn klein in ge- tal, doch ver- 
En wij rus-ten niet voor zij gaan 
Nu ver-acht,maar als - dan hoog ver - 


) d VAE Pint ke 
druk-ken, Weest im - mer stand-vas-tig en trouw. 
ee-nigd En__ im - mer stand-vas-tig en trouw. 
vluch-ten, Wijl trouwen stand-vas-tig wij staan. 
he-ven, Door trou-we zal dit ons ge-schiën, 


ed see + 


Lee AA ed 
\/ 


1. Komt, hoort naar des_— pro - fe - ten stem, 
2. De dik-ke duis-ter - nis ver-spreid Op 

3. Ik __zocht niet in den mmemachnijnkeacitsk ion 
A. De__ en land heeft een - maal ge- zegd: Merkt _ 


ùis-tert 1 naar Gods Haard: :Ver- heugt u 
tgansche rond der aard, Ver-dwijnt allengs op— 

niet op vleesch ge - „bouwd; ;Want vloeksprakGod op— 
al Mijn noir den op, Dan zalt gij won-dren _ 


wa- Te leer, Ver - meld ver. De - voort. 
ee bevel; Zijn werk wordt nu ver - maard. 

- der uit, Die niet op Hem ver - trouwt. 
zien op aa rd, Bu vast wordt u - we hoop. 


NE 
and 


pro fe 


s 


Door … 


ten wor 
En 


B 


IN, 


ad bg nt mj en en 


Eken op aard be - tre 


en an-der heeft ons 


@ 


A 


rd 
5 


gezalfd, 


En 
BO ie 
EDS 5 
sr 
ASSESS 
pes 
el, 
Boeg 
we Ore O 
“5 lS 
Ei ee 
© © © 
ES as 
BEER 
nit 
Soes 
5 
+2 SS 
PD © 
= A 
15 


’ 


gedoold 


Sns 


Niet meer het. juk getoest; 
er door bedrog misleid! 
Ontvliedt den leugenvorst. 


8 


6. Niet meer in slaafsche vrees 
Niet lan 


Koor. Wij vonden, ens. 


7. Als heilanden o 


der wet, 
gaan 


Niet voorwaarts konden 


p Zions berg, 
en waan, 
jen zon 


ing. bre 
‚ gestorv 


breng 
_ Koor. Wij vonden, 


Verloss 


Hun die 


enz. 


— 133 — 


À 
É 
Ë 
Ì 


EvAN STEPH2NS. 


Ld 


"Verhoor mijn stil Gebed!** _ 


_No.64 


volk, 


en mijn stem 


bij Uw 
d 


ao 
5 
5 
al 

rd 
„5 

5 


O God, ver - hoor mijn stil ge - bedie 
2. Hoe groot,recht-vaar-dig, goed en wijs 
Ik ben zoo gaar- ne 


4.’kVer-hef mijn pi - den 


iij zijt mijn hoo 


Zijt Gij, mij 


1. 
3. 


God; 
leef. 


„de. en lust; 


en mijn 
lijk aan-ge - zicht; 
ik 


bid - den 


ie 


wijl 
li 3 


n Va - der 


En zoek Uw godd 


Se 


Uw knecht, Uw kind Zoo 


‘kHebdaar Uw heer-lijk- heid aan-schouwd,Ge- 


Dit werk maakt steeds 


Uw naam be - dekt, Valt 
mijn hart ver-heugd; Geef 


die 
— 134 — 


De glo-rie, 
Ik hoor U toe, 


rust. 
bloed. 
licht. 


U - we. 


door Je - zus’ 
nig daar- aan kleef. 


mels macht en 


p 


-ter- scha 
ee % | 


fals een 
ze - gen 


rak met Je - 
stier 


Sp 
jn pries 


os 


eb 
Ekel 
e=) 
® © 
2 ie 
| 
| 


o - rie,zi 


Û 


] 


gen man 
- de 
8 


5 Blije he 

2. Blijft hem 

3. Groot is- An 

4. Op - of-f'ring brengt ons 


mer zijn 
-len en 


bl 


de sleut 


Die tot pro-feet werd ze-zalfd door 
Groot'lijks ge - ze-gendzij im 
Eeu - wig be-houdt hij 
Eh dien godsman ver-geldteensde _ 
Hoan | 
— 135 — 


, 
» 


e 


ho - va, 
martelaar, 
eind’-loos 


f 


Heer; Hij was dont slui - ter der laat - ste be- 4 
-ter t'ont- 


macht; Een-maal, ge-kroondnaastal d'ou- de pro- 
om ij Rech 


naam. Lang smet zijn bloed,door de moord'naarsver- 
Heer. . We - reld, ont -waak, 


ik 


dee-ling, Eens ge- ven na- ties en vorsten hem. 


-trou-we in'trijkdat hem 


N\ 


- li-nois wijl heel d'aard meldt zijn 


schdomkent„Broeder Jo-sepl®’eens 


go-ten, tLand I1 
fe-ten,Treedt de ge 


moe-ten, Heel tme 
Ee 


Heil den Pro-feet,nu in he - mel-sche 


— 136 — 


| ch. 


ders no 


Thans door ver - ra - 


EE 


ie | 
NS IE eN 


ed 
8 
Zi 
Ei. 
a 
ll 
Eet 
Ef ES 
ET 5 
RO 
Sd 
+ un 
le 
Ee Vil 
Ea 
ee 

Hang 


48 — 


WED MCE ENE ERNOEGN KNOL BLOG ER WR MN OENE EN EEEN MO AE TEA EEE |l 
Ver OL EN KN OD DT EK EK NP  __ end 
Vn Eon WI € AGE GM WS et 
B LENERS. Er BK 50 


1. Looft,looft den Heer! zingt Zij- nen lof! 
2. Hij schiep de ster, wijst ha- re baan, 
3. Zingt Zij - nen naam, prijst Go-de hoog! 
4. Heuv-len ver-siert Hij met het gras, 

5. O- ver Zijn volk is Hij ver-heugd, 


À 5 ze ) 


Tot dank-baar-heid is rui-me stof; _ 
Weet haar ge - tal, kent ha-ren naam; 
Hij spant de wol- ken als een boog, 
Vel-den be- dekt Hij met ge - was, 
Ziet op hen neer met va-der- vreugd; 


‚5 EN CED GURU WED ERGEN (EEEN BEERS CIE EEN BEA Ae CL 

ON GEEN MEN OD EAN NEE KEE OE DEE EE EREN Ee 

B an WE OLNE EER EN AN KT 7 EE EE EN NEN OM WENEN ME 
Ed © 


Zijn lief-de- wer- ken die Hij sticht, Zij 
Zijn ken-nis is_ zeer uit - ge - breid En 
Waar-uit de vrucht-bre re - gen vloeit,Waar- 
‚De die-ren krij - gen spijs van Hem, Hij 
Hij kent hun hoop, be- mint hen teêr, Ziet. 


pj Pd 
e (a Cd d 


Ee 
SEE 
AS ® 
as a 5 
SOS & u 
® é 
SSS T 
' NE B 1 
> 
sE 
„D © © 
EEE 
42 WM en iS 
2RASS 

Di 
S mA 
ES 8 Sd 
] 7 

DW +2 
DoNSB. 
Tr 3E 

tt | 
£ SE 
5 oe 


no 
em 


MRs. NORTON. 
zóafe ten Ons tof 


5 Wij danken U, Heere! ** 


Re, 
B 
el 
OD 
em Ì 
be 
| 
(<0) 
5e 
oe . 
oE5 
PF @. 
7 
8 sE 
m5 a 
Ke 
=S 
85 
mike 
Sit 
ES 
5 5 
ZR 
ETS 
zei et 5 


Zoo —_ 
Ver .- 


Wij 


e - richt; 


d 
_ gaan, 


deen ver 


êe 
en nacht zi 


in deez’ laat- sten tijd. 


zen vr 


lei - di 
haast on - 
Hem dag 


5 Te t 

dan - ken voor trein E -van- ge- 
houdt nog het an - ker der ho- 
heugd zijn w'intschoon E- van - ge - 


FEE 
PE 
LE | 


TA EN KEE. RENES 
Ser IRE ERLE 
dn a van en u e meen Lt 
Eman vam Gn Patos bbl. Ee ER 


z) 


licht on - ze zie - len ver- blijdt. Wij 


dra breekt voor ons red-ding aan. Wij 


koes-terd in zijn le-vens-licht. Zoo d 


cen End dé 
onmantemememn ne ree 


K 
} á |} 8 LN N 

AIS Ne B EP, BEN ROER ELENA, mm 

IE re an ann Cn en a En a mann mannen Eee el 

mSv e S_—_ WGE on OENE oh OSR ENT OEE WE 


jd 
DCN ER een Ae 


dan-ken voor ie - de- ren ze - gen, Dien - 


twijf-len niet aans Hee-ren goed-heid, Wij 
gaat tot een eeuw-ge vol - ma- king De_— 


ur Cn nanne, RARE Le 
RT BESS CTI RR 
B vn ans m___— a item: MOINES EEE oen 
Per 9 EE NE EN 


zE Mdk rhenen zend Elie ok gaand haken 


Guit- Ent val dee mil-den troon. Wij 
| heb - ben Hem dik- wijls be - proefd® Zegt 
| _ trou - we, d'op-rech- te van hart; Wijl 


ach-ten het vreug-deU te die - nen, Ver - 
| hun toch, die Zi - on be-strij- den, Dat 
| hem, die ver-werpt de- ze bood-schap, Ten — 


nd dS He 
Er ETET EE zer - 


men KIES OOR 
TE ee = 


nie ES 


vul - len met lief - dew ge - boòn. 
Gods wraak niet lan - ge ver … toeft. 
„deel valt eens wroe - ging en smart. 


® Zie Maleachi 3: 10, „Beproeft Mij nu? 
| — A — 


a: Het Evangelie teruggebracht” _ 


f GEO. CARELESS. _ 
ee mf ar an eet 
bek PS | EE PT REED BETE EER ONDKEEN B EN BE EIN ES EN SALE 
‚ EIGEN ON EEEN EOD WS ERE CEN NEET EE 
EEDE … DEN Cp BEE BAE 5 OE" SD ELT ME 07 


on-zen God ter eer, Wijl Hij in_de 
heid der vol-kren tal; Doch ‘het licht is 
al - les zwij-gend stil; Maar in — de - ze 
die-nen van den mensch,Wij ook _ kun-nen 


ma-king voort te gaan: Daar-om_ moe-dig. 
: WT 


Pd 

« Ee Cek 7, er kan 
Im De RT Bi BRENGEN MENT SER A EE 
Be BU ZLLLE EE WE A 
er Le nn a me Vn ma Se 
vei WASE 85 CTITPE EN VRA SED) 

B ij HT B DEET £ ee Bnn 
ARDA: pj ER DR 19 MENE DN BA BATEN EED ERE OET AT EE 
we KE OE ME GE mn EO 

Nt ammn ere STe 


laat- ste da-gen Brachthet E- van pe - lie 
weer ont-sto- ken, Dat vooreeu- wig chii 
laat-ste da-gen O - pen-baart Hij weer Zijn 
zen Heee en, en et is des er A 
voort -ge-stre- den, Straks zijn wij van strijd ont- 


ad Dr ar, mr a a r PETE ed: 
Bd erat 
B Rie ver | Bit eam mna sean waan KE ADEREN SNS (NLF 

AEL 3 ri RN WE a A OE 


| 


| 


3 
E 
Ä 


Betten dp rd ET 

_dlkaf: 

ATR Sers“ "rie VE an mt 
En ST nn 
Ta men EEA jd OE OE CEN 


weer, Bracht het B - van-ge-lie weer. 

zal, Dat__ vooreeu - wigschij-nen zal. 

| wil, O0 - pen-baart_ Hij weerZijn wil. 

1 wensch, Als___ het is des Hee- ren wensch. 
| daan, Straks zijn wij van strijd ont -daan.. 


de 


í 5 EE EN 
Ed Plhlilk Ade | Ad EEEN WE LEE | 
En mn B GWL EEN AES | 
LE EE 0 Ge EE EE Os” SNT | ERIS B AETR EN EE EERE | 


No.69. De Heere is mijn licht.*»* 


: AN \ Em \ A 
rue 
Np Le Bi 
JH | np es ) De 
| 1. De Heer is mijn licht; waar-om dan gevreesd? Hij 

| 2. De Heeris mijnlicht;'tge-loo-vi-ge oog Is 
| 8. De Heeris mijnlicht, de Heer is mijnkracht, De 
4. De Heeris mijnlicht,mijn eeu-wig-lijk goed, Zijn. 


kp ) ee: 


ERROR ) ver ) 
is_ steeds mij dicht na-bij_—_ door ZijnGeest. Hij 
im- mer ge-richt op 'tZi - on om-hoog,Waar. 
zon - de - lust zwicht,’kver-win in Zijnmacht.Mijn 
vlek-loos ge- zicht D glans slechts en gloed. Hij 


ole 1 S- BOEWENE BREE MOE EUN 

teen BECRORENSE on EE 
B 

so ND MODE df Ô vem DRE Pr eee 


ARA: 


is mijn Ver-los- ser van zond'en van smart,Die À 
„_Je-zus in glo-rie en glanszit ge-troond,Hoe _ 


zwakheën be-dekt Hij met tee-dre ge-nâ, En 


is mijn Be-hou-der, mijn ko - nink*lijk Hoofd, Zijn. 


£ \ N | . ì 
heer U TL EN 
Re IT Me ú WERD ED REEN 
EE NEL ben 6 B MISE NONE MEE ENEE CEE) 
nn OT BEEN EED KEEN KR 

$ JW ) 

Lj ' Waza \ L\ Bz » Ke an 4 

A NN EEE LED EOD DE AD BREN DOREN MENE Ee WEN „SCEE CA EERE LLT 
VN HE KONNEN W BEUGEE U" ARO EIO DELEN EEK ID 


LUT 
zaal - ge ver-zeek-ringgeeft Hij min mijn hart, 
kan ik dan blij- ven waar duis-ter- nis woont? 
‘koogst Zij-nen ze - gen vroeg-tij - dig en spâ. 
naam wor-de im- mer ver-hoogd en ge-loofd, - 


„ea 


De Heer ______ ismijn licht, — Hij is mijn 
De Heerismijnlicht,de Heer is mijn licht 
N\ | A 


Dt Nn 
. / 
ACH: Eh BEP OEEE_TENE OTA kad 
: eN EN EEE DEET 
GE EE ie TED EEE RE pede 
CEN (OE ME MET Bp EN Ii Ae 4 
p ï | Zi 


vmma EE nt vert nt 


en ge- 
mij mijn. — 


en ge- zang; 


Sens 
EE 
4 
Ë 
En 
=S 
E 
ler) 
E 
en 
D 
a) 


Hij is mijn vreugd 
Hij 


…_ vreugd 


Ad 


) 


leert mij mijn plicht, Hij stiert, Hij stiert mijnen gang. 


10 


y, 

„Komt, al-le zo-nen Gods, met’t priesterschap ge- 
„Keer weêr: ‚ver-lo - ren schaap,keer we-der tot uw 
‚ Be - keer u,wordge-doopt, dan is uwkwaadver- 

„Als al-les is doorstaan, ge - ein-digd is uw. 


Nid) d Ì dd 


Bn GO DO 


er - kon-digt'sHee-ren woord, uw 
Her-der, Dan oogstgij ze-gen in, 0 
ge-ven, Ont - vangden Heil gen Geest, dan 
ee Zal van den dood de Heer uw. 


plichtsteeds o - ver-we-gend. Het werk der laat-ste 
dwaal dan tochniet ver-der. Pro - fe -ten za-gen 
zult gij eeu-wig le-ven; Werp op denHeerdan 
li - chaameens be -v An Loo ze Ais uw 


ERD Ar e y ; 
tijd vangtaan, Dat Is - rel huiswaartsheen zal gaan, En 
t reeds voorheen Ver-meldden’tluid in _hun-ne reên, Dat 
al - le zorg,Hij is ten al - len tijd uwBorg;Hij 
Ko-ningzien,Hij zal u vreugdeen vre-de biên En 


DD NN NNS 
nn ns Ee 
Ke 


kee- ren weertot Zi - on,ter eer van ’tLam. 
gij zoudtgaantot Zi - on,ter eer van ’tLam. 
brengt u heentot Zi - on,ter eer Zijns naams.- 
dui-zend jaar in Zi - on,ver-eend met Hem. 


1. Zie den heil’- gen Engel vlie- gen, Ko-men 
2.Hoor,o mensch, die blij-de bood-schap, Ga van 
3.Hoor, o mensch,naarzij-ne bood-schap,Zie,de 
4 


„Hoe ge - va - ren u ook drei. gen, Zij des 


Eje & sl Po) Er): 


ge-lie, Zoo als ‘teenmaalwas wel - eer. 
ge-lie, Wordt ver-zoendmet u- wen Heer. - 
ko-men, Sluit u bij Godsvolk nu aan. 
ein-digd, Gaat gij in Zijn eeuw-ge rust. 


EA EP EEE ER KENG PCE HI 
EF EISEN K EED UE LONEN ISEEN WEEK) BO BD ER WES Ee 
EWA OD ED ON ED EN SE WL BT AN ED IE CERN 


ESP U 
AVENE Mit TU GI AE EEEN EN 


1.Wie Godmint,heeftgeen stof Tot vreesvoor ijd’- len 
2.Hij wei-gert Go-de lof Die Hem nietheeft ge - 
3. Ja, God,die daar re-geert,WaarHij theel-al aan- 
4: Dieheil-ge God der macht,Die Va - der,Bronvan 


Bs 

En en Eenes 
hoon, Tot vrees voor ijd’-len hoon; Ver - ee-nigd zin- gen 
kend, Die Hem niet heeft ge-kend; Gij,knechten van Zijn 
schouwt Waar Hij ’t heel-al aanschouwd,Bedaartdenstorm,als 

hoop, Die Va- der, stk hoop, Dieons totgidssteeds 


wij Zijn lof, Aan - bid- den voor Zijn. 
_He - mel - hof, Maakt Zij - ne kracht be - 
Hij ’tbe-geert, Ver - lost die op Hem 
geeft een_ wacht, Wijst on-zen le -vens- 


BEEN P____{ 4 
If ae enen Danen neen | 

troon, Aan - bid-den voor Zijn troon. 

kend, Maakt Zij-ne krachtbe - kend. 

bouwt, Ver - lost die op Hem bouwt. 

loop, Wijst on-zen le - vens - loop. 
BANE KE ERG EN 0 Nn Bee 
Ed EDEN KOE DE ARE A 
EEN LEE ERLE EE RO MOEREN REE | 

5 


‚Wij staan dan eens vóór Hem, 
Bewijzende Hem eer, (bis) 
Door Zijn genâ klinkt onze stem: 
Voor altijd met den Heer. (Aes) 


| 6. 
Eens zullen onzer veel 

Genieten eeuw'ge jeugd, (bss) 

't Vooruitzicht op dat heerlijk deel 
Geeft ons voortdurend vreugd. Gis) 


— 150 — 


_No.73. 
Heer! geef Geloof .** 


H.E -GILEs. 


15 In duis-ter-nis ge - bon-den 

Z2.Heer,geef ge-loof om te weer - staan 

3. Dat hier-doortwij-fel wordt ver - stoord, 
sl bel 


Het on-ge - loo-vig men-schen - hart. 
Des monstersklauwen boo - ze list, 
Tot- datmijn oog Uw glo-rie ziet; 


Diep zinktde ziel, die smaadt het licht, 
Een grootge - loof, waar - door wij gaan, 
Leef ik op aard;in ‘tgees-ten - oord,— 


el Ne 24 
Der_ waarheid roepstem im - mer tart, 
Van_ trap tot trap,tot U - we rust, 
Uw mil-den ze-gen derf ik__ niet, 


ds 


EL ES EER KEY Ie 
1) e 


Der_ waar-heid roep stem im - mer. tart. 
Van trap tot trap, tot U - we rust, 
Uw _ mil-den ze - gen derf ik niet. 


_No.74. En | Se Ee 
De Verspreiding van het Evangelie. 


1. Je - ho - ‘va, Heervan’tganschheel-al, Ver- 
2. Met smachtend hartver - lan - genwij, Heer, 
3.’t Werk rol - le voort,tot - dat hetwint In __ 
4, Een lied van al - le vol-k'rensaâmWeer- 


LED KEEN EEP" LIE U EEG 5 E.E" EE 
EEEN 7E 9" BEE AEK EE 
ETAT 


en EE LRE 7 BEEN ELS BEEN AREN EAU nan 


klaar Uwrei-ne woord, Tot ‘tzij verspreiden. 
naar Uw Ko-nink - rijk, — Dat d'aardeenszij van 
elk ver-wijderd oord, Tot - dat een ie - der 
gal-medan in ‘trond, En Uw ge-rech-tig- 


fes? ri Or een Sien 
) EN afd 
o - ver-al Uw na - me zij. ge 
zon - den vrij En in haarglo - rie 
men-schenkind U een-maal toe … be - 
heid en faam,Klinke uit een ie - ders 
î N be 
TCE CRD CTR 5 GS PED 
PKD 
De EEN EE EN ID KEN EEE EEE REEN RENDEN 
WEL EE MEN CEE RE WE B jeden 


er-spreid, en 
prijk,—- daard eens zij van 
Tot - dat een ie - der 
Uw ge-rech- tig - 


— 153 — 


el 

a EE enn nn 
er-al Uw na-me zij ge - Snert 
zon-den vrij En in haarglo-rie AE 
menschenkind U een-maaltoe- be - ort 
heid en bee een ie- ne mond. 


\5/ 
No.75. KE 
De Pinksterdag. 
E. BEESLEY 
jet TD 
GE ee esin 
1. Glbot was de vreug-deop 'tPink-ster … feest, 
2. Zijn ga-ven,door geen menschge - dacht, 
3. Met macht be- ‘kleed, in je - der_ oord 
4.Die op uw woord ge - loof, wil_ slaan _ 
BEE 
eh EENREGN BN ME DSE 
Zea nn nen EL ze ELI 
ET ON EE DE 
En) ) e ed 
“Toen vanGodstroon de Heil’- ge Geest 
Be-za-ten o- ver - tui - gings - kracht; 
Ver-kon-dig-den zij Je - zus woord : 
En wordtge- doopt in__ Je - zus naam, 
s  « 
GE 
Eee EEE EES on 


Door ie-dre ziel werd Go - des woord Al- 
Pre-dikt het schoon ver - los - sings-plan, Het- : 
Ontvangtver- gif - fe - nis van zond’ En. 


ton-gen vuurs,_ door Hem be - 
daar in ei - gen taal ge - 
welk een ie  -. der red-den— kan. 
vindt het heil in Mijn ver - bond. 


€ 


5. 
Dat wijsheid trone of onkund’ bind, 
De oprechte ziel wordt als een kind; 
Mijn heil'gen Trooster, als een pand, 
Zal Ik haar schenken door uw hand. 


_> Satan beeft voor zijn nederlaag, 
De zondaar ziet zijn wegen graag. 
Maar gij zult als verwinnaars staan; 
_ En volkren nemen waarheid aan. 


— 155 — 


_No. 76. 
Verlosser van Israël! 


„Ver . los - ser van Is- rel, onz’ ee-ni-ge 
2. De Her. der ver- za-melt Zijn scha-pentot - 
3.Lang daol- den wij rond in de zon-den en 
4. Als kin-drenvan Zi-on ver-wachten wij 


vreugd, Tot Wienvoor een ze. gen we gaan; Een 
een, En voert hen naar Zi - on in vreê. Waar- 
schuld, Én von-den geen vre- de daar-bij; De 
Hem, wj ne - men Zijn tee - kenreeds waar.Vreest 


f)_L Hen f Denen 
PMD Eed BEE BLENG BER ens: D 
BV MT TER EE BEZ Wi SNE ETT RN DE SON 
Sl a en EN m 


scha-duw bij dag en een licht in den 
om lan-ger treu-ren in da- len des 
vij - an-den lach- ten bij ’tzien on - zer 
niet, blijft ge - trouw, want Zijn ko - nink- rijk 


s „sss 


| dwa-lingheeftHij onsont - daan. 
__doods?-De__ Heer, hun Ver-los-sergaat meê. 
smart, Maar Ís - rel is spoedigweer vrij. 

tuurder ver.los-singis daar. 


pmm Ed 


No.77. 


_— Ons hooger Doel.** 
EVAN STEPHENS, 


1. Gij dwa-ze ziel, die abott er if het 
2.Dwaasheid,el - len .deen smart, Acht gij ons 
3. Hoe-wel zoo arm en… klein, Aan u-wen 
4. Rijk-dom on-schat-baar groot Biedt Je-zus’ 

Ô Kn | 


Ì 


pad der deugd, Gij zoekt ver- geefs een 
le - vens-lot, En kunt niets groots of 
smaad ge - woon, Zoo dwaasen nie- tig, 
lief - deons aan, Met vreug-den uit de 


an - dre weg Tot heil,: ge - luk__ en 
heer- lijks zien Of goeds in on - zen 
rij - zen wij Ver bo - ven u - wen 
le - vens-bron Wordt on - ze ziel be- 


SU 
| 
| 
\ 


DP LR OPOE SRA Dane Ti: 

Den & EED he en En 
Ef. waan ee en ORE a GT om 
PS NE MU OMEN EG UE EE ZON EN VN 


vreugd. Waarom werkt gij het kwaad, En ijlt tot 
dood. Als-of tot leed_ op aard, Wordtsomshet 
hoon. Tot hoo-ger doel_ heeft ons De Heil-ge 
laän. De Heilge Geestschenkt ons Ge-na-de, 


ds dd 


ed VAE EF A ED _ 
CUD AL EEN BETE VE EE AEN SEN LORE BE ENE eisal AG DRT 
EEN ERD HEEE EE SED MEE KEEN MEE SEREEN ME ba El 


uw ver - derf, En haatde wijs 
hart_ door-knaagd, Wij le-ven, van 
Geest_ ge - leid; Tot ko-nin - gen 
wijs - heid, macht. Leidtook ons pad 


van _—  om- hoog, Ver - beurt_ uw he-melsch erf? 
gansch ver- acht, En ster - ven on - be-klaagd. 
pries - ters heeft Ons Chris - tus’ bloed ge - wijd. 
kom - mer heen,„tIs tot___ons heil be- dacht. 


Zar 
BEEREN 
el Sd Nelle He BE GE: | 
A ELD REE EA EE ENEN LE GE ES En WEP SCES 
een nn se am! 


54 


Gods Englen dienen ons, 

Zij slaan ons altijd gâ, 
Bewaken steeds met teedre zorg 
De kind'ren der genâ. 

Zij schenken al wat ons 

Tot eeuw’ge vreugde dient; 

God zelf is onze Vader trouw, 
En Jezus onze Vriend. 


6. 
In ons wordt naar Zijn beeld, 
Gerechtigheid ontplooid; 
Wij zijn met glorie eens bekleed, 
In vlekloos wit getooid. 
Meêlijdend zien wij neêr 
Op d'aardsche vorstenkroon, 
Want ons geboorterecht is eens 
Te heerschen met Gods Zoon. 


— 159 — 


De Morgen Zions. | 
W. N.B. SHEPHERD: 


Geef ons plaats om eens te zijn Waar zich 
„Zie hoe licht de. mor- gen daagt,Schoon na _ 
„Zie, haar zon ver-dwijntniet meer, God is 
. Zj - on, blijf be-staan en bloei, Schijne uw 
EED 


Br ODO a 


E fan VK en Ben Ee tn ee ee 


ga-dert Zi … ons volk. Zie haar kin-dren, 
zulk een donk’- ren nacht; Zi - ons heer-lijk- 
zelf voor haar een licht, Ha- ren weemoed 


eerst ver-spreid, Zich ver-zaam-len als een 
heid ont-luikt Vol ge-rech-tig-heid en macht. 
weert de Heer, Eeuwge vreugdheeftHij ge-sticht. 
van al - om, O - pen hun uw Konink-rijk. 
ss # ge 


No. 79. 


_ Waarheen gaat gij? 


y, ) | ) Fiad 
6 Lj i 
„Zegt ons, Heil-gen, wáar-heen gaat gij, ’tOog om- 
„ On-heil,storm en ramp be-dreigt u; Zijt gij 
„Zegt ons, Heil'-gen, wat ver -wacht gij Als uw 
5 EN ons, Heil'-gen, mo-gen wij ook Met u 


) 
hoog en hand aan hand? Wij gaan op des Ko-nings 
voor'tge-vaar be-stand? Waar-om zou-den wij toch 
deel aan’tWes-ter-strand? Glo - rie-kroon en Pries-ter- 
trek-ken naar dat land? Komt,weest wel - kom, volgt ons 


ete ST TETTËE 5 5 s 
mn nn nn ne en ZEE od van 
8 
Á ï 
9, D, a e , f ì 


ea vi | De 
roepstem, Naar Zijn Zi -on, 'tVa-der- land. O -ver 
vree-zen Als wij vol-gen Gods ge - zant? tPriester- 
klee-ding—Bij vol -har-ding-uit Gods hand. God, den 
al-len,’tOog op God en hand aan hand! jj der 


En, Ò 


zee en berg en da-len Gaan wijnaar de blij-de 

schap zal ons ge-lei-den; God zal ons van ramp be- 
Heil-gen, On - ge - zie-nen, Zul-len wij eens zien-de 
Eng-len vreug-de- zan-gen Zal de Heer ons zelf ont- 


de 


za-len, Gaan wij naar de klij-de za-len Van Zijn 
vrij-den, God zal ons van ramp be -vrij-den, Hij brengt 
die-nen, Zul-len wij eens zien-de die-nen In Zijn 
van-gen, Zal de Heer ons zelf ont-van-gen In Zijn 


Me er zeer 
Zi - on,‚'tVa-der-land, Gaan wij naar de blij-de 
ons in tVa-der-land, God zal ons van ramp be- 
Huis in tVa-der-land, Zul-len wij eens zien-de 
Huis in tVa-der-land, Zal de Heer ons zelf ont- 


za - len van Zijn Zi - on, ’tVa- ) 
vrij - den, Hij brengt ons in tVa- der - land. 
die - nen In Zijn Huis in ‘Va- der - land. 
van- gen In Zijn Huis in ’tVa- der - land. 


dd 


No. 80. za 
Het Hart kent daar de zijnen. 


„Als voor-uit-ge - reis-de vrien-den, Strij-ders 
Heil, mijn zie-le! wat u tref-fe En in 
en ver-moei-den, Heft in 


. Komt, be - las -ten 


‚E. ” PPD 5 


Va -der-huis om-hoog,Vreugde ons al-les doet ver- 
on -der Je-zus’ vaan, Die met ons den Hei-land 
kommer bui-gen doe, Datdie hoopuw geest ver- 
ho - petoog naarginds, Waargij uw aan -’tstof-ont- 


et ned 
ee ie dann aen En ) 


—_ 168 — 


B ee EE Hil 2 
Mb ol Wee 
ml O2 RE 
He B tn ied 
ee ande 
OE OO 
zaal B Gh mn 5 
bes h en A | | lin 
5 ik 5 be hi E Cal | le 
Ln ek Je | ë „Je Ô | 
) 33 MEE GD 
L, sk HO 
hl 8888 - EL ® 
Ik eo Ive’ 
4 it D 
5 5 ie 
53 B 
E | 


hart de zij-nen 


kent de 
en 
IJ 
P 
EEEN 


ijnen,tHarte kent de zijnen daar. 


Uit: „Het Zand der Vreemdelingschap’”) 
— 165 — 


t kent daar de z 


Boven de Sterren. 


No. 81. 


1 ster -ren zal ‘tlicht voor u 
2.Bo- ven de ster -ren wordt al - les u 
3. Bo- ven de ster-ren,daar ziet gij eens 
4. B de ster- ren, daar Ee „schen de 


Daar wordt uw ho - pen, uw 
klaar-heid, Daar ziet gij ze - ker de 
we - der Al - len, die ‘lot hier van 
pal - men, ‘“tKoel-fje u toe, dat de 


_ Je 


| B 

wen-schen ver-hoord; Hier moetgij lij - jeje 
raads-len ont-huld, tWoord der be - lof - te, den 
u heeft ge-wend; Daar valt de scheidsmuur, de … 
sla - pen u kust. En-glenge- lei - den met 


dul - den en dra- gen, Daar wordt uw _ 
Godd'-lij -ke waar-heid, Daar wordt het 
sto - ren-de ne - der, Daar wordt de 


hei - li - ge psal- men ‘tDogd-moe- de 
ged add 


vre - de door niets meer ver-stoord, Daar wordt uw 
heer-lijk én eeu -wig ver-vuld, Daar wordt het 
ziel doorde zie- len her-kend, Daar wordt de 
har -te ter eeu -wi-ge rust, zee de 


vre - de door niets meer ver -stoord. 
heer -lijk en eeu - wig ver- vuld. 
ziel door de zie - len her - kend. 
har - te ter eeu - wi - ge rust. 


sd 


/ j 
(Muziek: Neerbosch’ Zangen) 
— 167 — 


No. 82. 


nu door 
den geest van wen Zoon, 
4. Laat ons dan Zijn i - gen zijn, 


y y L/ / / d 
Trouwe He-mel-va-der bo-ven, En mijn geest voor 
Dietot redding is ge-bo-ren, Dat Gij van der 
Onsge-lei-den, in onsbranden, Zoo - dat, wan-neer - 
In Hem in-nig,trouw den Schenk js Zij- ner 


ij Zen p/ D BEE SRr 
U ver-schijnt Om met en-glen U te 
waar-heid troon Ook mij, sterv-ling, hebt ver 
Gij ons roept, Gij ons reikt Uw Va-der- 


lief - de macht, Mo-ge ons niets aan Hem ont- 
Eer 


= zicht 


Dan om-straalt mijn aan- ge 


loo-ven. 
ko - ren. 


han-den. 
roo-ven. 


86 - lijk, 


den nacht tot ’tlicht, 


ik Hem dan ben 


Als 
Voer ons uit 


Kd 


- na - de rein 


se 


Maak ons uit 


Dan om-straalt mijn 
Als ik Hem dan 


Waar wij zien Uw aan -ge-zicht, Voerons uit den 


’ 


hemelsch licht 


lig, 


Welk een za- 


» 


Neemt Gij mij in ’tHemelsch rijk 


uit ge- 
PE 


ons 


r,laatons za-lig zijn! Maak 


Va -de 
d 


| aan-ge-zicht Welk een za- lig, hemelsch licht. 


ben ge-lijk, Neemt Gij mij in tHemelsch rijk. 


nacht tot ‘tlicht,Waar wij zien Uw aan -ge - zicht. 


p. 


ee 


na-de rein, Va-der,laatons za-lig zijn! 


© ‚ 


__No. 83. 


hdkaad 


d mij 


lei 


Als een Herder, 


“ont 
U 


det, mij 
eeds vr 


Dat mijn hart r 


‚ Hei-land,als een her-der 
- loof - 


‚Gij be 


bl 


ae) 
SS © 
ES 
© S'® 
Sm 
“ | a 
| 
525 
Ie 
omst 6 ope 
D em D 
ES 
mi 05 


nen 


| 
Gd 
© 
„2 8 
AO 1 
an 
RS 
Es 
DP 
0 
EE 
es A 
pel 
© 
er 
p= 
ed 


leid mij, 
zoe - ke, 


Doe mij ken 


= || 
84 
„© &o 
he 
dn 
5 5 
en 
sd 
32 
Î 
rd © 
© © 
zs 
EE 
ne 
1 
UI ers 
oma) © 
EB 
„5 
ke 
Cm 
5.8 
6 rl 
—R 
es D 
SS 
5 


Lief - de 


- re, 


gen lee 


Dat ik_ van Uw we- 


170 -— 


) 
emnnserd 


in…- Dier-bre Je-zusl 


U, o 
na-de maak mij rein 
boe -zem vull 


rein mijn 


plaats bij 


En 
ijn en 


Leer mij nee-drig zi 


Dier-bre Je -zus! 
Dier-bre Je-zus! ’kBlijf in U 


- vre-deen 


-den 


te 


red 


kep} 
> 
5 
em, 


bre Je-zus! 


* 


ier- 
Dier-bre Je-zus! 


D 


„zus! 


bre Je-zu 
Dier- bre Je-zus! 
Dier- bre Je-zusl 


-zus! Dier 


ier-bre Je 
Dier -bre Je-zus! 
stils___ Dier-bre Je-zus! 


D 


barman 
je 


klein 


neer 


A 


te_ red-den kwaamt Gij neer. 


Om 
Leer mij 


klein: 


gijn en: 


nee - drig 


vre deen stil 


te 


kBlijf in 


kl 


Morgengebed 


1. Mijn eerst ge-voel zij prijs en dank, Loof 


Dat 


- trou -we knecht, Steeds 


2. Heer, neem mijn lot ge - na-dig waar! 


ik, als een ge 


3. Dat 
4. Dat 


In 


-tijd 


= vens 


le 


-luk der 
d 


À 


’t 


pi 


God - za -lig, nee-drig, 
‚ En dan loop in 
zaan 


y 
iel! De Hee - re hoort uw 


m 
ziel! 
U vol- gen zal. Wees mij een Red-der . 


SEREEN 
BETEN 
ERD 
mij - ne 


lof - ge -zang, Ver - hef Zijn naam, o 


y, 
God, o 
ik 
naar de waar-heid streef, 
U -we vrees ge- niet 
mn nnn ann, nnn 


ziel! Wees 
val. Geef 
biedt. Mijn 


-vaar, Een Va-der als ik 


aar-heid Be-sluit,als Gij ge- 


in ge 
kuisch en recht Door Uw ge - na -de leef. Dat 


On en rn en annen mm en men 
vn and 
) 
nu ge- pre - zen, od der macht, Ge - 


mij een hart op deugd ge - richt, Ver - 
ik om an-dren bij te staan Nooit 
eerst ge-voel zij prijs en dank, Loof 


Et 


dankt zij U- we trouw, Dat ik na de - zen 
vuld metlief-deen moed, Een wij- zen geest, die 

werk of po-ging mijd, Mij steeds in hun- ne 
God, o mij-ne ziel! De Hee- re hoort uw_- 
A) | 


N 


A 


Vik” 
zach-ten nacht Het dag-licht weer aan - schouw. 
zij- nen plicht Er - kent en wil-lig doet. 
goe-de daân En hun-ne deugd ver - blijd. 
lof - ge - zang, Ver - ai Zijn naam,o…_ ziel! 


N N EE 3 


Far ZN CE … K Ll 
Ld LP iT EN EE EEEN DP CERES DE EE iS … GEEEEERN DS pe L 
EEE Sh 0 EEN PEEN LEENE RESNCOONE SRS OE U RES 7 EEEN Ed 
EG Deh EE CEE EEE ENEN VEENEN EN EEE MEN SD GG Ì 


No. 85. 


iele. 


1, mijn Z 


sti 


ij 


_Wees g 


er-trouw op den Heer, 


2. Wees dan blij, mijn zie-le, Be-rust in den Heer, 


» 


-le 


mijn zie 


b) 


1. Wees gij stil 


Pi 


mer-meer. 


‚Gods trouw neemt geen keer. 


-zus nim 


Je 


„le, 


® 
5 
‚® pens 
de 
ond 
kend 


ijkt 


Wat u ook ont 
wat w 


Want, 


Blijf on -ver-saagd. Want de mor-gen daagt, 


» 


Wie u ver-liet, 


God be-geeft u niet 


— 174 — 


En uw zaal-ge toe-komst Brengt meer dan gij vraagt. 
Uw vertroosting blijft Hij Steeds in uw ver-driet. 


Dan smaakt gij vrengd. 


dier- bre Hei-land, Kom spoe- dig,kom, 


Nog slechts een wij - le, 


0, 


- heugt. 


== 
jee) 
an 
2e 
Es 
© 
En 
CRE 
S A5 
Oe 
2 8 
L| 
s.S 
zE 
© S 
2 4 
Ee. 
SE 
e 1 
TE 
u 
53 
ern 
35 
5) 
Zi 


men 


2. Niet in 


No. 86. 


ons daar we - zen, 


zal het 


eZ 
A | 
Edo 
S8 
à 28 
5 N 
K=, 85 
Sd bs 
RE 
3 sE 
® RENS 
© a 
do; 
© 
Gand 


3. Za - lig 


„nij, Maar naar Zi-ons 


Die voor Zij -ne schapen stierf, En voorhen het 
Mesechs woeste 


Of in 


Nureeds,voor er Je -zus is, Maar toch duizend- 
Bens ed 
REKER AE 


Kd 


in de 


eeu-wig le-ven, Aan het kruishe 
den, 


dier-bre stran 


ma-len meer nog, Eens 


BES wl 
ESS HI 
688 Slk 
En 
ez He | 
ES 3 HE 
SES gaan 
Bee Zeu 
RS SE a: 
Sól ui 
ln 


= 


=118-= 


her - der, roept Hij 
ons me - de! 
Je - zus!breng ons 


met 


de 
len. 


- ven- als 
Komt, trekt al - 


E 


Zoo gij hoort naar 


® 
B 
rn) 
Lj 

Ln 
kn 
5 
©. 
> 


Lie - 


Zij- ne schaapjes een voor een; 


Luistertdan ook 
En dat ras de 


om God te doen, 


_Spoedig,waar Gij zelfeens zijt! 


bs het u 


IN 888 IN 
Hi SEE il 
En ed DN 
5 | 
Ile EEA 
A EEE 5 Kij 
SEEN 
| he SS Een 
Bell 
A 8 © 
hn 5 5 SK nan 
Hls a Hij 
Ë gee 
H E38 U 
AN Ss ed -® mn: 
AL Ees Kil 
ê SN te! N 5) î ®. 
UT 255 Al 


En tan 


Spreekver - ge - ving op mij uit. 
Ik ben vei - lig dan al - leen. 
Nooit Uw kin - de - ren___ ver - liet. 
besdan in ga: Ah: Uw’ vree, 
, d zg, pl ET P ® 
OR ma Hi 
rik. 
Ne) 
No. 88. En hd 
| Voor hen rijst mijn Bede. 
SE. 
niee Te tad 
2 3» P | 
ke, 
1. Ik heb een Hei- land, Hij pleit bij mijn 
2. Ik heb een Va - der; Hij heeft mij ge- 
3. Ik heb een bruidskleed,zoo schit-trend,zoo 
4. Ik heb een vre - de, die ‘thartdoet ver- 
Gn nnn 
ns 


Va - der; En wie mook ver - la - te, Hij 
ge - ven De ho - pe des le - vens, zoo 
blin- kend, Dat heer- lij - ke kleed is voor 
blij - den, Een vre - de ver- geefs in de 


Pi 


Jed zjn id 
blijft mij na- bij; Zijn oogslaatmij ga-de in 
za-lig,zoo zoet; Wel- draleidt Hij mij in het 
u ook ge-reed; En als mij dat feestkleed ver- 
we-reld ge-zocht;Mijn Hei-land al - leen stort dien 


d 


BP ol 
tee- derst er - Aaen Och, dat mijn Ver- 
rijk der ver - los- ten, Kom, zon-daar, ga 
siert in den he - mel, Och, zag ik ook 
vre- deuit in ’thar- te, Ge - loof, dat die 


met mij den Heer te ge- moet. 
u daar om-gord met dat kleed. 
vredeookvoor u werd ge-wrocht. 


Voor u rijst mijn 


u. 


“bid oak voor 


hl 
la) 
Ù 
5 
1 
keb} 
le) 
5 
Hand 
zj 
> 
Ae! 
em 
Sa 
| 


5. 
En heeft de Heiland in liefde u getrokken, | 


Vertel dan aan andren, hoe dierbaar Hij is; . 
En bid, dat uw Heiland ook hen tot Zich trekke, 


_Uw bidden voor andren verhoort Hij gewis. 


Koor na het laatste vers. 


Voor u werd gebeden, 


9 


Hij hoorde die bede 


Uw bidden voor andren verhoort Hij gewis. 


bundel.) 


Wit den Sankey- 


— 181 — 


No. 89. 


/. Hier ben ik, Heer,om te ver-vul-len, WatGij in 
2. Be-wondrend heb ik o- ver- wo-gen, Hoe U- we 
8. 0, dat ik im-mer op U bou-we, O Gijmijn 
4. Nooit wil ik mijvoor spottersschamen, Wegensden 


U - wen lij-dens-nacht, Naar Uw 6. nâ en 
lief-deons heeft be-dacht; Hoegrootis wel Uw 
rots,mijn heil,mijn Heer! U zeg ik on-ver- 
dienst U toe - ge-bracht, Nooit mij tot ee-nig 


heil-genwil-le, Alsplichten wel- daad ons aanbracht. 
me - de-doo-gen, Dat U aan’tkruishout heeft gebracht. 
breekbretrouwe Bij ’ta-vondmaal ter U- wereer. 
werk be-kwamen, Datmijn ge- we- ten zon- dig acht. 


Nl En ie eed Jed d, 


Cd 
Bn) | Pl a} Baer 2 
df AE ME 5 EEE U 
EPEN ROEMEN AGE WO ME TR Et RRS EED HE MERG IED PA EEE NE AES 14. 
RET 


O0, geef van ster-vens - smart 
De U - we wil ik eeu- wig zijn, 
Doorstroom mij met een stre- ven rein 


ne dd 


Gees- tes - kracht, Ux 
Thans nieu-wen in - druk in__ mijn hart, 
„Gij stierftvoor mij, ver - droegtdie pijn, 
_ Omsteeds op - recht-ge - zind te zijn, 

ds 273 | 


Pi \ 


Ee 
() 4 | 
ED LEEN BEG GEENEN LEEN KEE SE EE KOEEROD MEN OKRES ENEN EEDE ETEN } 
ien Eed Mp Ed BE EE a earn A OEE Mn ED | 
ON a ND EE NP NE 
LTE SD nl BA GD Emm Sa í 
| 


Mij U- we Gees-tes- kracht,Uw licht. 
Thansnieu-wen in - druk in_—_ mijn hart. 
Gij stierftvoor mij ver- droegtdie pijn. 
Omsteeds op - recht-ge- zind te zijn. 


eN EEE En LE 
Ma CP. ESE GEE VE AG SEL CEE Pl 
EAN EE ATEN ENE OE COEN CEN ENEN ND LE ED BEET CAE | 
EED EE END REN KO B) KERES MEM 0 BS GE EN SCEE ANG | 


_Vermurwd lig ik aan Uwe voeten, 
_ In smeeking, Heiland, lof en dank. 
Laat Uw genâ mijn strijd verzoeten; 
’k Wensch— als des wijnstoks eedle rank — 
Dat, om te sterken mijne trouw, 
Uw Avondmaal mij zeegnen zou. (Bis.) 


33 


hek 


ijk Land 


Een heerl 


| heer - lijk, 


ZOO 


top - pen straalt 


_ hui - zen 


ver - heft 


ver- 


2d 


© © 
SE 

| 
>| fe 
es 
SSH 
so 
Sas 
lS 
1 


À 


ier ge-bouw- 


fier 
Pi) 


zich 
4 


on - Zen 


bloe - men - 


sí 
keb) 

+ 
5 
© 
© 
= 
ua 
© 


S 
met 
tot 


eeuw’ - 
sierd 
hoog 


Wes - ten 


boo - n, 
zin - 


re 
de 
der 


in ‘tver - 
-lijk in 

-lijk on - 

dui- zend stem - 


ligt 
lief - li 
lief 


da - len 
me 
8 ik 


men 


— 184 — 


loofdaan’tzaad van 
is 


Aan hun-ne voe-ten 
Hoe bloei-en daar de 


Be - 
Het 


het huis des - 


de, 
"5 
1 

Oe 
gs! 
en) 
&o 
s 
5 
kn 
kel 
ke 
> 
en, 
sn 
> 
= 
© 
DA: 
erml 
E 
_ 
dan, 


cr 
© Ss © 
edo 
EE 

Sas U A 
® ® 
to 
Et O erm 
© es 
SSP N 
En pos 
EEE 
an Ër 
oP 82 


der prai-ri- en wei, 
na - bij, 
dd A 


vel- den, voor-heen een woes-te - nij, 


_ Hee-ren,waar Hij steeds is 


_gra-zen, in 


met vreug 


roept ook u 


- de, 
scha - pen, 


en 
Chen 


vre - de vee 
__vroo-lijk jui - 
loofd door de 


aai Cm 


kom daarheen met 
kom daarheen met 
kom daarheen met 


kom 


Kom 


Dre) 
ksb 
s 
et 
DD 
eb) 

nl 
Le) 
Gr! 
ae! 

5 
5 
© 

ed 


o kom met mij Naar 


mij, — 
kom 


ja kom, 


kom, kom, 


Pì 


‚kom, 


kom, kom, o kom met 


Zi- onsheil-ge ber-gen, 


Ren 
© 
B 
5 
© 
el 
© 
| 
ke) 
2d 
E 
© 
5! 
5 
PD 
a) 
Li 
Sd 
ke) 
Me) 


— 186 — 


Kom, o kom met mij, je 


O kom, kom, 


kom, kom, kom, 


kom, kom, kom, 


oe 


en, kom, kom o kom met mij 


: « 
DN KK ; e 
jee 


5. In zijne kostbre zalen stroomt nu het heil'ge Woord, 
Als troost voor alle zielen, uit ’s Hemels gouden poort. 
Ook zorgen milde handen, in deze dalen vrij, 

_ Voor ieder wees en weduw,o kom daarheen met mij. 
Koor. Kom,o kom, exz. 


— 187 — 


No. 91 


En 


Mijn Hoogste Goed! 


dig 


scherpste 


ge- na - 
blijf mij_— na 


te goed, 


h 


pel 
Ò 
© 
&o 
keb} 
a) 
in 
do 
© 
©: 
sl 


00g-S 


- 


1. Gij zijt mijnh 
°2.Gij zijt mijn 


Uw woord 


„Gij zijt mijnhoog-ste goed!- Uw lief - de 
En 


8. Gij zijt mijn hoog-ste goed!- de 


van 
Gij 
En 


bloed geeft 


Uw har-te - 
maak mijn zwak ge - moed 


’ 


_ Uw ver-troosting zoet. 
zwak-ken le-vens- moed 


bij, 


Pijn Maakt 
macht Geeft 


Heer! 


Mijn ziel heeft U var 


Penn 

RE 
er 
D omt erm 3 
DA 
BP 5 4 


|| 

“t W 
ER: 
RENS 
tt [ 
bo 5 
2 ae 
P 8 N w 


L 


A 


5. Gij zijt mijn hoogste goed! 


er 
= 
Ee el 
ua 
© 
kee) 
D 
an ad 
zn 
A 
hel 
p= 
& 
a Ne 
am 
ak 
of 
5 
Har) 
en 
Á 
kb] 
60 
DE 
N 


Gij, Heer, alleen! 


‚ maak’ Uw Geest steeds meer 


Met U mij een. 


Och 


_Verwachting.* 


92 


| No. 


rens rij- 


en zienden tem-pel! Zijn to 


zen 


2. Wij wil-len zienden Hei-land, Hem zien van oog tot 


il-l 


— 189 — 


& 


Waar 


tig Naar. 
stem; Wij 


- zen sta - 
Als Hij eenskomt in glo- rie Van 
sten. zins 


Zijn 


- sen wij 
ren Chri- 
-ren wij 


© 


&o 

© 

© 
5 


Wa 


5 
© 
© 

2. 
5 
® 
d 


= 
Za 
ua 
= 
ve 
N 


it 


he-mels blau 
d'oorden daar om- 
-_ men U 
loo - en hoo 


’S 
ko 


Hem. 


in 


- gen ons 


- heu 


ò d 


land, Ontvangt een woonplaats in.…— 


ze Hei- 


on 
krij-gen Vaders’ ze-gen,Ver 


pn 
-ZUS, 


Je 


d 


No. 93. 


Rusten aan Zijn Zijde. 


zwak ben en ver-moeid,Heer, Kom ik 
2. Gij zijt needrig en zacht- moe-dig, Dat ik, 
8. Wees mijsteeds na- bij, o _Hei-land,Troostmij 
4. Houdmij rein,Heer!maakmij hei-lig, Vul mijn 


rus - ten aan Uw zij. Zie mij ko-menin ge- 
Hei-land,van U leer, Laatmij nimmervan U 
op mijn le-vens- reis. Maakmij rein van al - Je 
… hart metvredeen lust; Leidmij voort,tot-dat ik 


ded PEN 


loof, Heer, k Weet, Uw bloed maakt rein en vrij 
dwa-len, Houd mij aan_ Uw zij, o Heer, 
zon-den, Leid mij naar_ Uw Gods-pa- leis,__ 
vei-lig Juichaan s'He - mels zaal-ge kust 


@ id PRS , © NS 
A CU CD GE EE ; DB —f 
Et EE TEEN … CTI CEE … AG Lj 
PE PE AEN WEE EEEN 0E ON OE ON OEE OU MRT 
ED nere EERE AREN Le 


zie mij 


ko -men, 


de 


0 
3 
2 

E 
=> 


et 


-land 


Hei 


B 

Sag 
des EAS 
mj ne 
eel 
© AS 

et 

° opd 
p E 
© Sn 
© &: 
Ela 
le 
Nie 
LÌ 

RE 8 

5 EN 
S rak EAS- 
Gn ha enk 
© En 
v SS 

= ËS 
<s CU 615 


192 ee 


Dag der groot-ste heer-lijk-- heid! 


glans, 


van kleur en geur en 
Hem, der Heer, voor wien ik 


Vol 


leef, 


Als aan Zi-ons le-vens-stroo-men Mij mijn 


Daar zijn en-kel zon-ne - stra -len Aan een 


Waar ik, rus-tend aan Zij 


© 


n voe- ten, Eeu-wig- 


dier-bre Hei-land weidt. Daar is dan de grens der 


on -be-wolk-ten _trans.Daar sierteens een konings- 


lijk Hem ee -re 


, 


geef, Heer! tot-dat die dag des 


me ne 


15 


leed. 
reid 


Va-ders … 
vol des Heil-gen 
ge _ trouw. 


; 


mer angst of 


ook een sneeuw wit Pries-ter 5: 


Je - zus eeuw 
U - we komst be - 


Daar baadt zich ons oog en 
Wie eens met des 


Maak mij, 


te In 


' 
8 
ie) 
4 
8 
fa 
8 
a 
© 
42 


Zo - ne Hierschand en smaad-heid 


Gees -tes, Voor 


kroo-ne En 
har - 


smar - 


— 194 — 


No. 95. 


De Zeven Kruiswoorden. 
| JEN EVAN STEPHENS. 
—r EN 


smen Je -zus heil-ge han-den Aan den 
‚Als de Hei- land aan het kruishout Tus-schen 
3. Als de ne -vens Hem ge-kruis-te Aan Zijn 
4. Als de duis-ter - nis den berg-top Met een 


EON 
B ATEN EE oe EEE CE ES SE ET CLE N _—_N) 
PA be IVi} SEE BE EEE DEUS GED NN EREN EES U WE LIEREN (EEEN UE D 
en ns LE EEEN EERE ; 


PR 

hou-ten kruispaal sloeg,Was’t aandoenlijk om't aan- 

aarden he-mel hing, ZagHij nogZijn lie -ve 
onschuld hul-de deed,Vond men Hem,hoe af - ge- 
dik-ken mist om -toog, Die den mond der spotters 


\ Te _e 


Er 


4 FR N as Ne 
LS ATTENDANT ETON Aan me | 
paie VE rammen antenne rn 
A bh FeS Bee Hea f nt as 
DOEN PEEN EEEN GENSEEN … GNEE D ERG RE B dE ze GEENEN 

zn y, r) ER * | k ú 


schou-wen, Hoe Hij smaad en smart ver- 
moe - der En Zijn lief - sten vol - ge- 
mar -teld, Nog tot liefde en troost ge- 
ie snoer - de, is os hart ú met schrik be- 


ss de 


droeg. Bij het 
ling. „Vrou-we; 
reed. Ja, die 
woog, Toe in 


jef 


Die Hám hand en __ voet deed 


Zo - ne, Als Hij toog op de - zen 
hoo -ring: Heer, ge - denk hier-na aan 
nauwdheid, he een pie - lijk „8e- 


klin - ken van den 
sprak Hij, „zie uw 

be - de vond ver- 
tui - terst der _ be- 


Sprak Hij: „Va 

Daar -na: zo - ne, zie uw 
„He.- den zult gij“ sprak de 
Riep de Heer het „B - li, 


dep ven 

geef hun, Die niet we - ten wat zij doen. 

moe-der. 'tWas voor hem_ en haar ge - noeg. 
Hei-land,„tPa- ra -dijs__ zienaanMijn zij. 
E - li, La - ma Sa - bach-ta-ní® uit. 


sd 


5. Als de Heiland teind genaakte, 
En het scheidend levenslicht 
Nog de laatste flikk'ring spreidde 
Voor hun half verbleekt gezicht, 
Sprak Hij voor de vijfde male, 
Uit Zijn diep vermoeide borst, 
d'Eerste klacht tot Zijne beulen, 
Met een deerniswaard: „Mij dorst. 


6. Toen was toogenblik op handen, 

Dat een eind’ maakte aan Zijn lot, 
“Oogenblik, dat aard’ en hemel 

Ons verzoenen zou met God. 
Als de profetie vervuld was, 

En het vlekloos Lam geslacht, 
Riep de Heer met groote stemme: 

„Ss Menschen redding is volbracht 


7. Nog één woord klinkt van Zijn lippen, 

Eer Zijn hoofd terneder zijgt 

En Zijn afgesloofde boezem 
Van den bangen doodsnik hijgt. 

„Vader!“ riep Hij, „in Uw handen 
Geef Ik over Mijnen geest: 

Daarna stierf Hij; smart en lijden, 
Dood en doodstrijd was geweest. 


(Overgenomen) 
— 197 — 


No. 96. 


De Ure des Gebeds 


-bed, Gij 
En 


van ge 
bid 


ijd, 


t 


dens 


’ 


ure 
heid 


1 
© 
e 
NS 
5 
> 
e 


zaal’- ge 


Gij leidt mij tot des 


Blijf im- 


% 


uit der zor-gen net, 
der werk en strijd 


bat on- 


rukt mij 
Sab 


mer ster-ken 


m'ontviel! Tot 


tal 


Den Hel per,groot in trouw-be-toon, Die 
- bel 


Waar hier in Ba 


Va-derstroon, 
iel, 


en 


198 — 


Mijn … 


reed, 


Kz 
Red 
es 
hell 
E: 
m 
Lj 
® 
&o 
a 
8 
© 
ke 


woord ge 


’ 


ik 


voor Zijn kind tot 
de - 


op 


än bij mijn werk en 
En dan mijn voet zet 


8 
B 
8 
GE 
G8 
ie, 
k= 
B 
pe, 
=| 
[<D) 
© 
8 
zi 


5 
SS 


) 


-rol als een kleed 


aäm 


-te s 


RK 
&0 
ep 
5 
Lo 
rg 
ks 
Eee! 
1 
© 
&o 
$ 
ro 
® 
ln! 
| 
jj 


-ge Va -der - 


tee 


strijd tot staf U, 


land der rust. 


aan de kust Van 


(Uit den Sankey-bundel.) 


— 199 — 


No.97. 


ions. 


Dochter Z 


Er af 
- heugd!_ 
-vids Zoon! 


Gij___Da-vids Zoon, 


a 


Gij_— Da 


ad 
Wees 


1. Doch-ter__ 


2. Ho - si 
3. Ja, 


na, — 


Ho - san-na,_ 


an 


volk; 


-Za - tem! 


Zijn 


Vre - 
sd 


„- ru 


J 


GE Ren 
et EER 
We KE 
ma Be” 
Le / 
| 
Rn af 
e 


ze - gen zij 


d 


Juich thans van vreug-de, 
Heil en 
Wees nu__ ge- groet, o 


de - vorst! 
mien 
Benen 
B 

Br 


Heer! Uw 
- wig staat Uw 


ch 
E 
© 
e 
&p 
Bi 
Ee 
se 


Sticht ____ nu, 
Eeu - 


— 200 — 


toe. 


de - vorst! 
U 


Vre - 
komt 


na 


5 
5 
8 
aé 
Kl 
en, 


*Blij ____ Ho - san - 


Ja, 


an -na, Gij Da-vids Zoon, 


Ho - si 


0 


Wees _ nu ge -groet, 


at Wien 


No.98. | | 
Het Licht des Heiligen Geestes. 


Andante. GEO. CARELESS. 
y | 


AvA: D HBN ASH KI EEN KEG Ga 
_2.Hij wascht ons door Zijn bloed,Geeft oo -gen 


8 waar-heid zegt geen mensch,Dat Je - zus 
„Wij zien slechts gE ge Geest De kracht van 


wil__ van God; Dat wij__ ge - tui - gen 
om te zien; Hij, die_ voor zon -daars 
is___ zijh Heer, Dan door_ den Geest, die 
Je - zus’ bloed; Dies roe - pen wij ver- 


d 


van __ Zijn leer En van ons za-lig lot. 
leed __en stierf,Wil mij ook hul-pe biên. 
hem_ be -tuigt De waar-heid van Gods leer. 
heugd en blij: „Gij zijt ons eeu-wig goed: 


5. Och, dat de wereld kenn’ 
Het alverzoenend Lam! 
Gods Geest, bewerk geloof, en toon 
Dat Hij tot redding kwam. 


6. Dat door genàâ zij zien 
Den weg tot zaligheid, 
Die voor een ieder menschenkind 
Uit liefde werd bereid. 


7. Geef hun een vast geloof, 
Dat, wie Zijn wil betracht, 
De kennis in zichzelf bezit, 
Ten val nooit wordt gebracht. 


O,hoe schoon!** 


4 L\ N AN 
LEENE GEEN KEEN 1e’ BCA VEREN so ED 
LL @ 


Poen 

1. O0 hoe schoonzijn Zi- ons vel - den, 
2.Waar de kin-drenGodszich bui - gen 
3.Waar de jeugd, in rei-nen vre - de, 

4.Waar pro - fe - ten we-der spre - ken, 


het beek-je kab - belt 
tge - bed, bij dag en nacht, 
Kuisch vol-trekt den eeuw’-gen bond, 
Aan - ge-daan met Go - des macht; 


tie - ren, 


tig 


-den lus - 
„gen als reuk-werk stij - gen 


en-glen haar be - hoe - den 


Wou 


Smee - kin 
En Gods 
de 


Waar de 


-lijk -prij- ken, - 


© 

5 D 

eó ; 
"5 

8 

perd! 

© 

led 


En 


lacht. 


lijk 


Tot den troonvan'sHee-ren macht. 
Daarstaat men op heil-gen grond. 


En het bloemp-je lief 


O hoe schoon 
O hoe schoon 
O hoe schoon 


Rijk ver-sierd en pe -ne pracht. 


O hoe schoon 


O hoe schoon, 


ROES 


Re BEE 
nn EE EE 
waar de wouden staan, 0 roe schoon, 0 hoe 
Go-des kindren zijn, O hoe schoon, _ Ohoe 

Zi-ons hei-lig land, 0 hoeschoon, 0 hoe 

Gods pro-fe-ten staan,0 hoe schoon, 0 hoe 
en 


ge, À y, y. | | Pp 
schoon s _het‚,waar de wou-den staan. 
schoon tLand;waar Go-des kin-dren zijn. 
schoon Is dan Zi-ons hei-lig land. 


schoon ‘tLand;waarGodspro-fe -ten staan. 
| 


tt 
Ae” Î 


5. Waar de tempeldaken helder 
Glinstren in de middagzon, 
En den heilgen wordt gegeven 
Water van de Levensbron. 
O hoe schoon, o hee schoon | 
47 ene bis 
t Land, waar templen weder staan. 


6. Waar de Heer Zijn uitverkoornen 

Samenbrengt van heind en ver; 
Boven Zions eeuwge heuv'len 
Blinkt alleen de vredester. 

O hoe schoon, o hoe schoon, 
Lion, waarheen wij eens gaan. 


— 205 — 


| bis 


No.100. 


Vertrouwen. 


we - gen, Al 
ver - trou-wen, Be - 
„Wel kan Zijn hulp ver - tra - gen, En 


L\ Cd 


wat u'thar-te deert, Der trou-we hoe-de en 
geert gij d'uit-komstgoed; Op Hem uw ho -pe 
tschijnt of in den nacht Geen licht voor u zal 


ze - gen Van Hem,die ‘tal re - geert; 
bou-wen Bij al-les, wat gij doet. Niet 
da - gen, Als - of geentroostu wacht. Doch 


Lif 


- den Wijst 
ren! Draag 


pal - men 


den 
de 


% lij 


zal 
eens EN Hij 


5 
42 
5 
B 
el 
@ 
al 

î 
penal 
© 
ed 


lang 


-gen — 


Kan ook wel we 


spoor en loopen baan, 


nog een poosuw kruis! Wel -licht slechts wei-nig 


u 


Zelf in 


-we hand, Dan zingt gij vreug-de- 


thuis. 


eeu - wig zijt gij 
‘teeu-wig Va -der - land. 


d 
3 
0 
nl 
js 
=á 
© 
2 
Ei 
ks 


‚Waar - 


den 
- ren, En 
„men In 


vin - 
u 
psal 


— 207 — 


No. 101. 
De Boodschap der Zaligheid. 


Wijze. No. 100. 


1 
Wat is het Evangelie, 
Dat u zoo zeer verblijdt? 
Wat ist, en wat zal t blijven, 
Voor nu en voor altijd? 
Het is een eeuwge boodschap 
Van vreê en zaligheid 
Voor hen, die zich bekeeren 
Van ongerechtigheid. 


2D. 
Waartoe is het gegeven 
In onzen levenstijd? 
Zal ik er ook naar streven, . 
Mij wagen in den strijd? 
Het is een blijde boodschap 
Tot kennis van uw lot, 
Opdat gij, sterflijk wezen, 
Zult worden als uw God. 


3. 
Laat ons dan dankbaar strijden, 
Gehoorzaam aan Zijn Woord; 
Laat ons elkander steunen 
Door daad, gebed en woord. 
Weet, als wij steeds volharden, 
Dan is aan ‘teind ons loon, 
Dat Godes hand zal geven: 


Een overwinnaarskroon. 
A. de Brij. 


ROB 


No. 102. | j 
_ Het Oprichten des Koninkrijks. 


_… Jos. J. DAYNES. 


. Na- bij is reedsdie zaal-ge dag, De 
2. Des Hee- ren woor-den fa - len niet, Hoe 
3.Haast valt dat groot ver-meng-de beeld,Goud, 
4. Dan wordtdoor Jood en Hei-den saâm Den 


groo- te dag van on - zen Heer, Dat 
ook de Sa - tan te - gen - werkt; De 


zil - ver, ko - per ij - zer, leem; De 
Groo- ten Schep-per lof ge - bracht; En 
el Pe / 


Hij, met de__ver.- los - te schaar Zal 
steen rolt van den berg nu— voort, En 
heer-schap-pij— van bij - ge - loof Vliedt 
ton -ge - loof wordt dan door Hem Ver - 


En EEE df ESS ENE LE | 

En WAN OMVAL OP ON WER MEE EE Rn 

ASU Ep anne ese ze bnr el 
ko - men tot deez’ aar - de neer. 
wordt steeds groo-ter on - be - merkt. 


voor het. licht der waar- heid _ heen. 
ban - nen in een eeuw’ gen nacht. 


Ó 7 Oj 
mt u” Pe err" | | 
EERE RLR AE EEE Ze 
EE 0D CUE WEE MN RLG AE LE IN OE ELRO EER DRS 
EMT OPEN —MTECRENGDE ODE EN EE WEES O0] EN EE EEEN ELN BETEN Zei TE 
| 


Van Oost tot West, van Zuid tot Noord 
Zal ’s Heeren Koninkrijk eens zijn; 

_ En kindren veel van elk geslacht 

_ Zijn dan verlost van zorg en pijn. 


No. 103. 
De Wereld ligt in t duister. 


H.H. PETERSEN. 


„Heel de we-reld ligt in ’tdon-ker; 
aat den In- di - aan en Ne - ger, 


L 
„Geef aan hen, die zijn in ’tduis-ter, 


Heer, ver - 
Geef, van 


55 
@ 
© 
ei 
= 


En _ dat dra de 
Hun, die blind zijn, 


el 
kb) 
od 
an 
=| 
(<B) 
x 
I= 
eb) 
en) 


Le 
KS) 
er 
5 
sE? 
md 
gn 
(sb) 
Leb, 
5 
2 
a) 
5 
keb) 
me, 
Ld 
kn 
ind 
@ 
= 
ua 


mijn ziel en vraag: 


de 
won-der-ba - re red-ding On - ze God hun 


vul Uw Woord met luis-ter, 
d’Oos-ter-kust tot’t Westen, 


Ja, laat al 


+5 
5 
(3) 
5 
es 
(eb) 
(eb) 
5 


z 
ee) 
S85 
ï t t 
2 A 
JS 0 
| ere) 
ende 

SE 
eb) 

cö 
SS 5D Î 
Ea es 
5 bn =\ nl 
Rn. & 
A + JI I 
ap 


gen daa 


aan komt bièn. 
weêr 't ge- zicht. 


Mor 


dig, kom,ja kom. 
Wordt ge - hoord van pool tot pool. 
licht-glans Bre-ken door hun don-kren nacht. 


No. 104. | 


Het Sterven onzer Geliefden. 
JoHN. S. LEWIS. 


1. Als ge - lief- den zijn ge - roe - pen 
2. Wel keert ‘tli-chaam weer tot deaar- de, 
_8.Hij, die hen hier met ons plaats-te, 
4. Daar zien zij hun vroe-gre vrien-den 


EN el 7 d EC 
ed Br oe a F rr nd 
EO a an ann a nn mea B E dd 

Zar a aam 


is z ENE DV” EEEN ENT BOT DEED OET CEN EE 

p UAE EN GEN KEEN BEEN +” PEEN LOES EERE EE DOE TSE 
ET on VA EES DEE ND CE MP 2 
£) e) B NEN MENE EE REDE AED EE Ee 


an _— Zij - de tot het graf, 

Maar de__ geest keert naar om - hodg; 

Sneed het aard-sche le -- ven af, 
In. ’tvoor ons ver - bor - de oord; 


Ld QI 


Weet, dat zij slechts, bij het ster-ven. 
Weet, dat zij niet zijn ge - stor- ven, 
Want Hij heeft hun ar - beid noo-dig 


Daar gaan zij, in— hun- ne roe-ping,. 


Leg-gen deaard-sche zor - 
Maar ver - bor - gen voor uw 00g. 
Aan de an - dre zij van ‘tgraf. 
Tot een hoo - ger le - yen voort. 


5. 
Laat ons dan niet langer treuren, 
Drogen we onze tranen af, 
Want de Heiland heeft verbroken, 
Ook de boeien van het graf. 
eh 6. 
Dat wij ons nu toebereiden, 
Want straks breekt het tijdstip aan, 
Dat ook wij als onze dooden, 
Naar de andre zijde gaan. 


— 213 — 


de wo - ning van 


1. Een en- gel kwam neer uit 


i 
ed 
@ 
D 
zi: 
5 

id 
rij 
© 

> 
2 
(<b] 
® 
& 
el 

5 
te} 
zL 

=| 
te) 
o 

o 
® 

Es 
© 
ua 

ee 
[eb] 
s 
| 
® 

S 
S 
(sb) 

5) 

eN 


hoort nu de bood-s 


3. 0, 


ligt 
om ge- 


0) 

Eike 
n 
1 

5 ® 
> ‚5 
in | 
N=; 
5 

ja | 
e= 
ua 

TE) 
KE 
S A 
SR 
et 
[eb] 
. [eb] 
ME 
Ene | 
S 5 
ae; 


wenscht 


-nen-de hand 
dd 


Een zeeg 


ve - len; 


er_— in Com-mo-rie;” tVer - kon-digt Gods 


loof — op te bou-wen 


Een __ stem van den 


rd 


© 
E 5 
je 
DE Ps 
as) I= 
k=) ® 
& 
E À 
aaf ® 
en 3 
5 fe 
| 83 
8d 
s „E 
et Del 
8 
BE 
2 
=| A, 
Ee dE 
' S bo 
® & 
® ES 
"5 > © 
1 0 
E & 
& 32 
ze 
keb) 
ee sg 
© © 
e= 
tn 
| 38 
SÀ 
z EL 
| z 8 
Eee 
as 
(e) 
* @ 


1 
Ean 
Si 
vm len, 
SE 
rn B) 
S= 
fj | 
ee) 
© 
=S 
1 
feb] 
dee 
AR | 
2 
Se 
Se 
hd | 
Gd 
ie 
3 5 
1 
dial 
58 
5 ro 
‘DS 
SS 
IE) 
RENE 
2 


zal plan-ten, Hij 


in Zi - on 


Chris-tus 


id 


stel E ling van Is - rel 
richt we -der 


Chris-tus als 
het - geen was ver- 


en 


) 


al 


op 


ga - dert d'op-rech-ten door 


2 


Is - rel,Waar 


rel, o 


Ot Tere 


— 215 — 


gij 


No.106. 


Israel, Israel! * 


God _—_ roept u, Roept u 


1. Is- rel, Is - rel! 


| Ek 
v © o 
ln 
En 
es 5 
mA 
s -& 
82 
a 
dee 
5 Hed | 
2 Se 
=e 
SE 
[S&D 
ERR 
55E 

SS 
if 
DO © 
Sad Sl FA 
| | | 
WW wr Ul 
jm pf 
ee 
keb] 
Kk ® 
' t ' 
eg 


=— 216 — 


uit zonde en 
stem van Je - zus zoet. Dag van 
en - gel tot u neêr,— Om uw 
dik - ke duis-ter - nis? Go - des 


ded 


Ba - by -lon zal val- len, ©, val 
heer -lijk -heid en glo- rie, Kom Zijn 
kin-d'ren te be - die- nen Met een 
oor - deel na-dert spoe-dig;-Stel u 


bood-schap van den Heer. Kom tot Zi-on,kom tot 
zelf geen hin-der-nis. Kom tot Zi-on,kom tot 


Zi - on Kom en kniel aan Je-zus’ voet. 
Zi - on En leer van Zijn we-gen meer! 


Zi - on He -lof -ten zijn ge - wis. 
dn 


No. 107. 


De Bron van mijne Vreugde.” 
Andante. | we G. CARELESS. 


A 5 
1, Mijn God, de bron van al— mijn vreugd,Mijn 
2. Als Fin mijn don - kren nacht ver- schijnt, Zoo 
3. Hoe vei-lig maakt Uw hulp, als ik De 


4, Kon ik ont - vluch-ten Hee huis, Bij 


È S 
’ EE as HE | 
Je - ven en mijn vree, Gij richt mijn 
breekthet dag - licht aans. Gij zijtem'een 
le - vens-zee_—_ door-klief, Als Gij mij 


zulk een vreug - de - woord, En stiij-gen _ 


lot be - schikt mijn heil, Sterkt mij bij 


hel - dre mor - gen-ster, Een zon-licht 
Uw ge - nà be - wijst, En fluis-tert: 
langs der en - glen rei_—_ Tot vreug-den 


ded 


Kd 
f) men SE DE me A8 
LI AT EEE dt EF EEN GEEN EU EEN BEERTA ED ORN EE | 
ET EEN CEN EET EO EEN BEEN Art EN PE RE EON ESTEN (CEEER | 
ASV Le Mam | Sed 


ie-dre schreê, Sterkt mij bij ie - dre schreê. 
op mijn paân, Een zon-licht op mijn paân. 
kHebu lief, En fluis-tert:kHeb u lief. 


on-ge -hoord, Tot vreugden on - ge-hoord. 
TE, een 
5 Ies 
Gn ee SE 
5. 


Geen schrik blijft mij, voor hel of dood, 
Geen vijand houdt mij neêr; 

Uw liefdevleuglen en ’t geloof 

Doen m'overwinnen, Heer. (bes) 


—_ 19 — 


‚No. 108. 


„En ik zag eenen anderen Engel. 
Openb.44.6. ER 
} EVAN STEPHENS, 


1. Wat zag men daaraan den he- mel? Vlie-gen 
2. Had men dan geen E - van-ge -lie?— Ve - le 
3. Was het wa-re E-van-ge-lie Aandeez’ 


| ind s pr De D) 
kod De 
UQ CET 6 RRUEE EN MORE MEE A WI EN 
ED an an <a _e-H $ En Baseer KEZ EOL: 0 
CE IE IN EL ORD OG KT VORMEN NCR ionen Ed É nn SEN 


kwameen En - gel neêr. Had hij ook wat meête 
door den mensch ge- leerd …— Maar hetwelk bracht dan die 
aar- de dan ont- 


en 


EE em RRD ) 
brengen?—’t E - van-ge-lie bracht hij weer. Ja, met 
En-gel?—’tIs het ou-de weer-ge-keerd;’t Werd ge - 
hoorden? Wees met Godes recht vol-daan, Zoek Ds | 
ee died Je: ee 
Sam NA 5 5: Bm in 


macht wor -= de ‘tver - kon -digd, O - ver - 
leerd door Pau - lus, Pe - trus En door 
oogst, waar niet ge - zaaid is, Noch een 


al zoo klonk zijnwoord, Aanelk volk en taal en 
Chris-tus on - zenHeer.'tIs hetstre-ven van de 
dag waarheerschtde nacht. Nu de waarheid wordtver- 


Re Nd 


Leke EEP GEE ME ED 1 EE EERE en 

De EE A EE LTD EER DA Gl GEENEN SP VEN EL 

ENE EE EE AE OE Jen ei NO B EEEN 15 
TE A zal md. Wen BE BEEREN "EET 


na - tie, Tot in * verst ver-wij-derd f 
Heil'- gen, Stipt te _vol-gende- ze leer. 
kon - Med, Laat ons blij - ven in haar macht. 


No. 109. 
Kindertjes, bemint den Heere. 


1. Kin- der- tjes be - mint den Hee - re, 


2.Vroom en nee -drig, als de Zoon Gods, 
3.,Eert uw va - der en uw moe - der, 


Leert Zijn heil-gen wil te doen. Hij wil ie-dren 
Bid-den wij den Va-der aan, Op - dat w'im-mer 
Leert de Hei-land u en mij. Helpt uw zus-ter, 


EON MRM RIIK EE 
ed CO EN EN EEE BN DALEN REE EERS 


En 


dag u lee- ren, U metspijs des he-mels voên. 
van den troonGods Krachtontvan-gen on-der’t gaan. 
helpt uw broe- der, Staat el-kaarvol lief-de bij. 


he - mel 
an - der 


den 
waar - heid - min- nend, 


deugd ge - win-nend, 
van den 
tein - de 
Klem-mend ons, trots ‘taardsch ge - we - mel, 


d'een 


dan 


Ee 
ls 
=| 
I 
el: 
CS 
AR 
Ee 
— 
> 
dd 
keb) 
eb) 
let) 
Ü 
B 
eb) 
5 


rei -- zen, 


Bid - den wij 
min-zaam, 


oor - zaak 
Je - zus 


het nau - we, 
Kracht en moed tot _ 
Eer - lijk, 
Ee 
Zoo - als 
On - ver-flauwd aan 


Op 
Zorgt daar - om dat 


zig Jak 


No. 110. 


Feestlied.“ 
| Moderato. ©.J. THOMAS. 
Ò_ | j | | 
Hr Den 
INV ge f) N land Ee 5 


1. O Heer,keur goed ons fe ge - tij, En | 
2.Stort U - wen goe-den Heil’- gen Geest Op 
3. Dat on - ze Zon-dag-school eens zij Ons 


maak van âl- le zorg ons vrij. Laat,wijl wij hierzijn, 
_al -len uit,hierop dit feest.Maak on-ze har-ten 
al - lertrots,dat bid-den wij. En, Heer,dat elk, tot 


elk gemoed Ver-vuld zijn van Uw ‚ ieflet oed. 
één, o Heer, Dat wij ver-staanUw rei-ne leer. 
%tein-de toe, Ge-wil-lig Uw ge- ie den doe. 


« 


No. 444. Bn 
8 O Jezus, Gij Gever! 


Je- zus!Gij Ge- ver Van wat ik ge- 


ELP koud als Dè - ecem-ber In zon-den ik 


niet, Ont - vang thans het er : fer Dat 

lag, Ge - denk ik met blijdschap Den 

„werk; U heb ik ge - vonden, Tot 
de 2 & 


s 


| en kind hier biedt. Voor im- mer ver - 
heug-lij - ken dag, Toen Uw E - van - 
_trouwmaak mij sterk. Uw Gee ek Vi mij 


heugd zifgt Mijn hart van Uw naam, Uw 
ge - lie Mij za-lig-heid bracht, En_ 
schra-gen, Ge - lei-den Uw REE Om 


s a d 


goed-heid,Uw grootheid En lief-de te zaâm. 
ik, mij ver-need-rend,Er - ken-de U-we macht. 
uieen-maal te bren-gen In Zi - on, Godsland. 


a 


No. M12. 


Vlug naar de Zondagschool! ** 
W. G. BICKLEY. 


1. Vlug naar de Zon-dag-school, Kom, kom, kom. 
2. Vlug naar de Zon-dag-school, Kom, kom, kom. 


3 


ar: « EE CRE CEE CAT o WEE „OE EED 
ATL EEE EES VEN DEE URN ENEN A CE bh VRED D EN & MN EE RN 

DO Len GEE CEES D ETEN EED ES 2 EEEN ON GEE NE EDE OO A ER NEE 
en DN ON EN ND ON BD MV MN 


Waar-om te wach-ten-staan? Kom,sluitbijons u aan, zl 
Hier ge-venw'eeren lof Hem Die uit’t he-mel-hof 


Hierleeren wij van twerk in 's Heeren Rijk en Kerk, 


bi 


Graag zien w'u me - de-gaan, Kom, kom, kom. 
Zijn Geest ons zendt in ’tstof, Kom, kom, kom. 
Zoo on-ver-wrik-baarsterk, Kom, kom, kom. 


AP 


_ 0, wachtniet, ka-me-raad, Aanstonds is het te laat, 
Waar-om te wachten staan? Kom, sluit bij ons u aan, 


Van lee-raars goeden wijs, Kom, kom, kom: 

Kom,’tis uw ei- gen baat, Kom, kom, kom! 

Graag zien wu me-de- gaan. Kom, kom, kom! 
a | 


De Sabbatdag. 


THOMAS C. GrRIGGS. 


| 
.Stijgons lied nu zoet en teêr, Want de 
. Heil-ge dag, van zor-gen vrij-tEeuw-ge _— 
. Lief.lijk ruischt het plech-tig lied, Wijl een 
4, Dankbaar klin - ke’tblij ge-zang,'t Spoor Gods 
|: = 


hd ==, 


Sab-bat is__ er weer, Voor’s menschen rust, Voor 


le- ven zoeken wij, Dat loon zoo groot, Dat 
elk zijn ga - ve biedt:tGe-bro- ken hart, t Ge- 
volk met zach-ten drang Tot bid- den aan, Tot 
rl es 


Pan) 


8 N _s Le Î 
k zet 
CEV END te EN SOE OENE EE | LOE B) EON IJ A EE EN ON ED RN WEE 
wv AES FU OER KEN GEEN EE CEE Dd BP NR OMEN 
AL ENAME ER LN ER BEE BOR | WENT 
mA AN BED UP SED | OON UPS p= 


| | 

’smenschen rust, En op-dat__ hij dank’ den 

loon zoo groot; Nemen brood en wijn, want 

bro - ken hart; tOf-fer dat__ de Heer graag. 

bid _ den aan, Dat het steeds Zijn gunst_ er - 
le N 


ON TN EEDE EN BED | EEEN PL TOE KD GALEN. E 
EN ea Eed 
NRE EEE EN A ES | PEEN CERES WSD WT EE EN 
LEN EN LE EE OLO B ER EEE COR CI DETESEEREN  GEN 
HRE | 
P) 
’ 
EE VEEN NC ed ee EM. and 
ENT EEEN Kea bee aM 
EN CE U EE ER ED ON EE EE 
ar FE GEN ST 2 CH DNO OE EERENESEN EED 
VP de 


Heer, Van Zijn goed - heid zich be- 
_ Hij Heeft ge- zegd:__ Ge - denkt Mijn 
ziet, Die ons vreug - de__ geeft voor 
lang! Wijl de Sab - baf_ blijft be 


A FN Tel id 0 
| 4 REN FT ab ia RK TH - 
Ren Le lais MV Dd dede nd ; 

WE ERR TEN UN a ME LTR EN EN i ER 
ee GIN AREN EG NN PEEN EIN EPEN re EN Ei Fiend Sc 
7 WEI Gen en : 

ddie te EED LUL MADRID KEN WEEG Ene 2 

hs EENES WE 
IANA PIE OP EN ER EI EEE WEE REN "EE ME REN | 
REE See 
maag, LE nn EN KI EEEN pdf Pc} ps EEEN à 

# Kd 
De 


„wust, Van Zijn goed-heid zich be- wust. 
dood, Heeft ge - zegd: Ge-denkt Mijn dood. 
smart, Die ons vreug-de geeft voor smart. 
staan, Wijl de Sab -bat blijft be- staan. 


7% Ca EN SRU OKE DE ETTEN ERE SEEN ON ENT LTEN [ 
mt NDT EEE BD ee SN en 

pellen z S— EE LEEN ENE MEE) 
Ee ERE WT OE TEEN ON KOST ZEER U GOPEGI OO EN 


wees stil!” ** 


No. 114. 


H. R. PALMER. 


je 


1. Meester, de storm win-den woe-den! On- stui-mig is 
2. Meester, ver-sla- gen van gees-te Buig’khe-den in 


op 


tig 
zet-tend pik- 


Is rus- 


- ver, t. 
de 
lucht is ont 


deschrik is nu o 
PPE 


3. Meester, 


hart is ten diep-ste be- 
zon kiest het meer tot ha, 


Mijn 
De 


vloed; 


ar 


bá 


© 


AAA) 


„ven of hulp na - bij. 
Heer! 
eis in mijn ge - moed. 
ded JT 


A 


ker, Geen ha 


ar 
5 
en 
[«bj 
El 
5 
5 
ler 
E 
2 
vd 
Ss 
Ee 
sel 
En 
: 
© 
„5d 


don - 


-ven? ”Hoe kunt Gij 


kom-mertU dan nietons sne 


EEP 
S & En 
Ees IL 
Kb eer 
sE ik 
ij 
N= 
8 5 
25 d 
AT 
DO Sm 
En 
Sm. MN 
si 
En D ES 
(sb) 
A Ek 
L 
enke 
Ei 
B iP 
5 
28 B RED 


Heer? Nu elk óa=ten- Blik aak ie ons 
Ik ver-ga hier!’kver-ga!  o mijn 
dd) PA) 


zink, 


hand _ En ik an-ker met vreugd in Uw 


red mijeer ik__ ver - drink. 
— 231 — 


0 
ha - ven, En rust aan het 


dd … 


@. 
bas 
© 
5 

ae 
= 
kh) 

re 
| 
© 
zi 
> 
® 
e= 

5 

Gha 
GS 
Padt 
le) 
5 

Se 

© 
5 

ens 
10) 

eme 
keb) 
Gem) 

en, 


Mees - ter, 


+2 
5 
za 
fsd 
® 
=| 
1 
Kh) 
Kn 
s 
0 
t 
LD) 
® 
ÈS 
ke 
6 
iS, 
BRS 
E 

qd: 
® 
EL 


e 


% Zij het de woed 


Zwijg, — wees stil! 


weesstil, zwijg,wees stil! 


Zwijg, 


Kd 


d End 


mel en 


Die Heer is van he 


DÛ 


Hij mee vaart 


ki 


ae 
mek 


A= 
ijg, wees stil! Zij 


BEB 
) 
8 


dn WEEER 
5. 
Zwijg, 


— 233 — 


Het Sacrament. 
Modersho. JOHN DETTON. 


1. Kin - der- tjes, de Hei - land mint u, 

2. Hebt gij mis-schien on - be - zon - nen 
3. Wilt, wijl geet en _drinkt,niet spre-ken, 
4. Kin-dren, mint den Za - lig - ma - ker, 


ds 


Ook vooru gaf Hij Zijnbloed, En de we-der- 
Broertjeof zus-je leed ge-daan, Zijt gij on-door- 
Bidt veellie-ver zachten stil: ’tSacrament toch 
Ook vooru gaf Hij Zijnbloed, Weet het: ie - dre 

da 


5 BEESEN EEN WIE RER Eel 

Pi MEN EE WEN) NEN CROSS EAT POPERES VEN PEUT BEREN El ee 

Ula MERE VEREEN EREN WONEN OENE CEE AE GERO MEREN AES 

EI WEE ES BOV ENEN MERAN PE IEEE OEL 
ER | 


lief - de bindtu, Dat gij Zijn ge -bo-dendoet. 
dacht be-gon-nen U- we ou - ders te weerstaan? 
is eentee-ken, Dat gij doen wilt sHeeren wil. 
kwaad ver-za - ker Wordt met vreugd door Hem begroet. 


Komt naar Zon-dag - school als ’ttijd is, 
Moet er iets ver - be - terd wor-den? 
Bidt tot God, want dan hoort Hij u, 

Vreest geen woord dat u zal smar-ten, 


dd 


_ ‘tHartvan spe-len af-ge-wend, Daar de Sab-bat 
Zorgt dat gij Gods wet niet schendt: Brengt dat al -les 
Waar-op Hij ZijnGeest u zendt, Goe-de en-glen 
Wordtmet Godsge- nà be-kend Komt hier met be- 
ds 2 a ee 


E 


God-ge-wijd is, Ook door ‘thei-lig Sa-cra-ment. 
eerstin or-de Ber gij neemt van tSa-cra-ment. 
zijn na-bij u, Wijl gij neemt van tSa-cra-ment. 
keer-de har-ten, En neemt deel aan tSa-cra-ment. 


116. 


No. 


int reine harten.” 


_God m 


J. M. MACFARLANE. | 


1. Dier- bre 


dren, 


ges 
E 
a) 
© 
5 


b/ 


bre kin 


2. Dier 
3. Kin-dren 


Hij houdt dag en 


Let - ten 


wacht, 
ân; 


uw da 
streeft 


gij 


de 


_ nacht 
op— 
als__ 


al - tijd 
ster „ken, 


u gaar - ne zeeg-nen, 


Hij wil 


EEn 


les 
wen - ken 


Trouw wordt al 
Steeds de 


= 2386 — 


tgoe-de steeds be - tracht. 
Nooit kunt gij hun oog ont- gaan, 
Die Hij door Zijn geest u geete 8 


Stelt ver - frou-wen, Stelt ver - trou -wen 
Rei - ne har-ten, Rei ne har - ten 
Weest stand - vas- tig, weest stand - vas - tig 


No. 117. 


Der Kinderen. Gebedslied. hot al 
EVAN STEPHENS. 


2. Va- der, dk en ee-re voor de ze - ge- 
3. Ze-gen on - ze lei-ders, Uw ge-trou-we 


| / 

din- gen, Zie Uw klei- ne kin - dren 
nin-gen, Die zoo ruim wont- van - gen 
knech-ten, Die met U - we waar-heid 


Hoor hoe wij, zoo 
en Uw milde hd Voor het licht der 
on - ze geesten voên.…__—_ Ze-gen on-ze 


dat Uw zen-de - lin- gen 


8 
&o 
| 
dz 
ES 
ë 
"5 
5 
A0 


jong nog, — 
Waar - heid, — 


ze-gen al d'op- rech-ten. 


ou - ders,__ 


O__ wil on- ze dwaasheên nu- vergeven, Heer. 


Zoo belang-loos brachten in ons va-der-land. 


on- ze plich-ten nauwgezette doen. 


Sla in lief -d'ons ga-de, Schenk ons Uw ge- 


asl 


ED ER EREN EN 


An 


® 
t Mt 


ommen 


Je 


EES EN tE 
BED Ti ES 


5 
HEE iS ZE 


— 389 — 


Zes 


ib « Al 
Sf 


gl) 
‚5 
N 
ke) 
te 
u 
S 
He [ee 
\ > 
keel 
(he 
| 


En 
a 
| B 
Met tge-zangder en- glen, 
mannen: 


dr | u 
(DD EC hb 
nm PD, bo tle | , 
ee | SEV || 
I | 5 & 
HI EE 
BEN ld} 
all 4e is, 
Re HN 


— 240 — 


'No.M18. zt Le 
Dat ons Hart U behoore. 


Langzaam | | 
| EME ENOR EMDR WAELE BATEMAN WRTS EAS PAN 
LMA les de | TELEN EEEN CAERE WEEDE MOER" CRALESCOER ERA ETEN WET KEER 


{. Dat ons hart U mag be- hoo-ren, A 
2. Ja, dat geeft ons vreugd van bin-nen, 
3. MN min - de ooit zoo tee-der, 


ro 


Dier-bre Je- zus, voor al - tijd! Dat Gij ons hebt 
Stil-le rust en vreêvoorGod, Als weaanJe-zus 
Als die trou-we Hei-land doet; Nie-mand was tot 


d | en Pi} 
TE EN TE EEN ed EE $ 
4 B 


Gn el Beene dee 

_weêr-ge-bo-ren En ons’thoogstge- luk be- reid; 

hart en zin-nen Toe-be- trou-wen,heelons lot. 
hulp ge-ree-der, Trekkend door een lief-de-gloed. 


nk tee 


nn en perd we mt 
ed GENE Ms DRS BR ee nt ee 
—_ 241 — 


‚Ot! dat doet ons har-te jui-chen,Doet ons smee-ken: 
Als wij aan Zijn hand zoo wand'len, Luistrend naar Zijn 


Hij ont-vangtons, arm van gees-te, Deelt met ons Zijn 


| 


s 


we Heer, 
lief - de-stem, Wor-denwéén in wil en hand’len, 


pe) 
a) 
En 
E 
© 
2 
E 
=| 
u 
a) 
a) 
en) 
> 
ui 
ee) 
2 
pe 
=| 
Oe 
® 
e) 
id) 


Maakt in s'Va-ders huis de mees-te 


er - fe-nis, 


Trou- 


| 
a) 
4 
Et 
ej 
dl =| 
ua 
ss 
ee) 
fe 
Ea, 


lo- veen eer’, Geef, dat wU steeds 


Ld 


Eén in geest en macht met Hem, Wor-den wéén in 


die- naar is, Maakt in s'Varders 


Wie hier al - ler 


emd nd 


dank be- tui- gen, En ons hart U__ lo- veen eer’!“ 
wil en hand'len,Eén in geesten macht met Hem! 
huis de mees-te Wie hier al- ler die- naar is. 


dat mijn Ver- lós-ser leeft, 

in ma-jes-teit om - hoog; 

„Hij leeft! ver-re-zen uit het graf! Hij 
Hi 


leeft, EN ER JE PRS dn reidt. Haast | 


is het‚wat mij troost hier geeft, Hij leeft,die voor mij 
leeft, op Hem rust steedsmijn oog; Mijn Hei-land pleit voor 
leeft,diet le-ven voor mij gaf! Ik zing van Hem die 
komt Hij weer in heer-lijk-heid, Dit geeft tot jui-chen 


Ë Dog B 5 / 
stierf! Hij leeft! ‘dit maakt mij al- tijd 
mij; Zijn lief: - de vult mijn kin - der - 
leeft. Hij leeft, die mij zoo teêr be - 
stof. Wat vreug-deis die ver-zeek-ring 


ann 2 


2 _\ EN _ LN 
EE EEN EEDE Ch OP RENS 3 BEERD DD BAS IE EE MEE WEEET SE! 
fd JOSE" WAT NE PR EN ende 
AE CE ES f $ EP TEEN SL 
eh @ 
z EE 


hart. Hij leeft! dit le-nigt al mijn smart, Mijn — 
mint. Hij leeft, die mij,Zijndierbaar kind, Het 
mij, Dat mijn Ver-los-serleeftvoor mij! Zijn 


ae 
| blij, Hij leeft, mijn Hei-land,dievoor mij Een 
| 


Ld 
\ \ \ \ \ sl e 
TAC EN EN DN MEK MON BON AN re 
EE EN ZTR OCT 
ADI EN ON ON ON OT EE A EN MEN ee. 1 
MENE PV” AUERE: SC WIELEEE 


ij leeftl___ 


‚le -venskroon ver - wierf. 
Hei-land leeft voor mij. 
eeu-wig le - ven geeft. | 
naam zij eeu-wig lof. Hij leeft! 


A 


egt, TE weet, dat mijn Ver-l 


leeft! 


e 


Hij 1 


eft! 
A 


Hij le 


_Hij leeft! 


n 
© 
ue 
Îî 
ua 
=) 
ann 
Î 
Ze 
® 
> 
= 
se? 
si 
E 
TS. 


_ weet, 


nig 

© 
© 
5 20 
Oats 
mee 
Een en) 
_SSIJ 
Lr! 
OT ss 
Laar) A0 
‚BAH 
ese 
Z56 
ERS 
Ds a 
ss 8 © 
sh 
SE 
8 
or 
DZ 


Hij leeft! Hij roept u: komf tot Mij! 


Hij leeft! o vliedt nu aan Z 


ijn zij, 


j voor Hem. 
enz 


_ Koor. Hij leeft! 


Dan leeft ook gi 


Wit den Sankey-bundel.) 


—_ 245 — 


No.120. 


Ik rust dan veilig. 


1. Als de le- vens-stor-men woe-den Om mij 

2. Wil Hij soms be-proe-ving zen-den, Is het 

3. Hoe de vij- and ook moog zoe-ken, Mij te 

4, Ja, zoo- lang ik ’tkruishjer dra- ge, DoS 
d 4 ds dei 


kwel-len in ’tge-moed, God zorgt,dat ook zelfs het 
ruw-sten storm of wind, Wil de Hei-land voor mij 


zoe - ken | 
lief - de | ij mij kas- 
kwa - de Meê-werkt tot___ mijn eeu- wig 
zor - gen, Hij be- schermt -Zijns Va - ES 


Engeen kwand —_—_ komt ooit na- 


er 
es) 


dekt 


’k Rust dan 


mij! 


-dekt 


Hij be 


ES 


mi 


iij 


duw vanGods hand. 


(Wit den Sankey -búndel.) 


— 247 — 


A dilegro. JoEN TULLIDGE 
_ Ld 5 El mep a 
ne 
rp EE Ae | 
1. Wij {ZR:88) lie- dren Zi - ons In 
20 Zi - on, lang voor- speld door De 
3.Sinds Zi - on werd ge - ves - tigd In 
4. De pracht en glans der weel - de, Die 
ee 
En en a en mmm ann EEn EE 


een ver - wijderd land, De harp leer aan niet 
knech-ten van den Heer! Wij krij-gen van uw 
het eens woes-te oord, Brengt het zijn gou-den 
we-reld-sche oo-gen zien, Zijn hiets EN ver- ge - 


# nge ej L\ 8 
dn dna Sman omsten OD EOEMEEN Bn 
LIMA Va GEE WEN MENEER BEE PRL ET 
lig - gen Naast o ze ij - die 


ze - gen En dee | 
schat - ten En ook ge - zond- heid 
lij. - king Met al wat gij kunt 


ide 
EE 


De wind en zach-te brie - zen, Zij 
eer. Uw mu-ren bie-den vre - de, Uw 
voort; Waar’tlandwas dor en droe- vig En 
biên, Be -gaafdmet al- te prach-ten En 


dd 


…_ gin-gen lof tot Hem, En wek-ken in ons 
haard een plaatsvan rust; {B32) bid-denwij in 


scheen als mach-te-loos, Klinkt nu eenlied van 


Bee ar De 


rags GEE 
Per PARE lee 
ee nn on ee 
SOE N 
a aren a Ee EE men en En Nr Bla GE EE 
ar „anr 5 mi k, JEL ED EEL AES 
TAS 5 A 
AAE is ie EU SEE MEN BEW PEEN 
/ / VEEN sE 


har - te Een wel-lui-den-de stem. 

_ stil - te En  die-nenGod met lust. 
__blijd- schap,Bloeit al- les als een roos. 
krach - ten Bo - ven al aard-sche eer. 


t 

EE LEE Ma HEER IE EE ON EE ES MORELE RES 5 
EE GERE LEE U REC EE WH OEE HNE BED VELE ZEE 0 
CLE PES EA AEN LEENE AREND REED GARE Î 


No. 122. 
| „Komt tot Mij!“ 


’kHoor een stem zoo zacht en tee-der, 
. Op Zijnwoord zien blin- den we-der, 
. Lam van God! Uw zoen-bloedredt mij, 
. Groot is Uw ge - nà, o  Hei-land, 


Bo - ven al _ het aardsch _ge-drúísch 


Doo - den le - ven op Zijn stem; 
Maakt mij gansch van zon - den el 
En Uw lief - deis zon - der pefl; 
fra an nr BORSN ° LOT 


de stem van Je - zus, spre-kend: 
Hijspreekt, geeft Hij mij vre- de, 
ook Sa - tan zoek’ te kwel-len, 
Gij schenkt mij door Uw zoen-bloed 
d | | 


vliedt voor Hem. 


ver - heugd 


en blij 
wig heil. 


eeu - 


Le) 
keb) 
ks?) 
a) 

' 
ksb 
B 


Kom tot Mij!“ 


bid 


’kHoor Hem roe - pen: 


ik kom nu 


Heer, 


bundel.) 


Wit den Sankey 


—_ 251 — 


Komt die Naam mij toe? 


No.128. 


. Ge - loof ik, dat er is een(Gdod, En 
8. Ben ik ook tot be - rouw ge-bracht,Tot 
4. Voel - deik mijn zon-deen schul-dentoen Ik 


EN TE 
| 5 Ben Heil’ gel!—Komt die naam mij toe, Of 
8 


slechts in schijn? 
goe - de Heer 
schuld en zond’? 
daal- dein ’twa - ter - graf 
! 


dien ik— door al ‘tgeen ik doe— Om 
hem die na-komt” Zijn ge- bod, Geeft 
ik ge - zocht be - kee - rings-kracht Voor 
Je - zus_ wou mijn schuld vol - doen, Ver,- 


Ver-dien ik— al ’tgeen ik 
Aan hem die na - komt Zijn ge - 
Heb ik ge - zocht be - kee-rings 
Daar Je - zus wou mijn schuld vol - 


= 202 — 


EE EEE SEE EERE el 
ns EA AND GEREMDE | 
5 P, B Bs ei 
Zoo ge - eerd te zijn? 
eeu - _- wig licht en. eer? 
hart en oog en mond? 
ge -  _-, ving bood voor straf? 
ene ane nn nn emt) 
Ten eene ee en eme || 
doe Om zoo ge-eerd te zijn? 
bod, Geeft eeu- wiglicht en eer? 
kracht. Voor hart en oog en mond? 


doen, Ver - ge-vingbood voor straf? 


DE 
_ Verkreeg ik ook dien Heil'gen Geest, 
_____ Beloofd met licht en macht, 
Hem, die gelooft, en die God vreest 
En s’Heeren komst verwacht?— 


6 


— Geloof, bekeering, en de doop 

In water en den Geest 
Begint den waren levensloop, 
ien gij, o Heer, ons weest. 


wE 
Nu moet ik hier niet blijven staan,—- 
k Heb ’t fondament gelegd, — 
Maar tot volmaking voorwaarts gaan, 
Zooals door Hem gezegd. 


8. 
Dan is er aan het eind een kroon 
Voor hem, die overwint, 
Als Christus aen Zijn macht ten toon, 
Geen plaats de zonde vindt. 


— 253 — 


No. 124. 


‚ hoog in Eer! 


God 


Wiee! ke E-| 
8254 sbs ZEP 
=S EE een p= 
8e ed En 
ej 9 Urs > SS 
An LD. eg . 
K and © 4 . 
5 ® ER Sid 
ike 5 EE 
dg ZEP ELD 
al 1 42 e 
in EEM S 82 
1 en} + 
E59 EE sE Eu 
Os 8 va 
a ë SAA EES 
©» p B das en B 
MC sò SU SDi 
Se ZEE 885 
EER EE 358 
ao EO Er eh Sy Ger 
bn eZ ee 282 
5 5 Bes AEN 
S3 5 mg 8 ZEE 
& AE RGeE Se | 
et GV CD 


— 254 — 


buit he Se-rafijn, Die God zal mij tot Va-der zijn. 
Va-der weet ge-wis, Wat voorZijn kind het nuttigst is. 
bo-ven al-les min, Zoo voert Gij nieensten he-mel in. 


2 En ke ziel is_ vrij 


re - de maakt den man, 


Een ie- der staat_ ’tge-loo - ven _ vrij, 
„Dat wij ge - nà _—- niet mis - ver - staan, 
.N 


wij ver - wer - pen Zijn ge - boôn,- 


« 


Zijn weg te zen, waar ‘took zij; 
Ont-neem hem dit, wat is hij dan? — 
__God roept tot al - len: „Komt tot Mij!“ 
Zij moet met werk en wil steeds gaan; 
Met ‘theil'-ge drij - ven_ spot en hoon, 


No.126. De 
_ Herdenkt het Sterven van Christus. 


GEO. CARELESS. 


ed 


1.Danktal uw heil aan Je - zus’ naam,Be- 
2. Hij o - ver-won de hel en dood,Ver- 
3. De wijn en “tbroodstelt ons nu voor, Zijn 
4. Dit Sa-cra- ment vervult de ziel Met 


brak de boei van'tgraf, Ver - mor - zel - 


dood voor on - ze schuld. Komt, Heil’- gen 
vre- de, en met rust; Het ies e 


” 


Sf | 
heil den kruis- dood stierf,Zijn le —- ven 
de_ den kop der slang,Waardoor _ Hij 
volgf Zijn voor beeld na, En dient Hem 
Heil-gen van__ het doel Des le - vens 


lei ter neêr,Zijn le - - ven lei ter neêr. 
vrij-heid gaf, Waar-door__ Hij vrij-heid gaf. 
met ge - duld, En dient __ Hem met ge- duld. 
hier be - wust, Des le_— - vens hier be - wust. 


5. Dus roem en lof tot onzen Heer, 
Die reinigt door Zijn bloed 
En door dit heilig avondmaal 
Ons aller zielen voedt. (Gís) 


Het Zaaien?” a 
H. A. TucKETT. 


jie, wij zaai-en, zaai - en daag-ijks Zoo veel 
aad dat vaitwaarheerschtde stil- te Van het 


PP 9 DT 
zaad van goed en kwaad,Wijd verspreid op vlak- ke 
vreedzaam,lief-lijk dal; Zaad gestrooid in druk- ke 
loos op goedengrond Zaaddat leeft en groeit en 
weet hoe zwak wij zijn! Eng-len wacht ie en 5 
N e 


id 


ij & Ee an ® 
d Ee ï An Wd ABO ma EER a RE ORD REE EN vt EE var GB 
EB AE 7e Tan mt HH 


oee een 


lan- den Of waar’tgrootschge- berg - te 
plaat-sen Waar'tver - tre - den wor - den 
vrucht draagt Na- dat ‘tgraf den zaai - er___ 
ak- ker, Op- IJ tkost-baar graan niet 


/ 

staat; Zaad dat valt in rij- ke groevenVruchtbaar 

zal; Zaaddoorttrarge hartver-ge-ten, Doel loos 

bond. Door een fluistring zaaitmenze - gen,Door een 
kwijn; Tot het veldeensprijktin glo-rie, Rij - ke 


doorden re - gen mild; Zaad dat ligt op dor-re 
in den wind ge - gooid;Zaad door an-dren trouw ge- 
a- dem-tochtsoms haat- In de daadden blik, de 
oogst eens wordt ge - maaid Van het zaad ten se rep: gen 


VREE DENN GEEA ACE GRE EMT u 
OT ED DS) SDE (VOE ws OE (EEEN END an 
han nnn zeeen aam me aanne dennen - 2 fp pL DE 


vlak-ten Op aar - de woesten _ wild. 
koe-sterd, Bid-dend, liefd'-rijk uit - ge - strooid. 

woor-den, Ligt het doods-of le- vens - zaad. 
le - ven, Dat in tra-nenwerd ge - zaaid. 


. Wat is tGe-bed?-Dop -rech-te wensch, 
2. Bid-den is ‘tsla-ken van een zucht, 
3. Derwoorden kin- der - lijk- ste vorm 
4. Bid-den- des Chri-stens le - vens - kracht— 


‘ 


Si / : 
Door'thart tot God ge- uit, De gloedvan een ver- 
Het val-len van een traan, Of ‘top-waarts blik-ken 
Best voor’tge-bed ge-schikt,Doet tril - len zachtdie 
is zijn na-tuur-lijk recht, Zijn wachtwoord aan de 


a | | 
bor - gen vuur, Die tharttot Hem ont - sluit. 
van het oog, Tot God die bij kan staan. 
e - dle snaarWaarop God liefd*rijk blikt. 
poort des doods; Met haar wint hij tge-vecht. 


Dd 


Het is de stem des zondaars, die 
Berouw van schuld bezit, 

Wijl d'Englen juichen in hun zang, 
En spreken: „Ziet, hij bidt!“ 


6. 
Bidden vereent de Heil'gen steeds 
In hart en daad en woord; | 
Zoo wordt gemeenschap met den Zoon 
En Vader nooit verstoord. 


7 
In ’t bidden ben ik niet alleen — 
De Heilge Geest bidt meê; 
Als Voorspraak bij den eeuw’gen troon - 
Zoekt Jezus ’s zondaars vreê. 


8. 
Gij Leven, Waarheid en de Weg, 
Door Wien wij keeren weer 
Tot God, Gij zelf betraadt dat pad— 
0, leer ons bidden, Heer! 


— 261 — 


No. 129. 


Geef ons Uw Genade! 


h 


Gro. CARELESS. 


de, Niets 


1. Heer, geef ons Uw ge - na 


de In 


0, 


3. Uw 


2. 


geef ons U-wen vre 


ge 


ze-gen wil ons 


Leid ons op U- we 


zijn wij zon-der dat; 


En ’theil-tis on-ze 
Zoo kun-nen wij ons 


de - zen le - vens-tijd, 
die onsster-ken mag, 


-reid. Heer, 


-tren ie-dren dag. O0, 


s 
pl 


ROA 


© 


den En tot des he-melsschat. O0, 


de — Uw kruis heeft zulks be 
ven Ver- be 


a 
e 
le 


b 


dat Uw machtons ster - ke— Gij weet hoe 
schenkons U - wen Geest, Heer, Met ken- nis 


jd if PN e-R _ zal 

, LEER "AE TELA EERE ERE Dd 
LEES. BREN “EN ES) EEL KO OREN CNE UE EG AE 
EE CEN A TES BEELEN 


in__ den nacht! Door U slechts wordt ons 
zwak wij zijn. ©, dat zin ons steeds 
en_— ver - stand. Uw licht, o goe- de 


klaar - - heid Tot on-zen geest ge-bracht. 
wer - - ke, Op - dat wijkrachtig zijn. 


Mee - - ster, Ge - leid'ons hart en hand. 


IRD 
Door U wordt klaarheid Tot on-zen geest ge- bracht. 
Datz'inons wer-ke, Opdat wij krachtig zijn. 
Uwlicht,o Meester, Geleid'ons hart en hand. 


klaar - heid Tot on-zen geest ge- bracht. 
wer - - ke, Op - dat wij krachtig zijn. 


Mee - _- ster, Ge - leid'ons hart en hand. 


mn OR 


No. 130. Ee 
Besteed uwen Tijd nuttig.” 


tijd steeds nut- tig, Ver - 
tijd snelt als op vleug'-len, Hem 
co - als de win-ter - tijd volgt Op 

. Be - steed uw tijd steeds nut- tig, En 


bebt. 


jee ete HH 

| 7 Be en 
beu-zel hem toch niet; Maar werkt ter-wijl de zon schijnt 

hou-den kan men niet, Hij komt envliedtsnel he-nen, 

‘tvroolijk zo-mer-weêr, Zoo kun-nen on - zevreugden 

vei-lig zult ge zijn; Wantstiptheiddoet u _vor-dren, 


PPP: 


ABD 
De nacht is in tver-schiet. Wij kun- nen niet ge - 
Waar-bij hijnietsont- ziet. En zoo wer niet voor 

Val-len teraar-de neêr. Moet mendaar-om niet 
Geeft ze-genrijk en rein. Voor-zich-tig zij uw 


bie-den Datde zon niet on - der - ga, 
zor-gen, Ver- dwijnt dra on - ze kans; Kort- 
stre-ven Om steeds voor-uit te gaan, Meer 
Been, Op - recht zij steeds uw hart, Zoo 


scha-duw niet ver- zoe-ken Dat zij van ver-re sta. 

ston-dig is het le-ven, Als een dag is zijn glans. 
nut-tig nogte we-zen, En vrij van eu-vel-daân? 
zal Gods liefde u zeeg’nen,Z 5 hul-pe zijn uw part. 


pedel dd Se E 


1. Gij, lof en eer der we-reld, Ik roep u toe:Vaar- 
2. O mag’kintBoekdes Le-vens Mijn naam geschreven _ 
3’kWil'tkruis met lief-de dra-gen En wor - den ge-kas- 

4. Al d’aardsche Se En el Zijnslechtseen oo-gen- 


wel! Vaar- wel, zon-dig ver - ma- ken, Gij 
zien? O heil-ge Va-der, zult Gij Meen 
tijd, Ik wil ge-rei-nigd wor-den Van 
blik. Heer, dat Uw liefd’ ons een- maal Een 


brengt mij slechts ge-kwel. Want ik wenscheens te 
kroon der glo- rie bièn? Voor zulk een eeuw’gen 
on - ge-rech-tig-heid. Ik zie een vuur-gen 
glo-rie-kroon be-schik’. Men zal ons hei-lig 


_wo-nen Op gind-scheeeuw-ge kust, Bui- 
rijk-dom Wil ik ge-dul-dig gaan Door 
o -ven En voel het lout-rend ' vuur; De 


noe-men Als wij der eng’-len . lot In 


om den troon van God. 


Van zon-deen booze lust. 
En’t goud wordt echt en puur. 


Rond 


® 
a: 
® 
© 
an, 


’ 


hei-lig, 


de e-len, 


s 


rust 


tbe-reikvan Sa-tan, 
ie - de-re be- proeving Die’tlot mocht op mij laàn. 


vrucht er van is 
vreugd en lichtglans 
Ene 


ten 


_No.132. 


komst! 


ijeen 


Zegen onze B 


GEO. CARELESS. 


Heil’- gen Geest 


5 
2 
5 
| 5 
EEN - 
_ Sl Ad 
E) 
| 
38 
„8 
Leb) 

[se 
ns 
EL . 
® — 
© 2 
Ea 

nn 
ES 


Uw 


En als wij 
$ Dat ie-dre | 


ê; 


ons neêrs 


Vul-len elk hart met vre 


Ùe 


De waar-heid op 
uit dit Gods 
en 


we 


Geef 


gaan, 
stem 


huis 
ie - dre 


Ver - kon-di - 


lip 


—=R68 = 


3 f d 
Î ie 
den 5 5 
Èdë de | 5 s 8 
INEEN EME ne 
mb © LER 
7 hit 59 N Xi a PI | $ e £ 
Mika 06 san & 2 | jn 
OE E 
(1 © Di ed) © © B © 
he je Ke ie 
HE ll 9 ee 
RT zn En Ee 
HE S® Wi Pd © 23 
5e eb) he 58 
Sr IL mm | = 60 
AE © 8 AEN ne ee Bee 
U A Han Re, K 52 
ON ZE od = PE: S 
TN ob Ss 2 5 
li EA. hed es A 5 
MB 


u 


Dat Hij 
lot; Dan zien wu weer, wat 


’ 


‚En steedsuw’ we-gen ga-des - laat. 


9 


straal’ 
beurt, Het oog dus droogen niet ge - treurd. 


m 
gaat 


d 


2 


pl 


el 


d 


134. 


No. 


ee 


Liefelijk Zion! 


- des - stad! 


Go 
mel God zijn licht, 


de 


-lijk Zi - on, 
he - 
3. Schoon rust de 


Lie - fe 
2. Schoon is 


Í. 


bi 


ie - der hoofd 


kroon op 


=_ 70 — 


’ 


en - glen aan - ge - zicht, 
wit - te kleed be -loofd 


-lijk Zi - on, hoog ge- schat, 


Schoon is der 
__ Schoon is het 


Lie - fe 


4 
—y 
_Q 
—y 
Gr 
4 
a 
4 


Schoon is uw poort van 


Schit-trend is 


kost -baar steen, 
ver - lo - sten rang, 


Schoon der ver - win-na 


der 


heen. 


tem - pel— ’kwil er 
Lie- fe-lijk klinkt hun harp en 


„Schoon is uw 


zang. 


Schoon rijst tot 


God hun vreug-de- psalm. 


ank Seen 


en 


stem in 


zon - den 
met ver - lan - 


85 
PE 
TE 
se 0 
an 
5 LJ} 
en El 
EE 
© 
eke 
5 
© 


Md 
hl 
5 
Zk 
3 
ee 


Hi 


8 


dees) 


ee 


0 


A 


stof. 
en. 


schoo-ne poort voor 
steeds tot. dan - ken 
zoe - te 


k heb 


tland der 


’ 
’ 


pent die 


Hei - land 


’k Wil 


rust be - tre 


mi ine 


bÒ 


Dat 
diep ont - zag. Dat 
stem. Dank, 


Zij - ne 


t 


=| 
kn 
kn) 
Sd 
Ee 
E 
em 
8 
jd 
Ee 
© 
4D 
ua 


ren 


uit 
zij, me 
hoo 


vroo - lijk 


Geop mij 
’kook mag 


Ont - 


Waar- 


’k nooit Uw Heil-gen Geest be - droe-ve, Maar 


’ 


2 


fe \ 
BETE 
WE 
EEL 
IS, 
ven 


le - 
na - de 


en dat 


heid 
r, dank voor die ge 


de 


« 


licht, die waar- 
Va - 


Ja, 


zijn, 


ed 
jj 
kel 
I=) 
© 
=| 
Lj 
en) 
20 


ik deel - 


van 
naar Zijn 
vang 


ie 


D 
Zoon, Tot 


tren mag, 


18 - 


KS 


=stem lu 
in U - wen 


roep 


dien dank 


BNL ROER RI WED AE DREES WELEER TITS 


BD ENGE 


-Dá — 


Dat 
En 


, 


goe - 


de 
wij - ze U 
MEEL 


ge - ge - ven 


leidt ten 


hebt Gij mij 


al - les 
roep-stem, die mij 


eb) 
hen 
8 
ei 
Hr! 
(as! 
S 
' 
asl 
© 
> 
Ba 
ken) 
ua 
=| 
lsb] 
[=b] 
2e 
Ned 
8 
"5 


schijn. 
dag. 


dank-baar 
al den 


plicht leert 


’knim-mer - meer on 
mij mijn 


troon. 


U - wen 


mag voor 


- ken 


dan 


% 


No. 136. 


an, 

—_ BO 
+2 
Ei 
Fn] 
As 

E 
a 
® 
id 
ed 
ua 

t 


Moed en Vertrouwen. 


Ï 


Wil u 


Zijn e 
Grijpt de 


5 
Fd 
1 
© 
Laman, 


h=Î 
Lal 
ken, 
hand 
Li 
ua 
eem 
jn} 
k=, 
1 
5 
ed 
sl 
© 
sl 
LI 


en mat ge 
uw moed ver - 
-fling aan uw zij - de, 
ded 


Zijt gij moe 
(Hebt gij al 

Is het licht ge 

Is ver-twij 


en re 


niet meer voor-waarts gaan, 
door - nen op uw paân? 
vrees der nacht u aan, 
tlot ter - ne - der slaan? 


EEE CE PONT 
Werp dan tochdien last niet ne - der; 
Weet, uw Va-der kent Zijn maak-sel, 


d 


Neen! vat moed,bid God om __kracht;W: 
Hij ziet im-mer op u neêr; 


moed, bid God om kracht; 
im - - — mer op u _neêr; 


— 276 — 


luk wil Hij be - wer - ken, Want 


sterk - te ’tbest vol - - bracht. 
mint u trouw en teêr. 


Wat uw lot ook zij op aarde, 
Zij het vreugde, zij het smart, 
Tracht uw plicht steeds te volbrengen 
Met een willig, need’rig hart. 
Weet, dat hun, die steeds volharden, 
Is beloofd een heerlijk loon, 
Want zij zuilen zijn gezeten 
Met den Heer in Zijnen troon. 


— 277 — 


in uw groo-te zwak - te Wordt Zijn 


Hij 


E.BEESLEY. 


dt heen. 


1. _De Nacht vlie 


13 


No. 


1. Ver - heugt ui 


nacht vliedt 


de 
dan__ een 


nu, — 

18 

vlied heen 
Pep 


bi) 


tijd 


Ver - lost 


8 
kl 

| 
5 
5 
5 
S 
LI 
3 
© 
= 
| 
® 
5 
at 


4. 0 


3. 


‘lie - licht ver-- 


van-ge - 


heen, Het E 


vol - kren 


ver 


de 


woord, En brengt het tot_—_ 


ste 
niet meer 


het 


bij Het uur, waar droef-heid 


land, En ’tvolk, zelfs van 


DS 


waar-heids - zon _ ver - licht wel - 


scheen; De 


tijd wel - dra_ ver- 


Op - dat de 


b] 


voort: 
strand; 


naar den 


al - len luis tren 
on - ze 


Zij 


’ 


re - 


A 
vree 


Hee-rein 


Dat 


zij, 


IS 


n. 


- nä. 
dwij 


ge 
ver- 


tniet 
den we-der-keert. 


-loof__ in__ 


e 


Heer, En een wil - lig_ voor Hem neêr. 


‘tvroe-ger E 


5 
5 
8 
el 
B 
5 

| 
8 
kend 
zi 


ijn,Dat on - 


dra 
schij 
geert En 


- de 


Heil brengt die blij 


Heil doorhet E 


-komst kalm en schoon, 


toon. 


ge-lie! Zingt ver- heugd op blij -den 


RO 


Looft Gods Verlossing. 


No.138. 


E 
> 
2 
pd 
ed 
2 

' 

b> 
Dee, 
er 
| 
g 
„® 
E) 
® 

© 

fs 
2 
© 


1. Looft God! 


2. H 
3. Hi 


dood En 


ne waar-heids-kracht En 
o - ver 


ge - vier «de 


door Zij 


ons aan_— in 
ne - licht_ in 


‚Nu wacht Gods volk 


» 


ij bracht, 
iN _ 


ij 


Zij- nen he - mel-troon Zag Hij — 


bod, Het zon 


-tans macht 


door Zijn rein ge 


hel 


ont - 


> 


en Sa 


En zond ons Zij- nen 


ons te-rug tot 
Een eeuw*-gen,blij-den 


’ 


nood 


| 
8 
Lj 


==) 
me 
El 
=| 
5 
5 
5 
ua 
5 
hd 
Eey 


Zijn ge - 
zet__ van 


— 280 — 


ar Damn = E zn mn mn 
GRE Dn ee en Gn 
| deed & 
Zoon, En zondons. Zij-nen Zoon, En 
God, En ons te-rugtot God, En 
dag, Eeneeuwgen,blijden dag, Een 
- | | 


va or: nn annen 
Gi DELE EE VE ENEN RENNEND SED 
A 
ETE : ED EEN PEN U ENEN WAE CT EENS MNS DP AEN V HES tb nt 


zond ons Zij-nen Zoon, En zondons Zij-nen 

ons te-rugtot God, En ons te-rugtot 

eeuw gen,blij-den dag, Een eeuw’gen,blijden, 
LN 


zond, en zond ons Zij-nen_ Zoon. 
ons, en ons___ te - rug tot God. 
eeuw’ - gen, eeuw’- gen, blij-den_ dag. 


Hij opent ons weldra de deur, 

En wij, wij zijn bereid. 
O, broeders, groot is ons geluk; 

Looft God en weest verblijd, (&es.) 
Looft God, looft God en weest verblijd! 


= 281 = 


No.139. 


1 


ige Geest! 


il 


He 


Kom, 


der Als | 
‚Hem 


ne 
land ken - nen 


daal = 


Geest 


3 


1. Kom 


ten _ 


har- 


- ler 


feest. Maak ve 


ster 


op het Pink- 


J 


E=| 
keb) 
5 
Z 
ae 
5 
R=! 
ord 
AI 
is 
GS 
3 
D 
ke) 
ez) 
B 
(sb) 
(<b) 
e= 
5 
Ba 
keb) 
D 
S 
5 
5 
DD 
rd 
5 


r, o Heil-ge Geest! Hoe 
Dien kie-zen Ee: 5 Pr si 


Daal nee 


tee - der, 


wen - nen, 


— 282 — 


B | RS 
STN ERE ei K 
— : ei ed 
5 5 )à 
SEN B E N 
Ee i 38 8 
82 5 È 
s AQ rl B en 
zie 8D S bo 8 
e Ld) 1 sj 
c B & S 

v = ej 

hes dn EN 
' S 8 S 
5 Gos + U NG 
Nl iepen S 8 

Si e= 

el : 
B Pt ae ® 
EN, 5 5 
| | Ei 


zijn nog ve 
hen den Va 
Maak 


— ge En 
Zoon slechts mint 
d dl 


heen 


— 283 — 


No. 140. 


Een lieflijke Naam. 


{, Daar ruischtlangsde wol-ken een lef -lij-ke E 
2. Dien naam is naar waar-heidmijn Je -zusook E 
3. O, Hei - land,wat komtooit Uw lief-de na-_ 
4. Bens buigt zich ook al - les voor Je-zus in E 


naam, Die he-mel en aar-de ver-ee-nigt te — 
waard,Want Hijkwamom za-lig te ma-ken op ES 
bij? Hoe hebt gU ver-ne-derd voor zon-daarsals — 
tstof, En 'En-ge-len zin-genvoortdu - rend Zijn — 


Pj 


V VE EEEN md LE GE 7 à ì BEW 
B NAS BE U DE NEN ERN ES EN ME EO 
ZE FS WER VI KOEN B EES EEN É CE AE BE EES Ee 3 
A) EE KE Cl EDE EE EENS Ii ENGE BEG ALE EN EEN EEE 
Eire à 
EEDE ED EN NER AE 5 0 KE EEN ED en EE 
EV ZP EE ON EE UD EE EE OEE B 
EEE ACE EEN CE _ANBSE …EE E an B EDE 5 


/ Beam. deen vaamts er zoe- ter en be - ter voor 
aard. Zoo lief had Hij zondaars,dat Hij voor hen 
wij? Uw krib-be ge-tuigtvan Uw lief-deen ge- 

lof. O, mochtenweom Je - zus ver-heer-lijkteens _ 


”, Gd ) 

A CEE LE WEET MM ZEER mn 
El ORTE A OD ON 7 EEEN EEEN U U AE EN 0 | 
EV PE EN EDE SEN CUE VC ENEN REE KORE) Sj EEN AEN EN ES Î 
EEN 5 EEE FE BOERE GEE REEN EI ERN RE BLAD 


Î 
de 
GO 
iN 
Í 
AME 


en de f 
Bihat Hij bal-semt de won-den en heelt al -le 
stierf, Ge - na - de hij God door Zijn zoenbloed ver- 

duld, Uw kruishout ver-kon-digt ons vrijspraakvan 
an hie- -ven we jui-chendden ju - bel-toon 


he dd T_f TÊTE 
Mt INL EK ME ES) U 7 EEN ER GENE WB 


. smart. Kent zij, kent gij dien naam nog niet? Dien. 
wierf. Kent gij,kent gij dien Je - zus niet? Die 
schuld. Lief-de, lief-de,gzij hebt ge-daan Wat 

aan: „Je-zus, Je-zus,Uw naam zijdeer, Want 


| 
naamdraagt mijn He'-land,mijn lust en mijn lied. 
om ons te, red-den den he - mel ver- liet. 
eeu- wig de ken-nis te bo - ven zal gaan. 
Gij zijt der menschen en En - ge-len Heer. 


TG VE MENT 7 DEE DAG ON KEN SO OE EE EN OEE EEA VN | 
AR EN VEE EUT ARE OCMEEN JD MOONEN OOC CN EP EK ME | 
LTD EEEN OEE U ENE ARE CN OD SEVENDE ON ESE NE 

Ef EE KEEN EN WEN NT SEN LOE LN DEN REE 


No.141. 


Es 
je 
ep! 
5 4 
8 8 
> 
© 
5 
ân 
in 
B 
=) 
el 
sl 
ke 
D 
© 
en 


pe 


de en 
de - zen 
Heer Voor 


4 


df 
toe - 
Hij 
lief - 


e®} 
raal he 
D 
Ehlakeliks 3 
Le) die 
oa Bo. a 
Rell jl == © 
+ -E-| 
Vaas 05E N 
Ss O0 | Dv © 
ie ! ' 
e 3 } ; 
© © © So 
e Orel « PME 
Bebe S5as « 
t PS A a 
| 5 Eg 
BD & & ESES 
en] eh) © © © S 
Lear) : 
ne SEEN 
el OV OD af 


' L 1 or 
Ss os 3 
© OR > 
. a f] 
rt En 
Eos == 0 wen 
ZN mA 8 8 
588 dl dS 
el ! 
© _i BO 
© =| 8 en 
S= | Ss.5 2 
ik 


lei ter neêr. 
= zen uit het graf. 
Voor al - - len, klein en groot. 
le - - ven Hem ter eer. 


DAZ. 
De : De Herders van Bethlehem 


1. Her-ders hoort, her-ders hoort! Luis-tert 
#4. Richt uw schreên,richt uw schreên Naar de 

3. Al - ler Heer, al --ler Heer Ligt daar 
4. *tIs Gods Zoon, ‘tis Gods Zoon, Neêr-ge- 
5. Men-schen-kind, men-schen-kind, Weet, dat 


naar der En-glenwoord:„Vre-de zal op aar-de 
stad van Da-vid heen. Daarligt in een krib-be 
op hetstrooter neêr, Dit zal u ten tee-ken 

daaldvan Zij-nentroon. Geen pa-leisvan ee -nen 
God u teër be-mint; Hij heeft U zijn Zoon ge - 
R\ 


God heeft in den mensch 
De Mes - si - as, klein en 
strek-ken, Dat slechts doe - kén Hem be - 
Ko - ning Is nie eer - ste aard -sche 


ge - ven, rn gij 5 eeu - wig 


: Her - ders. gaat en zegt het 
tee - der, U be - loofd reeds lang voor - 
dek-ken, Gaat en brengt Hem lof en 
wo=ning, Maar een stal strekt Hem ter 
‚Door Zijn zoen - bloed een - maal 


voort, Bander, gaat en zegt het voort. 
heen, U be - loofd reeds lang voor - heen. 
eer, Gaat en brengt Hem lof en eer. 
woon,Maar een stal strekt Hem ter woon. 
wint, Door Zijn zoen -bloed een-maal wint. 


Naar de Zondagschool.** 


mor - gen el É 


oog- merk Ko-men 


voort-gaan, ZR 
de 


er_ 


goeden e - del_ 
p-p 
Se te 


3. Laat ons koenen da 


s 
WO 
5 
rd 
ord 
pd 
(eb) 
E 
8 
5 
ua 
> 
Leb] 
ed 
< 
mi 


2. Voor een 


jan 
a 


ie En 
== 
nae 


Been 
ERN 
aen 

en 


eoa 
Ied 
erg 


Ee 
Bei 
8 
pl 


oe - den strij- ders 


wie - dren Zon -dag 


N 

PN zel 
00 
p) 

- MOS - 
te 
maen 
P) 


à 
EEEN 
Dn 
d'At 
In 
ee 
Bakas, 


En 


dd 
best 
DD aad 
NIN SHB NN 
NSE NH 
Ì [ 
Emp 
IN Ald Ii 
| 8e 


he - 


be as - den, 
me 


SEE 
a 
Ls 


za - lig - heid 


voog’- len 


19 


Zj 
nt. 


od een trouwe Vriend. 


8 
t 
re) 
« 
Ee 
ua 
5 
1 


rheids-lief-de too 


_geuren't Me 
He 


laat ons gaan 


bj 


Laat ons gaan 


; Laat ons gaan, n 


g-school 


nda, 
pl 


chool. 


it 


gaan naar de Zon-dag - s 


2 


ee 


No. 144. 
_In ons Zion, ons zoo waard.” 


ons 1 - On, ons zoowaard, Waar zich. 
al - tijd ge-zond te zijn ‘Schuwt men 
„tWor - de hun alvroeg ge-leerd Hoe men 

En ook hier- opdient ge -let, 5 ka 


van God ver-gaart, 
ster - ke drank en wijn, 
he. de A re - geert, Mees - ter 


m5 - RE Ee bed Smee - ken 


EEL ER … ATEN 
GEELGROENE 
eg 


nig - te van kin - dren o - ver 
| en:-thee cen .kof- fie …@ ven 
blijft van boo - zen lust en kwa - de 
dat de Heer hun Lahn ge - zond - heid 


/ ) / 

al; Zij zijn ferm en flink gebouwd, Met een 
zeer; Vleesch ge-bruikt men wei-nig maar, En een 
drift En dat im - mer ie-der kind Al-ler 
geev, Dat Hij im - mer hen ver-sterk’ En hun 


ziel meer waard dan goud, 
ie - der streeft er - naar Goed en 
lef - den ach - ting wint Als 
har - ten zoo be - werk, Dat 


_lee-ren wat de Heêr Zijn volk be - val. 
wijs te zijn in d'oo-gen van den Heer. 
le - vendheid in 'thar-te heeft ge - grift. 
ie - dernaar oh rei - ne wet-ten leev! 


24 — 


EvAN STEPHENS. 


1. Va- der, Uw kin-dren ver- hef -fen nu 
2. Stij-ge dit lied_tot Uw troon om-hoog, 


Ontvang ons Vreugdelied.”* 


No. 145. 


ij-zen 


pr 


Een dankbaar, vreug - lig ge-zang tot U 
on - ze 


Dat 


stem steeds U 


rs 
em 
5 


NE 
er 
7 | 
Voor Uw be-scherming én liefde en zorg; 
À 
Ee 
Ze 
mn 
— 295 — 


o-als_ Gij ge-trou-wen leidt, 
4 


y, 


Leid ons 
ns 
EREA 


kod I PE B 
re a 
SE REE NN 3E 
on shin PM ad: 
El IES — 58 
Vr é | | 
B sin ii oe 
8 ag REET 
ë Are DR 2 
jn Jr == zi || DAP 
ER lid At 5% 
a> f 
| A Van. | zen 
: e ® 6 me Ô PD sa 
A | ee le 
Ar : B 5 | 5e 
ue 5 HI ES EE 
88 35 iii 38 Ales Ee 
> IN E | | 
E e 5 5 ij en . 15 en à EREN 
de 59 Ee 
® pe Lj +2 eu | 
A5 


2e 


En ge-ven U, Heer, ons 
Dat U onshar-te hier 


No.4146. | | 
Welkom, Sabbatmorgen!** 


E. BEESLEY. 


ate À 
1. Wel - kom, wel- kom, Sab- bat-mor - gen, 
2. Hoort de Zon-dags - klok-ken lui - den, 

8. Nee- drig bui- gen wein aan-bid - ding, 
4. Hier ont-moe-ten wij veel vrien-den, 


Ruk ons uit der zor - gen net. 
Met een e - cho klaar en schoon! 
Daar ons hart Gods lof be - vat; 


blijk, 


Een - heid geeft van lief - de 


N\ 


on EE || st ap eD 
5 5 Se AET SNE 
bos Md | En 
Anal pere) d eee, 
o H 7 ES Md 9Lsoe 
o® v Sis TTK se af 
SEEN 2835 lii ah 
© | VW, l=D) 
Hs d bor je EN „ig ar 
An Ee 5 
® 8 © 
Aas SE oe Da or5 
PE 
| 
n +2 
Son GMS Ii <3 58 
ahd BESS 4 ET 
1 Rt LJ 1 
© 5 Sem8 Wi oen 
Sso U DEED A88 
SA SIS ij Se 
' 
\ : \ 
ee a D) LE 
ao E nn 
entend TRR) So d 
WD gn je) 
Si SESS it 258 


5 
Ss 
hels 
> 
SH 
af > 
S'® 
9 
‚À 1 
A B 
o 8 
SI S 


in de jeugd, 
dan_ een kroon; 


in 


D 


zons zien 
ons: komt, en 
Lee - ren wi 


Zegt 


P î en 
dsg 
BEER 
; ee I 
Í od, & | 
| @ ken} 
In eet 
Gl | 3 @ ma Et 
Iilhimnolekea Ie 
bog BEE 
Ei end | 
TM © T h 
id 
5 oma OO 
SO: 0 
men 
„a > U OA 
Penn NS dE CSN 
Bee 
gr es en 
EN md 
Ex Ik 


I 5 | 
DE 0E MA: 
zj! il 


LS CHMP 


am Ia 
EL tal 
5 5 
SIL zate 
pda | 
ISES ì Ì 
| 
/ Ea 50 | 
h \ SS 85 BOI 
UN „gez Ik 
D 
os ® | 
Mie Ce me 
Ii e= s Il 
í bed} 3 
hete) 
eig l 
hes 
48 =| wm gd IJ 
Ine ES Ja 
U 2288 | 
8 
IA888 


Herhaait de eerste vier regeis van het eerste vers als Koor: 


— 295 — 


147. 


Dak 


U terug? 


wij 


Len 


Wanneer z 


No. 


ke) 
5 bon E 
8 Sen 
zel In nk: 
Z Ja 
3 Ii ERE 
5 IEN 
IRE 
Un ale 
ll m\ Zet 
el 
fe E55 
eN 
behgdalelo 
its 
SU E58 
RN EEE 
U — ad ed 


w Uw | 
Uw 
bij 


zicht? 


heer - lijk --heid, 
toond, 


be 


aan - ge 
Wen 


Gij ons 
den wij 


Wan - neer zien 


Toont 
Wor 


f 


Wan-neer 
el Ads 
0 


aats, 


1 
If 


ten wij 
gen bij 
-gen heen naar die pl 


in lief-de be-groe- 


d 
> 

' 
EE 
ken) 
keb) 
oi 

r 
en 
ao 
E 
5 
md 

' 


ord 
dri 
E 
rd 
keb) 
fl 
ke) 
a, 
5 
c8 


— 300 — 


dat hei - lig,: he - melsch licht? 
ge-kroond zijn aan Uw zijd? 
Gij bij den Va - der woont? 


Is on-ze zen-ding vol- ein-digd al - hier, 
Als Gij zult ko- men in glo-rie en macht 
Wan-neer ons werk hier op aard is vol-bracht, 


IJ, | 
Zijnwij vrij van’taardsch gedruisch, Neem Gij ons werk aan;wan- 
En re-geeren zult opaard, Mo-gen wij hei-lig en 

't Levenslicht,is uit - gebluscht,En on-ze da-denvoor 


hd 5 g 
LG TE EEEN EEN RN OEE EEN GE ON EN 
PLD EDS NEE B OENE DV Rd ESSEN SS ZE 0 
VAE OE EEN EN "ONCE EEE (RET VO EEN GE 
EEZ ED AED a CEN LE EE EN EAN EEE / 4 


Ae ROI ef pd ni 


ATA EREN KE BEN AEN BEEN MAD EE EN 
B 0 AE TE EN … RNI ed TENEN PEN 
UL VAST BEDE Le RE NGR ENT MELDT EE KEE TEN Toru re 
NU Le (e 


neer wij dan gaan Naar onsheer-lijk Va - der-huis. 
reinzijnvoor U En Uw za-lig spreking waard. 
ons zul-lenstaan, Á, die eeuwge,schoone kust. 


heb à : 
[raun 


: EAK 7 
PDB aff je | U 
EE PE BLOED „EEN … EDEN … BETIS ee ORE … MEE EREN NS AE) nr u re 
ALD EP BEEN ETEW GASEREN WV OEREDE BELEDEN 7 GEE) 1 nd EE EN Ke 


Koor. 


/ 


) ls h A 
20% pl Eend ADEME 
AET IKN SRE 


A a SE 


|Navs.4-2Wan -  -neer, o Hei- - -land,zien 
Na vs. 3. Dan zien wij U, dier - bre. 


Wanneer, o Heiland, 


we? BREE … MEN … GEEN … OENE LEE | 
hi Ova EE ee 70 5 MEN ATEN IV BORON VAT POE 
ars EEE de Es EE PSE NGE EN 
GN A) AN Ae ME 


Hei- - «land, te - rug, 


dierbre Heiland,zien wij U te-rug! 
zienwij U, dier-bre Heiland, te- rug, 


ij te © ES 


- neer in 


Wan 


Le 
8 
5 
Is} 
5 
en) 
Ge 
5 
iS 
B 

0 
5 
8 
5 
2 
3 
: 
E 


Wanneer 


Danzien wij Uw aan-ge - zicht? 


ig, he-melsch licht. 


No.148. pe mijd is zeer kort!** 


1. De tijd is zeerkort!Gaat, en pre -diktden 
2. Deinst niet voor uw plicht trug— moog’ zwaar die ook 
3. Weet dat al -le din-gen Je - ho - va be- 
4, Staat palsteeds,want Sa - fan zal u__ nog ver- 


d. Uw eeuw’-ge vol-ma-king zij'tdoel van uw 
EPR PEE 


Ge OF WANEN REN 
WAOCN MEN ON ON EN DEN ON EE AN EEN 
ED NW 


â , 
vol - ken: Be - keert u, het Ko - nink-rijk 
schij = nen, Maar volgt u-wen Red- der, uw 
kend zijn, Neen, niets is ver- bor - gen voor 
zoe - ken, 'tGe - wicht u- wer roe - ping ver- 
stre - ven, Zoekt ’s He-mels be - loo - ning met 


ED TEEN EED ELEN PEEN an GN EED EE) PEN EEE 
PA EAN INE EEN PEA RN 
14 CD Eea tan 
NSA mm Nn GD B GT ED bd 


rr EE AE 
Gods is na-bij. Spoedt heen, gij he-rau - ten,spreidt 
Voorbeeld en Vriend! Weet dat de be-proeving— hoe 
Zijn al-ziendoog. Vreest niet,wantZijnoor zal tot 
staat hij ge-wis. Zoo door-nig uw Dae is en 


een vast be-sluit, Want en 


been. 


\ N \ 
oh 4 Pe pl @ 6! Te 
Er ar à 
_ 


np 


rn np ) AZ 
uit_ als de wol- ken, Ver- breidt gij de 

scherpook de pij- nen— Voor Gods kin-de- 
uw_ beê. ge - wend zijn, Hij hoor - de Zijn 

dui- vlen u vloe-ken, Is Je - zus na- 


hee MEN ; = vr BS ee - zg iS 


y, ) SNE # y y 
__waar- heid en Gods heer-schap-pij, Ver- 
_ ren tot ver - hoo - ging eensdient, Voor 
volk steeds dat zich voor Hem boog, Hij 
bij u tot uw la- fe- nis, Is 
Je - zus tot Zijn feest-maal uit, Dan 


\ 1 1 
he | ZEER CERN FEEN _f EEE 
5 BEEREN En EE WES Sem raten ZENNE ARD 
EEEN Ë 5 
5 PEEN FEE EN ; EE ee 
\ LN En Ws EN _ EN 
LEE ETE CUE EN ee nm map WD DEE 0 ne eas 
2E EE ME EEK ME Et 
5 PA EN … GEEN … ENEN MDG GE … ON WE E : - __dR? Ld 
) WW y, D, p 


breidt gij de waar-heid en Gods heer-schappij. 
Gods kin-de-ren tot ver- hoo -gingeensdient. 
hoor - de Zijn volk steedsdat zich voor Hem boog. 
__Je - zus na-bij u tot uw la- fe- nis. 
noo-digt u Je - zus tot Zijn feestmaal uit. 
EE 


EN 
JS eN à 
Sn | 
7 ET / P, Ed 4 B 
— 305 — 


n de Zendelingen.* 
E. BEESLEY. 


vR AN vR 

de zon in luis-ter Zendt haar 
E - ven- als de schaduw weg-vliedt,Waar de 
‚Staat gij te- gen-o- ver vor-sten, Vreest niet 


0, hoe heer-lijk die be- lof - te, Door pro- 
Gij he- rau-ten,pre-dikt blij- de ‘tt E- Ei 


dd 


Sens UE BE MS EE EE VAREN A ihn 
DE CEE" LE EE EN ETA NEE 
Efa EEE AN SEN REN WED" BEDE EP OUD WIN ZT 
Sl B 8 le DEN ME CED EN OEE 
p, ) | r | y, / y, 
f /) 
gou-den stra-len uit__ Eneèn we- reld toont vol 


blij- de zon-ne schijnt, Zoo zal waar-heid voorwaarts 
voor hun toorn of dwang, E- del-moe- dig draagt ver- 

fe-ten u ge-daan, Dat de tong der te - gen- 
ge- es macht,Wantgij zijt van Hem ge- 


© 


/) 
schoonheid, Duis-ter - nis ganschbui-ten - sluit.— 
schrij-dden, Tot de val- sche leer ver - dwijnt. 
vol-ging, Om te ster- ven weestniet bang. 
stan-ders, Gij doormachtbrengtstil te staan. 


roe- nen, À Rn met licht en kracht. 
is. À 
A8 & e Rf . hk 


— 806 — 


fi WE | EEG B ZE EE PANNE 
Ld 4 hed 1 ) p 
Pi) / / y 7 


Ko zoo rijst het E- van- ge - lie Met een 
Mach-tig is de eeuw’- ge waar-heid; Ziet, haar 
Ja, be-strijdt den reus, uw vij- and; s Her- ders 
„En hun werk zal niet ge - dij - en Welk een 
De ba- nier derwaar-heid wor- de Op - ge- 


nn 
7 | 4 


won-der- ba-re kracht,Werpt zijn stra-len hel-der 
stan-daard is ont-plooid! Volgt hem, hij zal o-ver- 
slin- ger en ge-waad Leidt Gods kin-drentot de 

moed-woord in den strijd! Hun kom-plot-ten la-gen, 
richt in ie-der land, EN EN glo - zn o, des 


lich - tend n der we - reldduis-tren nacht. 
win - nen;’t Wachtwoord is: Mis-luk-king nooit! 
ze - ge. Spreidtzijn leer metwoorden daad. 
lis - ten Val-len weg terech-ter tijd. 

he- mels, Heel deez’ aar - deeens om - spant. 


Le 
he EE ZE DN De” ENE t 
BENE Á 9 
EDR DRE D EEL EN GREEN ONE SEN PER EEN REE 
/ \L/ 


| No. 150. 
Gebedslied** 


Jos. J. DAYNES. 


4. Heer, ver-hoorons vu-rig bid-den, In oot- 
2. Help ons naarUw wil te le- ven, Sta in, 
O, moog’ons ge-dragbe-wij-zen, Dat wU 


PAREN ND 


moe-dig - heid ge-daan; Stort Uw vreed’uit in ons 


die-nen dag en nacht, Geef ons, als dedoôûnver 


a EN ee \ 
want ae ART nne 
Cd __ f nanny” 
PEET EN UE Nn WEE VES 
id ZES WE ED IP LED 
) TT 


mid - den, Sehenk ons vreugdop on-ze paân. 
ge - ven, Door des le- venswoes-te- nij. 
rij - zen, ’tLoondat de ge-trouwenwacht. 


1 OER 


#daaglijkschwerkons bij, Wil UwGeest tot Gids ons 


8 


Ke 072 WSC DEE S___&-__ RTE 
hein Ea EL pmm see 
BAE SN EE ED ENEN INS ge a Or 
EE PT van 

P) 


L/ L 
Laat o aat ons im - mer 
Hoed ons im - mer, Hoed ons im - mer, 
Im-merword’ U, Im - mer word’ U 


Da DAD 


Laat ons im-mer, Laat ons im-mer 
Hoed ons im-mer. Hoed ons im-mer, 
Im - mer word’ U, ’ Im- mer word’ U 
Age STe re 
ma ER Peeter pt 


L/ 
Strij-den on - der U- we EE Laat ons im - mer, 
Tot destrijd ge-wonnen zij, Hoed ons im - mer, 
Lof en ve- re toe-ge-bracht,Im-merword’ U, 


3 en dd 


A ee PL pIE eere si 
EE EN ED en L/ IE BETTER EF EP AGE ERF 
Laat ons im-mer 

Hoed ons im-mer 

Im-mer word’ U 


a 
nd 
î 


SE 1 enn BNR neder: va EA INN DEF OG | 
vann Om BORRE ES | 
nnn en 
et Ed F ze Ser 


Laat ons im - mer Strij-den on-der U-we vaan. 
Hoedons im - mer, Tot destrijdge-wonnen zij. 
Im-mer word’ U Lof en eere toegebracht. 
| 
vn de Dn 
EEEN NEN 
nn en ad 
Laat ons immer 


Hoed ons immer, 
Lm - mer word’U 


GAN 


ed 


— 309 — 


Leid mij tot U! *** 


_No.151. 


S.P Hursu. 


iP 


EN 
uE 


ON eG 
zn 
) 
mij t 
t 
0 


Dt 
t 
Leid mij tot 


e-vangt, 


de mij b 


-vens strijd-ge-woel Leid mij 


te 
Deonet 
- zus, mijn Hoofd en Heer, Leid 


2. Door sle 
3. Als zon 


AREN 
s ET a VAER 
% BREN 
Á. Je 


t 


4. Als’'tuur van ster- ven slaat, Leid mij to 


\ 


Leid mij tot U. 


bi 


een hooger doel, Leid mij tot U. 


DD 
Ri 
Er) 
a 
S 
ke} 
a 
k-b) 
Dee] 
ej 
kb} 
keb} 
E 
d 
e= 
keb) 
Pe] 
ua 
le 


Wees Gij mijn toever- laat, Leid mij tot U. 


Als smart mijn boezem prangt 


Wijs mij 


Houd mij intrech-te spoor,Lichtdagen nacht mij voor, 


Laat Uw ver-los-singskrachtMom-rin-gen dag en nacht, 


Als al-le hoop verzwindt,Mijn ziel geen vreugd hiervindt, 
Dat Uw ge - na - derwoord Dan door mij word’ gehoord: 
dd Jd 


—310 — 


Heel taard-sche e ven door, Leid mij tot U. 
Wees Gij mijn trou-we wacht, Leid mij tot U 
Sterk, Hei-land,dan Uw kind. Leid mij tot U.__ 
„Ga in, in ’the-meloord“ Leid mij tot U. 


No.152. 
ank zij God voor ‘t Lichtherstel! 


í. Kin - dren van de heil’- gen Zi - ons, 
2. Nee - drig, min- zaam als de Hee- re, 


9. Mo - ge God ons im - EN zeeg - gs 
re): Art en En man me 
eed ERE GE u EEA 

0. 
PE NAT Nd DWG AO BEE EEN a EADE 
TD 2 EENS EEE OEE Mt BEE OE ON ES EERE U MEIN COEN EE GEER U EN BEES CRS ES 
nn za B Gn a 


Zingt uw lied vol zoe-ten lof; ’t Is Gods groo-te 
Vrij vanwaanen val-schenschijn,Wil-len wij in 
aa ons Zijn wil be-tracht,Dan zal onsZijn 


Ees BE 


ens-stof. 


manen Ees a en 
ee 4 

) LP 
Jui-chen wal-len 
BEESTEN 
WEE AT 
BEREA rel 
SEE EEL 
ET 
B an | 

y, 

t lichtherstel 

nd 


== Si 


\— 
| 
b} 
Dean 
EE EL EN 
EE EE £ OPENEN 
BURST Tali el 
CEE 
y, 
Nek 
an BN 
GEER MER BEE … 
ge p, 
God voor 


jeeg-nen,‚Geeft Hij licht in on-zen nacht. 
) 


gunst Ni 
Er EET 
EE … 
y, 
lu - ja! Dank zij 


e 


che 
Hal- le - 
dee 
ei 
Sf 


Ee 
Dn] 
Dat van lof ons har- te zwell’ 


deugd en ee-re Too-nen kin-drenGods te zijn. 


goedheid die ons Blijdschap geeft en dan-k 


el 
à. DO 
Lama, 
: 
vem 
3 
sl 
gd 
EUA 
kl 
N. D 
| 
re 
ne] 
3 
el 
o 
Ban 


en Naad AE aag 
ch > pel MP bl 
PD 


Ins4 is Ne € 


_ Gethsémane.”** 
GEO. CARELESS 
nn ennn tn nne ze 
Ge nn T_RILZELBE 


1. Het was een som-bre, stil - le nacht, Toen 
2. Maarvoor'tbe- gin dier snoo - de daad Nam 
3. „Ik word ge- slacht tot een rant-soen,Neemt 
4. Ja, tot ver- ge- ving on - zer schuld Werd 
D.„Doet dit; roept Hij, „ten ein - de toe, Ge- 


te - gen Je zus, Go- des Zoon, 
Je - zus ’tbrood, en dankteen brak; 
brood__ dat u_ ten le - ven voedt“ 
Je - zus’ dier - baarbloed ge - plengd, 
denkt uw trou - wenVriend die stierf; 
abd 


Li 
be LP eenen 


Weer opstond al 
Wat lief-de straal - de uit Zijn ge - laat, Toen 
Den be-ker ze - gen-de_Hij toen:_„Het 
En daar-om gaf___ Hij met ge - duld _ Het 
Wordt dit her- den _- ken nim-mer moê.__ Daar 


De 


ver-ried_ voor loon. 


dit ge - na - de-woord Hij sprak: 
nieuw ver - bond__ is in__ Mijn bloed!“ 
of - fer__ dat___ ons'tLe- ven brengt. 


wig heil ver- wierf: 


1. Wij, kin-drenvan Zi- on,wij héb-ben veel 
2. In lie-drenzij im-merGods goed-heid ver- 
3. Wij wil-len ge- trouwzijnaan God en Zijn 
4. Al d'eeraanden Va-der, Zijn macht en ge- 


stof Voor ied van vreug-de, dank-zeg-ging en 
teld,Want Hij heeft ge - na-dig Zijn heil-leer her- 
Kerk, Be - vor-dren den voortgang van Zi-on’s groot 
zag, En dankvoorZijn ga-ven van ie- de-ren 


lof. Ge- luk-kig en vrij En ns zijn 
steld; En wij,schoon nog klein, Ge - tui- gen z'is 
Werk,Want daar-in is heil En vreugd zon-der 
dag. Daar-door zijn wijsterk In ‘thei-li-ge 


wij, En Zi-on, Zi-on, Zi-on blijft bloei-en; 
rein, Want Zìi-on, Zi-on, Zi-on blijft bloei-en; 
peil, Dus Zi-on, Zi-on, Zi-on blijft bloei-en; 
werk, Wijl Zi-on, Zi-on, Zi-on blijft bloei-en; 


i-on, Zi-on blijft bloei - en. 
i-on, Zi-on blijft bloei -en. 
ì Zi- on blijft bloei - en. 
‚ _Zi-on blijft bloei - en. 


155. 


No. 


ek 


idding 


Aanb 


EVvAN STEPHENS. 


IN 2 
ih | 
iEK 

ah 

Kk 


en door 


geest_ in - wen - 
tot dien God, Wiens macht__ kan 


ERR 
Oo Heer, __ 


Daal neer, 
Nu, 


2. Schenk on- zen 


3. 


u 
1 


loof ___ 


DES 


kracht; lend hart 
_— ‘tver- stand__ 


En 
Ons 
doen__ Meer 


E 
sf 
8 
5 
5 
ef 


Es 
S 
in 

bon! 
sE 


boe 
A4 OEE 
wenscht 


— 316 — 


on - uit- spreek-lijk schoon, Uw 


‘vreug- den 
0 


Van 


A 


en__ ge - nà, 


d 
© 
© 
Kes 
ke) 
va 
zel 
en 
es 
® 

el 
… Ma 
va 

| 

Beel 
= 

| 

5 

ke) 


lief - de 
ò, 


we 
vreug - den 


Kerk haar 
Ma 


A 


nä. 


ge 
eeu - wig brengt. 


en 


lief - de 


We 


hul - de 


Kerk haar 


317 


__ No. 156. 
| _Aanbidding.** 


u Lr WAE A GD PN OA PS GND A ET EO EN fl OEE HC ES 1e DE 
WALES MENE MAN NE ERD EEE A L_a EN ED EN Eel 
1. Daal neer,_o__ Heer, en door_ge- 


2. Schenk on - zen geest in - wen - dig 
8. Nu tot dien God, Wiens macht kan 


DS a END EKE OREN 2 Sted A 

LJ) Pe) P) ee 
1. -Daal: neer, 0 … Heer, en door de - 
2. Schenk on - zen geest in - wen - dig 


3. Nu tot dien God, Wiensmacht kan 


loof En liefd’ in ie” - __dren 
_ kracht; Ons zwel - lend hart be - 


doen Meer dan ’tver - stand _—_ ooit 
WEL 
5 EE GEE PNG GED OE BEL WE WEE LNE 
BL aen DEERD EEE ANEN MEE EEN LEN EN EE 
B EERE ACER GEEN 2” MOTT EN OO EN 

4 Ce) ge , U 

loof En liefd’ in jie - dren 


kracht; Ons zwel - lend hart be - 
doen Meer dan. ’tver - stand ooit 


74 CRE an 

RETRAITE WGE ASEAN BEE 

RLD Ln 
en en 


leu 
45 
LJ] 
en 
gea 
nn aw 
d Ln 
a (en) 
de S 
tt | 
SS At 
o,s 
dd 
| bre 
S © 
zn ln 
 e 4 
8 sx 
oo A 
Ed 
‚S 
5 
D Cm 
Se 
ï | 
Ss gE 
2 NN O0 
2 


EEE Inl 
En 
0 A 
EES 9 Ô 
Te 8 Ull 
Ees 
kane 

OD B _\e 
As MA 
Se biij 
sid 
Sel ll 
oz ij 
A, Ik 
Gn 
Se EEN 
diit II 
Se) 
EER DN 
eN 5 

Ee 


Uw vreug- den on - uit- 


voe - len wij 


he! 
| | e 
en 
IE 
je 
fe) 
ES 
bd 
5 
D hd 
So 
Si 
1 
N=; 
ank de 
» oe 
Ln | 
E 
Ss 
Ba 
onder 
2 


de 


we lief - 
Zij - nen Zoon, De Kerk haar hul - de 


5 
en, 
5 
=) 
5 
KS) 
d 
p 
B 
> 


zelfs — Van U 
— 819 — 


voe - len wij 


leng - te 


U 
Kerk __ haar 


vreug - den 


Van 


schoon, Uw 


- lijk 
ge 


spree 
en 


we 


na, 
brengt, De 


à wig 


een 


we 
haar 
PE 
FEST 
pe 
ERR 


U 
A 
ma 


Kerk 


brengt, De 


HA 


schoon, Uw vreug - den 
Van 
EE A dE 
BE Ei 
nn BE 
EEE 


spreek - lijk 
en - ge - 
eeu - wig 
e) 
re, 
en 
ES 

Eem zen 
Zen me 


— (8202 


No. 157. 


E. BEESLEY. 


Geest des Hemels.” 


lig 


3 
UCS 
Ze 

.. 


Ii dol 

IN ZB: 

HN 2 | 
a 


Eer 
L_a 
4. G „Geest des he-mels, spreid al-om uw lief - de, 


2. GeestGods,daal neer!De teek-nenvan de pij- „Hen 
En 
Ae] 


Ont-vangons of- fer, neemons in be- zit; 


weêr; 


ii 


“án- nig’ har-ten 


Nut- ti- gen wij met 


Ee 


U 5 
Ih De Ui 
jl 
ld se IN & 
Ih A8 Ee 
IN | à in 
ie 554 
TT £S 
> D 
a E | 


ERE 
ECE 
VIEL 
Eed 
Tot rein- re 
Dat we on-der 
EE. 
TLE 
Msn 
5 HETE gd 


21 


— 321 — 


’ 


d 


0 de 
zon - den 


G 


Heil - ge 
Geef kracht om 


Hoor, 


al 
© 
® 
en) 
5 
„ad 
t - 
KG: 
NJ 
Î 
© 
> 
© 
nd 


u 


we 
el 
Ei] 
ao 
epa 
Eu 
zi 
a 
kb) 
kb) 
ä 
E: 
Dn] 
© 
ers 
nf 


om 


lijk en ge - 
ken wij 


- nen 


tra - nen 


min 


— 822 — 


> 
ua 
keb 
[sb] 
B 
f 
Ls®) 
&o 
Le) 
EP 
RI 
a) 
B 
nf 
arl 
“5 


En maakons be- ter 
_Wantzwaaris 'thart be - laân metzondeen wee; 


- nie- ten 


ij ge 


Leer ons ver - ge- ven, zoodat w 


-ten 


ze gees 


EE KOR EN 
meest. 


-te hoopen vreë. 


U-wen troon ge - na-deenlief-de 
Van Go-des troonkomt zoe 
EE 


de 
RN 
A Pd 
Pd 

Van 


md den 


No. 158. 


Rust en Vrede.** 


GRO. CARELESS. 


1. Rust, rust Ue de moe-de. ziel, Rust, 
2. Rust, rust, dáár is strijdnoch twist, Rust, 
vreê, hoort gij - die immu- ziek? Vreê, 


’ 
ÀL CA ADE 1 BEDE a UN BEEN ROOG WRS MEE BEEN EE 
va EE nn Ut EN HE MON 


rust in het vreedzaam dal, Rest, rust on-der 
rust voorwie hoopt op God, Rust, rust,wanthet 
vreê, tis der En-g'len zang. Vreë, vreê isvoor 


ra Cms E Sf ME VEEN MEENDEN BLT MODE EN IKS 
hf TUN. 2 MD HN EN MEE, | SEEN 5 MERE | 
le | ad U EN OW BE CE 1 Ve EEE OE IE OT U CNE CE 
EN % WE DN OD ORT 1 1 EEDE U EEDE WEL, 


twil-gen- loof, Bij 'ton- tel-baar doo-den - tal 


eind is daar Van des le-vens woe- Hg lot. 
be- reid Daar in der ver- los-ten rang. 


: \ 
S & 
(on è Sas ce 
> é © bn A 8 @ 
wa w P 8 N 
SS eij 8 Én e 
PA AS me Te 1 
Sn 5 Rr ft 
RS dE @ (5) 
E) » © Ms =d D 
_… a Á 5 
' SES » S 
8 dae 
> 5 
D 
A ' 
eh) 
pe 
Ne) 
5) 
el 
® 
a 


voor ver-druk-ten vre 


Aa 


vreê, 
rust, slaap in vre- de voort, Rust, 


jl 
@ 
dend 
ar) 
En 
of 
va 
orn 
Ns 
ua 
=| 
Pet 


de) + 


> 
ui 
5 
á 
u 
vm 
0) 
E 
keb) 
am) 
B>) 
5) 
Kal 
&l 
5! 
Lans! 
© 
emi 
ki 
5 
se) 
"5 
(B) 
je) 
&o 
=| 
(< D] 
ed 
| 


b] 
zi 
LJ] 
si 
je) 
Lan 
ei 
ksb) 
ri 
oml 
OT 
EE 
oes ® 
M= 
pe 
© 
T 5 & 
1 
se 5 
ZES 
ua 


rust aanhet eirid der baan, 
rust, voor ver- moei-den rust; 
rust, totdeop-gaan-de zon 


— 325 — 


GEO. CARELESS. 


Weent niet alleen.** 


bi 


ze smart, 
aan, 
vindt; 
leed 


nen mee, 
zegt u 
of 


fer 


Een re-gen - boog om- spant ons 


D 


dren traan 


ze - gen werkt; 


bit - ter wee— 
licht het hart: 


ij wee 


W 
en 
een 


smart, 
dood 
proe - ving 
- dacht dit 
ge hoop ver - 
kracht,droogt ie - 


weer de 
atGods be - 
Niet één be 
eeuw”= 
eeft it 


Hoop, 
Hij 2 


1 
im 
© 

ee) 
ksb) 
© 
Lel 
ele) 
> 
ui 
© 
© 
lem) 
NN] 
0D 
© 
5 
ref 
(<b) 
or 
NJ 
el 
c3 
S 
Zi 
ed 


S 
lsb] 
[b} 
pemael 
1 
Lampe! 
cs 
+2 
al 
En) 
> 
5 
[<D) 
E 
vet 


3. Dit heelt uw 


— 826 — 


Hij 
Zij 
Hij 
Zij É 
Hijzorgt met lief - de on - be - perkt. 


werd door al - len hier 


wordt met glo- rie eens be - kleed. 


hem, 
haar, 


Is wel met 


die henen ging; 
Zijn 
Haa 
En toen den oproep 


5 licht scheen steeds in volle pracht; 
hij 
zij 
Snelde e ee geest, waar heerscht geen nacht. 


ontving, 


9. 


Hoe zacht ontvlood En de aardsche kluis, 


Onder een glimlach afgesneên; 
Gods englen leiden naar hun huis 
De reine geesten veilig heen. 


6. 


tIs ijdle faam, ’tgeen rijkdom geeft; 
Zijn 
Haar 

Zijn werk spreekt nog alsof El leeft, 


naam hoeft geen beeldhouwerskunst, 


Haar 
Zijn . zijns 
Haar deugd verwierf Ee Heeren gunst. 


ee 827 — 


Vrijheid, Liefde en Vrede.** 


nn NEEDED IA NEED MANNEN BRUNE en De 
ETEN eN elen MRSE NE ed 
UZ WN o DENS DE BEEN A ESE as 
INN Pan end : ed 
LE y, ) ) 


A. Hoort! Luis-tert naar de zach-te bries Op 
2. De voog’-len bren-gen hun ge-zang En 
3. Het groe- ne woud, de ber-genhoog,Waar 
4. Maar al- ler-meestwerd o- pen-baar Eens 


FCT: OW CS EN OE A OE TE EEN ED GEE LER TEM 
B OPTA NEL U AED U EER VEEG TOGT B EON EET PDE ER 
EP ER s OE Co NN EEN GETEL BNNLEER ° MATTE MOTEN WEE BREN 0) ELEN BIEN IT 
EN, 1 RK op SE NEN BOE ROTE "ARAC LEES 40E 

2E : « bm L\ \ d m 
BED” AP 31 LEON TEE DEN" ME DN DEN OON EES IE EN EET WEN EEE U 
DELI TET EE NEEM ERD MEE ET MOE BELT 
Ufo ED NEL EEN VRED MN WE BEEN 
DALLAS CAN … OEE … EEE Gi Ll 4 

i) ) E pi 
y, 


berg en heu-vel, land en zee; Zij fluis-tert 
lof tot God,die ‘tal ge-biedt;Hun tong en 
zil- vre mor-gen- dauwvaltneêr, Zij prij - zen 
Hei-lands lief-de zon-der peil; Hij stierf, ver- 


y, y, y j- 

in des men-schen oor De stem van vrij-heid, 

stem-men hef-fen aan Het vrij-heids- lief-de-en 
met hun zacht ge-ruischDen God der lief-de en 

rees ten le- venweêr, Om on- ze vrijheid, 


If Si # RP ete 
epe Ee rn 
lief-deenvreê. De bloemen in het woud en 


vreug-de-lied. Ziet hoe de fris- sche, hel- dre - 
Vre- de-heer. Nu rose-pen aar - de, zee en 
lief-deen heil. En d'ar-me menschdie eer-tijds 


1 © 


# s - Ess L\ 
EIN FRN El En 
eN LEEN A EE GEE BONES DN BRG A EEN 

ED GE B EE MN OE CNN B ONE 


y Ú 
veld, Zij staanin or-deen har-mo-nie; Zij 

stroomSteeds voert on- tel-bre vis-schenmeê; In 
lucht, Met  d'En-glen omGods troon geschaard En 
werd Door hoogmoed,nijden haat mis-leidWordt 


ken - nen haat, noch waan of nijd, _ Ver- 
stil - le blijd-schap le - ven zij In 
d'Heil- gen Geest, het „In den mensch een 
nu door. Je - zus’ bloed ver- lost, In 


lief - deen vreê. 
lief - deen vreê. 


il 


mel - den vrij - heid, 


„vre - 


vrij - heid, een - heid, 
be - ha - 


wel - 


blijd. 


8 de op aard? … 
IJ 


vree 


gen, 


he 


lief - deen 


vrij - heid, 


hoor toe.** | 
Jos. J. DAYNES. 


’ 


O God 


ik 


ter - wijl 


slechts de 
dag, 
nâ 


‚— hoor toe, 


God 


ste 
ee 


min - 
Ko) 


ik 


kleed 


2. Be - 


n 


ns 


zijt 
en 


8. Gij maakt den 
ge - 


4, Gij— gunt 


ning 
dig 
deen 


W wo - 


el - len - 


ons uit 


LD 
® 
a 
5 
ad 
As 
ua 
5 
© 
el 
© 
ee 
ui 
s 
© 


De vreugd,die van 

plaats Daar in___ Uw huis, ge - na 
Be - hoed 

graag, Ver - lost 


prijs 
zon; 


— 330 — 


| | 
daalt; Eén dag_ met U is be - ter 


God, Geen weel- deof egoed,geen troon of 
waar Van al - le list en macht der 
smart,Schenkt al - les, en__ ont- houdt ons 


dan De pracht,waar-meê de we - reld praalt. 
macht Doet mooit ver- la - ten Uw ge - bod. 
hel, Van vij - and, angsten elk ge- vaar. 
niet Wat goed is voor ’top-rech-te hart. 
A | jl P 
BEK 


\ EE î 

Bf ELEN EE OE EN pl ee 

| EET VEE ED A EE EN WT BEEN WE GOED REE BEER RI 

ELD GE EN ED RE GN EN Ki EEN EAR EED ERR AE U 
\m/ 


O, heilig God, Gij die gebiedt 

“Heelal, dat steeds Uw macht ontvouwt, 
Voor Wiens gezicht de duiv’len vliên— 
Gezegend hij, die op U bouwt! 


— 331 — 


No. 162. 4 
Morgenlied.”** 


| 


GEO. CARELESS. 
7 3 


me a. | 
Sfsa U 
KN 


El WER AEN EI 
EN DET WETEN VEN EEE BEEN Fe? 


WIVES EN EN LEER „LEE U TTE WEEET MN OE RT ER 


1.Ziet hoe de mor-gen-zon Haar loop-baan_—— 
2. Dat ookmijn ho-pend hart Van ’sHe- mels___ 
3. Ver-trouwend legd’ ik mij In Zijn be -= 
4. Zoo nee-d'rigwensch ik, Heer, Te le - ven 
5. Om mij te lei- den, Heer,Geef mij dan 


EN URE eee 7 
el PE 
schit- tren doet, Ver - digt steeds haars 
… Va -.der zing, Van pool tot pool de 
scher- ming neêr; Ik sliep, ont-waak-teen 
hier op aard, Dat Gij, in eeuw’- ge 
U - ven, An har - te, in - nig 


Ma: kers lof, Ver - kon - digt steedshaars 
waar - heid spreid,Van pool tot. pool de 


vond op-nieuw, Ik sliep, ont-waak-teen 
za - lig- heid, Dat Gij, in eeuw’- ge 
en — op-recht,Mijn har _- te, in- nig 


_ Ma - kers lof, Ver - kon - digt 
waar - heid spreid, Van pool 

op - nieuw, Ik sliep, ont- 

za = lig - heid, Dak Ge 


& 
laa 
=g 


en op- recht, Mijn har - te, 
Dd bf Ge C° 

nn 
ee Ee 
eer nn en eenen 
EA En MeT ore ot Door 
| pool de waar = heid spreid’ Van 
(__waak-teen vond op - nieuw Mij - 
| eeuw’ - ze za = lig - heid, Mij 
| in - nig en op - recht, Dient 
| ran Ae Eler MONT 
Cen Ennn 


gloed. 
ging. 
weêr. 
As 
gaart 
vreesd. 


RE TN pr 


* 
J.G. FONES. 


trouwe Werkers. 


wij zijn 


165 


No. 


wer- kers Voor der 


len moe-dig wer 


zijn wer-kers,trou-we 
im-mer in 


wij wil 


1. Wij 
2 da 


ken,Strij-den 


Naar der 
s à 


uit 


ge - loof 


pi 


3. Wij zien 


enke he 


tijdsvoorspeld in 
in ge-tal—en 
ie- dre trou-we 


Dat 


tren dag Eer 
8 


md 
® 
oe 
5 
ed 
c3 
ui 
ua 
hae 
ord 
sj 
| 
Es 
cd 
3 
B 
sb} 
=| 


toekomstschoonen da 


We 


toekomst o - pen 


de 
hart,Trach-ten wij voort te 


ker dan 


EE: 


Js - raêl Als 


gaan. 
zen mag.Gods 


één van 


wer- 


£ 


winnaar we- 


Ver - 


— 334 — 


Fa 
® 
Ln} 
Ô 
„6 
© 
pel 
5 
En 
P 
… 
LJ 
+2 
rd 
5 
7) 
‚be 
42 
ui 
© 
kb) 
da} 


de 


*be-loof- 


aâg,Ook in 


gest 


eg’ ne ons 


mel ze 


He 


ih 
Ih 
Bn 
EN 
Sa 
Chan 
Elen Y 
5 

5 
EN 
dn 
Fen 
Eh 


nig ons ver-bindt Met 


2 tot 


dd ed 


een-heid in 
ons den we 


ijst 


Wijl 


bi 


aard W 
ok. 


| 
EA 
nn 
[nf 
L: bj 
[ss] 
1 
eb} 
=| 
4 
a 
&o 
Lj 
8 
N 
| 
feb) 
ed 
1 
Pr 
t 
[en] 
Ft 
Aad 
ui 
opel 
E 


land; 


bi 


Wijzijnwerkers 


E 
F 
kel 
À 
W 
% 
5 
kn 
Land 
5 
heh] 


E 
c8 
5 
8 
3 
8 
3 


u 
dl 
5 
É 
8 
8 
5 


Wij zijnwerkers, 


— 8385 — 


Es 


werkers, Stre-ven naar een 


dd. 


; 5 ne 
ki EE 


trou-wewerkers, __ Strevennaareenzalig- 


haidieen zaligheid. Voorwaar 


wachtwoord, Want ’tis Goddieons geert 


Dn 


zi EE 
1e. A 4 BE ME Me kdenk 
ge n n De u . Been ; 


is ons wachtwoord Want'tis Goddieons pelt 


— 336 — 


_No. 165. 
| Voorwaarts tot Glorie! 
J. M. CHAMBERLAIN. 


Â. Wij nlar-chee- ren voort tot glo-rie, Wij 
ê ne aan dâg gaan wij steeds voorwaarts, Ten 
el welk keil, met de ver - los-ten Te 


pari 


wer-ken voor een kroon, Wij strij-den voor de 
he - mel bliktons oog; Het weldoenbrengtons 
bren-gen on-zen Heer, In_'sHe-mels blij - de 


Ee heidAan teind wacht ons het loon. 

na- der Tot ‘tVa- der-huis om - hoog. 

za -len, Aan-bid-ding, lof en_ eer! 
E k | Ee } 


kek 
E. BEESLEY. 


hg |: 
DEL 
sE 
bl 
sal 
eet 
u 


Es 


- 


— 838 — 


rig en ver 


’ 


Welkom, Heilge Zondag! 


k pe) 
5 IN 5 
Ê 5 
je Wies 
5 8 
5 AS 
| 9 enz 
= a Fe 
, IE fi 
2d © 
keb) e (‚e 
ee Kd bimme E 
el TT pe 
& Bien s (Sh en 
3 Eh agr 5 
PL 
5 lg od Ee 
À nme al 
5 a 3% E 
il En | 
d A hl je 
Shi 
LA 
\ Dnzd 


No. 165. 


1. Wel-kom,heilge Zon-dag, 


5 
Et 
8 |) 


EN L fa 
jd AT Ee 
5 U 2e 
EE a „En 55 IE 
p WE 
28 HD S& | 
8 5 Ki u 
bo 5 | De 
5 A) #2 
dE hi EE jk 
=H E ] ï 
5E ik 2e SR 
| eN 
SE dll 
b ie 
el d : il 
EE UN zE ul 
E 5 5 tb ’ 
ri a IN 
ui 


Pi) 


0 B 
me En Dn 
Gd ALARM MNEEEN CA TE GV EE FE 


Zere 

e 

Je BP 4/1 WO | 
hd EE U 


ge dag van rust;— Bes-te van de 
bel 
— 839 — 


bd 


On-zer stem-men klank, Englen dragen 


Hei 


rijst nu 
Sab-bat, 


‘tot God 


© 
NS 
NEL 
=| 
©. 
Dz 
er 
IS 
Ki 
T5 q 


ze - ven, 


iden. 


ik Sëne 


No. 16 6. 


ingen wij voor 


Z 


E. BEESLEY. 


1. Zin-gen wij voor 
2. Prijst Hem voor ge - 


8. 


3, 


tscheiden Nog een lied ter 


Voor uw gun-stig 


bl 


de 
- der, 


na - 


Red 
d 


O geef ons ge - 


« 


on- ze 


Je - zus, 


dd 


ler Va-der, Die, ons mint zoo. 


Van onsal - 
ot; Voor de ze-ge-nin-gen Prijstden Heer, uw 


d 2 


Nu wijvoorU buigen, Leeneenluistrend 


— 340 — 


b | 
- ler - 


- heid 
zan - gen 
- blijd. 


goed. 
= od 
Zin-gen wij hier 


Prijstden Al 


ste 


’ 


j lr 
Maak ons: hart ver 


rond 
tijd, 
In dit Gods-ge - bouw. 
* Hier met hart en mond. 


e3 
2 
a) 
Dn 
© 
© 
> 
en 
© 
en) 
zj 
© 
as 
8 4 
e= 


$ 

1 
5 

Mg 
sE 
lar} 

SE 
® 

GS 

pa 


Voor 
gen— 
nen 


„ken in het 
Leid ons al den 
hoog - ste__ 

die 


zan - 


Voor Zijn lief-deen trouw, 


Klin 


— 341 — 


No. 1677. Rn k 
A AA Heiland, tot U.** 


WILLIAM CLAYSON. 


1. Na-der, mijn Hei-land, tot 
2. Na-der, mijn Hei-land, tot 
3. Na-der, mijn Hei-land, tot 
4, Na-der, mijn Hei-land, tot 


Hei-land, ik streef om te 
na-der tot U! Loú-tert be. proe-ving, zij 
na-der tot U! Mo- ge mijn lied im-mer- 
na-der tot U!___ Breng mij, meer hei- lig e 
en 


, steeds na-der tot 
leidt Na. der, steeds na-der tot 
steeds na-der tot U. 
steeds na-der tot 


Gij zijt mijn 
Ern-stig en 


heel, 


ver-trouw ik ge - 


U 


òp 


hj 
© 
el 
nd 
ord 
LV) 
=) 
Ee} 
sn) 
8 
> 
ke 0) 
ú= 
3 
® 
Zi 


© 
5 
= 
ee 


A 


Help mij Uw 


5 


8 
£ 
83 
E: 
he 


rijk Uw kind be - ho 


dan be - 


be - 
Ò 


Gi 
_ 


Biedt 


el 


IE: 


_ 


proe 
…: 


Is 


ded 


® 


d 


me 
© 
® 
ke 
is) 
ef 
5 
5 
® 
8 
rz 


Min mij tee-der, breng mij 


A 
neer 


wilsteeds te doen. 


® 
r5 
| 
5 
3 
1 
H=| 
2 


loo-ning mij aan. 


— 843 — 


ijkst Oord 


Het heerl 


ee] 
© 
© 
er 
han} 
ET 
Lal 
kb) 
© 
As) 
z 
LD) 
© 
ua 
opm 
5 
> 

| 
e 
Me) 


1. Daar 


kre wolk be - dekt de lucht; 


don 


2. Geen 


vol van schuld, 


. En __ schoon het hart is 


hoon! o zooschoon!Daar wordt het Eng -len- 


ZOO SC 


Pp 


0 
Heerlijk land, heerlijk land! Geen boe-zem slaakt daar 


Je -zus stierf, 


Je-zus stierf!Schoon vloeken smart en 


o_zooschoon! Geen 


O zoo schoon, 


Heerlijk land 


lied ge-hoord, 
ooit een zucht; 


El 
jm) 
Kel 
3 
EN 
#3 
M=) 


’ 


» 


Je -zÜs stierf! Komt, 


Je je stier 


f, 


angst het vult, 


zon-de kent men daar om-hoog, De_—_ 
gloeit de lief. dein elk ge-moed,De_ 
val - len we aan Zijn voe - ten neêr, Hij 


p : Ü 
blijd-schapfon-kelt in het oog Des zondaars,die voor 
Heer is daarhet hoogste goed, Hij, die vergoot Zijn 

kroontons met Zijn lief-de weêr, En brengt ons in die 


. de 


Je - zus boog, O zooschoon o zoo schoon! 
dier- baarbloed. Heerlijk land, heerlijk land! 
plaatsvan eer. Je-zusstierf, Je- zus stierf! 


dd 


Uit den Sankey-bundel.) 
— 345 — 


No. 169. 


Staat op ten Strijde! 


GEO. CARELESS. 


deed 
EE Te 


sta op, en om-gord u, o 
‚ wordt wak - ker, be - wo - ners van 
Zr wie zou voor en eed’ … le niet 
he | 


Zi - on, Waak, ont - waak! luidt des wach-ters 
Zi - on, Werpt de wol. ken vanzorg in den 
strij-den, Nu dat een ze - ge-kroon wacht de 
vol- kren, A - 5 merkt door deon-hei - li - ge 


ED GN TA ENEN EC GEELEN GEEN NN 
Er ern a sma heem Le 
BES IS EN NL f me Bm 5 7 
5 7 P) 
vel, Want het tijd. perk vansluim-ren is. 
wind. Het trom-pet- ten -.ge-schal roept u 


deugd? Zoo gij u met den vij - and ver- 
schaar: En de dood eischtzijn of - fers zeer 


ra CEE <4 ed CED GED WE AET EE 
Bl DE EEU AEEI AAN ef EEE a EED EED a EREN et ETE ROR CB WETEN 7 CLLETD 
Wi AE TRED BEEK SRO EES IF EEND 7 COEN EEEN 9 MERAN 2 BEN ETEN EDE ZAL 
EEEN ETD GET EDEN OEE ALTE MENE 


o - ver, De ver - der- ver. be-strijdt Is - ra - 
sa - men,tZijn de laf-aards,die men ach-ter 
ee - nigt, Laf-aards,weet, gij ver-zaaktal - le 

spoe -dig Als de vruchtvan het ko-mend ge - 


Wees moe- dig en -trouw, op_— 
vindt. Als de vij- and tart in_— 
vreugd; Uw arm zij als. staal dat_ 


moed, kin- dren Gods, ge - 


, _\ NN 1 N \ « 
EEP A EEG WEER (5 ARS a, DE MEE EEN KOE GLE NE EEL EEA en 5 
rn EK KP EES OVEN GEEN ENDE DENK MEER DE KN 
rl NO = ee an 


God immerschouw,En werp ie - dre hin- der-nis 

uw huisof hart, Be-strijdt hem, be-zwijkt niet in 

geen u-wer faal'! Staat pal voor watgoed is en 

bouwd op de Rots, we voor deugd, zij maakt rein en 
INE: 


she: 


1 p 
wac ® 5 EEE 
Eed CE CN KB 
De UND EED AEN CE EN EE OE DE EN 
A DE ED 
7 


Om-gord u tenstrijd,wees im-mer be- 

nood. God is aan het hoofd, dit heeft Hij be- 
Ver - heft u metkracht, ver-trouwtop Gods 
Het tijd-perk van sluim- ren ä ‚nu niet. 


reid, Want de prijsis een kroon van uw Heer. 
loofd;-Voorwaarts dus ter ver-win- ning of dood! 
macht, Dan zal d'he-mel uw woon-plaatseens zijn. 
meer, Maar het uurder-ver-gel- ding na - bij. 


PEER 


No. 170. 


de -— vorst! 
aan de zon - deeen eind, 
zan-nas ‘gal - men dan 


heb-ben w'U ver- wacht; Ons heilis in Uw | 
zui-ver d'aard met vuur, Her- stel ge -rech-tig - 
der ver-los - ten mond, En d'e-cho plant zich 


| ) 
hand, Ver - los ons uit den nacht; Ge- 
heid. “Uw vre - de vol be - stuur Wordt 
voort Door ‘tgan-sche he -mel … rond. Het 


ae …- EEn ze 


wensch - te ve - ler vol - kren, 
door der Heil — gen harp eer —… 
TBE ver - vult 


Gewenschie ve -ler vol-kren, ve-ler vol- kren, 
Wordt door der Heil’ gen harp,der Heil'gen harp eer - 
Het ze- ge-lied ver-vuit’t heel-al. ver-vult ’t hees- 


=9- 


J 


“heel- 


kom; Ver - ga-der Is- rel van al - om. 
lang Ver- wel-komt,met hun vreug-de - zang. 
al, Ons lof-lied Zi-ons berg en dal. 
di: « 


_No. u. | 
's Heeren Dood en Opstanding. ** 


GEO. CARELESS. 


1. Hij stierf,de groo-te Red - der stierf, En 

2. Komt, Hei- li … gen,en stort eentraan Voor 
3. De Heer des He-mels stierf voor ons: Hier 
4. Des Le-vens Heer ver-liet het graf, Hem 


4 CEN DE CN ON ALD IN TEE 
Rel 0 ld Mi Ld 

KE ZEE EE ET AEN ELI MI WEE 

REN EEV Li CE NEN EEK EED 


Is - raëls doch- ters ween-den luid; De 
Hem,die wil - lig tors -teuwlast; Hij 

'sliefdeen smart on - ein - dig groot;Maar 
hou- den kon it 


he - mel was in nacht ge-huld, En 
stort- te dui - zend dropp’- len bloed, Waar- 
oh!_ wat vreug-de werd ge-hoord, Toen 
en - glen- heir__ge - leid - de Hem En 


d'aar-de brak in worst-ling uit. 
door Hij van uw zon - deu wascht. 
Hij ver-rees uit graf en dood. 

zong Hem toe hun wel - komst-lied. 


Gij Heilgen, droogt uw tranen af, 
Vermeldt, hoe hoog uw God regeert, 

Hoe over hel en dood Hij heerscht, 
Uw vijand slaat, bindt en verteert. 


6. 
_ Voor. immer leeft uw eedle Vorst, 
Die tot ons heil Zijn leven gaf; 
Vraag dan: waar is uw prikkel nu, 
Uw zegepraal, o snoevend graf? 


— 351 


Eer de Zon verdwijnt.” 


, No. 1272. 


vloed, Eerde 


W. J. KIRKPATRICK. 


Heb werk in o - ver- 
Ik moet spre-ken ’t vriendlijk woord, Eerde 


8.’k Moet be - trach-ten ‘sHee- ren woord, Eerde 


DN 
el 


2. 


ver … dwijnt,Werk dat kracht vereischt en 
ver - dwijnt, Op. dat men mijn stemme 


ver - dwijnt, Schuld be-lij - den waar’tbe- 


zon 
zon, eerde zon verdwijnt, - 
4 NEN 


zon Ee 
_ zon 


p 


ver - dwijnt. 'tZijn ‘voor- 
het 
Ik moet 


5, é 
’k Moet 


Kd 


dwijnt. 
ver - dwijnt. 
eer de zon verdwijnt. . 
N | 
BE 


ver - 


== 
SSS 
k*} 
DAS $ 5 
Fb ft 
MAO © © 
mmm 
hk 
888 
das 


À 352 el 


1-3. Eer de zon, 
EA El, 
5 MTS ETE EEE 
8 LEREN 
ME NE OE 
tij? 


& EA > EE A WERA 

f GO 
BEDE 

naasten läst ver- 


sh 


eend 
Ld 
/ 


RET: 
kMoet mij 


NU 
ET 
‚6 ns * 
p-blijden, Voor het recht der zwakken 


_ hooren,zien en zwijgen,tStei-le padderdeugdbe- 


ichten: 


de 

ze B UU 
EED GE ER GE RD 
- z Jl) / 
na-me €-vensp. 
treurend hart ver- 


Î 
2 TH 
dE 3 
ef 
In Get II 
dl 
Ills ze 
Pa 605 
Ilha 
| ee 
er} 
S8 
vi) 
(en) 
Et 


ze - en wil ver - 


Áls’keen 


î 
È 
W 
ï Uk 
Iles À î 
Hiks 
JUP: 
Ö 
td 
EN hl Ies 
DIN Mn2 


zon 


lei-den Eer de 


S 4e HB 
EEE 
EEE Mi 
Nrg ee) 
en! 
mm ei! 
ES me 
Za 
(1 | 
dd 
En 
38 S 
5 B 
Ea 
je) 
A, 


zon ver - - dwijnt. 
— 353 — 


Eer de 


nt 


wij 


- dwijnt, Eer de 
d 


ver - 


Eerde zon verdwijnt?k Maet mijn dag-taak flink ver- 


KE 
5 
es 
ee 
5 
E 
Sn 
Sel 
E 
(> 
ken) 
be 
keb) 
Ke) 
ej 
ge) 


— 354 — 


Hope van Israël.” 
WILLIAM ChAYSON. 


1. Hoop van Is -raël Zì - ons le - ger, 
2. Zie den viij- and sterk ge - le - gerd 
3. Strijd voor Zi - on weg met dwa- ling, 
4. Spoe- dig is de veld-slag o - ver, 


. & 


ê_ 


J-le macht;El - ke slag doet 
En deez’aard van zonden vrij;Voorwaärtsjvoorwaarts! 


uit het,Voorwaarts!‘En destrijd is in Zijn kracht. 
Op! ten strij - de! Brenghen al- len nu ten val! 
er een val-len, Ie -drestapbrengt onsmeerkracht. 

deugd van Zi - on,Schaar u in den strijdren rij! 


Ee 


s 
El 
E 
Ln 
"5 
k=, 
d 
5 
Panl 
ee 
E 
Ez 
u 
amd 
Sd 
Cen 
VW =— 
<ö 
ET 
B 
5 
De 
mu, 
(ee) 
ke) 
en; 


3. ui US! 
Ss ® As PS Ee) 
E ss E'S 

S) 7 | 

an Z ddd 

el Sl ® 
 ® 5 nh 
e Le <D K <>) 
5 Gak 
—ì Ep &b &o 
BER 
| reid 
ie SdH 
© ..D 
5 & EEE 
5 


Uit 
pn 


3 


moe- 


moe -ten 
- moe 


uekracht: 
 s 


ij ont 


lij ont 
Bli 


geeft 

1. Blij ont 
2. B 

3. 


— 356 — 


- dig 


“Zon 
Voor Gods 
Ons ver- 


em 


hart!__ 


ver-eend van 


| 
Ef 
® 
pr 
1 
) 
nT 
| 
© 
es 
va 
k- >} 
ed 
‘ 


- gen Sab- bat - dag! 


Plaat - sen, 
nu neer ge - ze - gen, Voe - len 


ge - la - ten, 
stand __ neemt toe door ’tlee - ren, Ons ge- 


-ken na - 


t 
5 
5 


troon 


pra - ten, 


- men zon 


Zoe - ken 


Laat ons 
Wijl de 


we - gen, 


d 
ks, 
en | 
t 

6 
H 
' 

2 


- der 
-ze zond - ge 
loof —__ doen wij 


ne - 
_ won - 


’twe-reldsche ver-la-ten, Bid-den zin- gen hier. 
wij naar sHe-mels ze-gen, Voor wij huiswaarts gaan. 
waarheid wij ver-eeren En ons'tLicht be - straalt. 


No. 175. 


jes 


A. Broe-ders, komt! de Heiland noodt; Laat ons 
2. Neemt en eet, gij eetZijn brood, Je - zus 
3. Ja, tot in den He-mel klinkt Ons ge- 


Zij-nen dood ver - kon- - den; Komt, ge - 
Chris-tus werd ge - ge- - -ven Voor den 
zang, met blij - de klan- - -ken, Waar, van 


; Komt! door Hem ver - 
dood; Neemt en drinkt, gij 
Alerte za — 1 — 


dood; 


Zij- nen 
in den 


E 
‘il 
1 
5 
fel 
‚5 
1 
® 
&o 
1 
e=) 
jc) 


doopt in 
zon-daar, 


JEE BREN 


2E EE EP OEE ENEN MEEK GX EN BE ENE EEK OUT 7 


ra 


stand. 


-Wig 


-bond houdt eeu 
in den dood, In den bitt’- ren zon-daars- dood. 
van ge - nâ, VanZijn liefd’ op Gol-go - tha. 


Zijn ver 


harten hand; 


— 359 — 


No. 176. 


4 Ea 5 iS 
anar ADEREN WEN GRECE: U DEN PERRE EN LEDE DRT 


Ì ha ons des Hee-ren niet, Aan- 
Je - zuskomt in vuur en vlam Met 
. Wij ho-pen, als Hij komt om-ringd Van 
„Ken nieu-wennaam, be - kend bij Hem, Een 


ee, 
bid - den Hem op - aard; ij lee - rengraag 
der op-rechten loon, Kent men al-om _ 
al Zijnbei-lig heir, Alsd'aardhaarweer- - 


sneeuwwit feestge - waad, Geeft Hij intnieuw 


EN 
A 


_Hi ge-biedt 
heil’- - - gennaam 
boor- - -te zingt, 


- za -lem, 


Te es 

’t geen Hij Bede En wat de ziel is waard, Wij 
ijn heil-gen naam Voor d'Heilgen dier-baar, schoon,Ken: 
e-boor-te zingt, Te dee-lenin die eer, Als 

e-ru-za-lem, Met vreugd rte Geeft 


L\ 


Wij schamen ons des Heeren niet.…* _ 
Jos. J. DAYNES. 8 


d h = 
ISEEN ZOU KEE MN CET U DA) EEN AN DEN GERNGENERS S 


5 
lisse ej 
EN ll 
> E 


CEE MKA ASN OE 
id 


men__al-om Zijn heil-gen naam,Kent men al- 


daard haar weer - ge - boor-te zingt, Als daard haar 
Hij ___ intnieuw Je - ru -za-lem, Geeft Hij 


EE OE Rd 
; / 
lee - rengraag’'tgeen Hij ge-biedt 
EEN 
Ae | Pd a) 
SAP ann en u „ad 
GSE! AP a EN U 


Ki 

Bel 

Hi 

RE): en 


ren graag tgeen 


om Zijn heil_gennaam,Kent men al-om Zijn 
weer - ge - boor-te zingt, Als d'aard haar weer - ge - 


tnieuw Je - ru - za-lem,Geeft Hij ín ’tnieuw. Je- 


ge- biedt, Wij lee 


Hij 


graag tgeen 


e 


de ziel is 


waard. 
eer. 


dee - len in die 


ge-biedt En wat 


Hi 


=l 
kn) 
© 
5 
u 
el 
G>, 
<8 
5 
Eet 
3) 
rd 
=| 
êp 
' 
z 
En 
in, 
al 
5 
pe 
S 
Ei 
ên 
1 
5 
Ee 


boor-te zingt, Te 


ru - za -lem, Met vreugd dienooit ver - gaat. 


861 — 


s. J. DAYNES. 


klad 


ied 


Avondl 


Jo 


1065 


Het 


» 
’ 


- Zit 


keb) 
| 
| 
ei 
8 
ua 
) 
3 
di 
5 
jen) 
Le0) 
ed 
4 
5 


| 
A 
aÔ 
5 
sd 


| 
> 
se) 
p- 

0) 
5 
8 

\ 


treed _—_ ik graag in o- 
vindt mijn hoop, _ mijn za - 


Het 
Met 
In_—_ 


- mer 


dl 
5 
5 |. 
ie JA 
8 
E 
EE 


- mer doe, 


nim - 


Shart-- in 


8 
E 
} 
E 
5 


ê gebracht, 


haar 


Fe 
„4 
+58 
DE Ng 
LES 
B 77 
LE Ee 
> 4 U. 
© Leb] 
He 
ASB 
Aes 
zS 


Ee Ren mijn 

eg Ì 

Ik leap, a Ù 
Van Uwe t 


— 363 — 


No. 178. 


Heer-lijk-schoo-ne din - gen zingt men Vaak van. 
2. Daar ont-vlood men Sa-tan’s mach-ten, Was Gods 
3. Zi-ons to-rensblon-ken hel-der Als de 
4. Als de Hee - re weêrbrengt Zi - on En de 


En 


vips Pere pn 
He-nochs Zi -on - stad Waar het volk, volmaakt ge- 
wet in’thartge-plant;Daar in A -dam-on-di- 
zon aand'he-meltrans; En de god-de-loo-zen 
wachters roe-pen luid, Wor-den wij metHem ver- 


me A \ (d \ e B 

ill da AS | DA EN EEN LN MERE a 
Bl CTH / ANEGRE. MNEKSESGE KEE N )EENE DUE MU OO OMEN OE On 
waa”n je HEE … COEN Bi CERN) OEE DV BEN 0 RENEE EN EEE ET IL 
—— BEC DD DEN VAE JD DEERN T 


worden, ’t Prach-tig oord met od be-trad. Liefde en 
Ahman Lag eens E - den, Zi-onsland. Bui-ten 
beefden Ganschont-zet bij Zi-onsglans, Toen'tge- 


eenigd, Stort Hij groo-ter ze-gen uit. Dan ont- 


v, p) |) ) / Pp 
Se 
) 


fd e 
ra OR EEN WEER A EED CN 
De TAGS ON DN CRN AE DAE … GEE … GEE … OE EEE ED ED 
EG 0 EE ROE ME BEE (2) EA GP CEN 3 AGE EEE VEEN 5 AS) DP EEG (EEN 
TED EI 9 BERN TE BENIN DA AEN AMER) EERE 


deugd,geloof er wijs-heid Heerschten—ga -ven mild ver- 
het bereikvan’tkwa-de, Zochter niemand weelde of 
_ loof en werk volmaakt was, Stipt gediend werd'sHemels 
moéten wij Zijn Eng'leú, Zien wij Go-des aan-ge- 


dd 


en En U EM … me GEN 
EI GE KEEN PAN AG "AE En He KN RE BER WE 
men nn a oe DE GE NEE NN AE 
EED EEE GEE TE B MIEREN VEEN CERES / MEN 


leend; Ie -der min-de oprecht zijn naas-te, Al-len 
eer. Een ge - sta -digfeest van ze-gen Sier-de 
Heer. Eind-liijjk rees de stad ten he-mel, En men 
zE Dan zal d'aar-de zijn als ie den, dee 


hart engeestver-eend, Île - der min-de bored) zijn 

hen met vre-de zeer, Een ge-sta - dig feest van 
riep: Zij is miet meer!Eindlijkrees de stad ten 

. wij tvolmaakte licht, Dan-zald'aar-de zijn als 


VERZ Jen DE 
naas-te, Al-len hart engeestver-eend. _ 
ze-gen Sier-de hen met vre-de zeer. 
he- mel, En menriep: Zij is niet meer! 
E - den, Dan zien wij 'tvol-maakte licht. 


EE 


Sm mm: STE BEET 7 BEET | 
vR? EE 
No. 179. eef 
De lieflijke dag.“ 
Allegretto. j WirLIAM CLAYSON. 


omt,‚laat ons 
Dan wordt ons 


en 


wakker, De da -ge-raad na-dert met stra-lend ge- 
em-pel— Zijn hei- lan-den werkzaam, zoo-veel men ver- 
prijzen De heil-wet-ten Gods,door voorbeel-dig ge- 
le-ven, Ver-hoo-ging en glo-rie emnmachten ge- 


ded ee d 


je z [MH hE 

5 = BIj 

| | ben 

E 5 ij EN) 

gl á TD 

Ez EERS 
sb ll EE 
ei Uk EE — 
a Be ll 
3 = je BN 
en Ee Ì 
8 en 


JÒ 
B 4 
En 


ua 
=| 
El 
0 
5 
d 
dl 
8 
a 


Straks juicht ons hart 
/ 


Lieflijke dag 


vre-de en rust 
PR 
kust tot kust, 


kust; 


EEN, 
EREN 


408 


No.180. 


Kinderen van Zion, houdt moed! ** 


GEO CARELESS. 


B 
| 
5 
e=) 
Rv, 
& 
B 
ot 
B 
ee) 
6 
' 
end 
lr! 


and,maar God doet hem - 
Zijn macht zal God 


vij - 
Zi - on 


1. Kin - dren van 
2. Sterk is_ uw 
- dren van 


3. Kin 


‚Houdt moed,want wel - dra schaadt geen: 


droef -heid 


bui - 


uit - 
te 


ne le - gers 


gen En jaagt zij 


de 


lied zingt lui - 
dd eo 


Haar lof - 


too - nen; 


vij-and u meer. 


Een ster rijst o - ver uw 


een wijden zijd. 


Hun neêr-laag zal van Gods- 


icht! 


and zal 


want uw vij 


Ju- 


land en ter zee! 


24 


— 369 — 


nacht ein-digt 


- nen, Ver - druk-kers ver- 


schoon-heid, De 
oor - deel ge - tui - gen, Ver-geefsch zijn hun 


© 
5 
Fe 
® 
5 
® 
il 
5 
a 


heu - vlen in 


on heeft vreê. 


wa - pens, hun sterk-tein den strijd. 


dra,weestdan blij - de veel-eer. 


gaandan, en Zi 


= on, ont-waakt uit uw 


Zi 


droef -heid; Houdt 


— 320 — 


‚want wel 


5 
ij 
= 
de 
EE 
ri 
pe 
5 
8 
® 
bo 
5 
5 
3) 
ua 
8 
Bei 
a) 


ienigheid** 


Gods Voorz 


_No. 181. 


Jos. J. DAYNES. 


God 


terst wee wordt met 


zijn wordt door 


| 
3 
ft 
5 
S 
B 
® 
Besl 


angst _ en 


klavw_ des 


fel 


= rech-te 


twij 


op 4 


redt ___ ons 


’ 


schijnt, U 
duld Door het 
Hij 


tracht 


uit den 


— 31 — 


nacht ver - 


vrees! de 


[-b) 
"5 
- 

c8 
| 

' 

5 

ed 
5 

[== 
ar: 
| 


le - vens -boot vindt 


5 
B 
1] 
| 
[en] 
ho 
ME) 

î 
5 
> 
® 
=| 


duurd, Dat 
kwaads, De 


Vrind; 


zie - nig - heid be-stuurt. 


is. uw 


pen, 
In Zij -ne lief-deeen an - ker-plaats. 


God hoortuw roe - 


» 


vuld--tWeet dat Voor- 


dwijnt 
nacht 


deen licht. En_ 


Hij zendt van bo - ven lief- 


Als schier on-draag 
En als ons oo 


-lijk is uw leed, Ver - 
Zijn doel door-ziet, Dan 


8 


= 372 — 


id E, Pl a 


zoo het. wach-ten lan-ge duurt;Weet,ook be-proeving 
vol-ging,haat gij vaak verduurt, Dit lot is soms be- 
‚ plijktdit heer-lijk en volmaakt; Het eind,de uitkomst 


heeft ge-wicht, En Gods voor-zie-nig-heid be-stuurt. 
slo-ten-Weet dat Gods voor-zie-nig-heid be-stuurt. 
in'tverschiet Toontdat de Va-der ons be-waakt. 


No.182. de 
aen Rots mijner Toevlucht.” 


ESE 


1.Wijl ie - de-re dag zoo snel he-nen vliedt, Mijn 
4. Zoo moei -te soms komt,met angst en ver-driet, Be - 
3. Tot d'En-gel des lichts mij tot U ont-biedt, En 


ij Ne 


tij, 


smart mijn lot hier ook zij, 


Leb] 
a0 
Dr) 
Leb) 
A=) 
De) 
Leb) 
| 
bef 
par 
Es 
A) 


-boot weg 
op-waarts mijn geest snelt,dank-baar en blij, 


le - vens 
proe-ving en 


zing ik dit lied 


He -mel-sche Va- der, ’kzing U dit lied 


ik dit lied 


zing 


der, 


He -mel-sche Va 


He - mel-sche Va - der, 


— 874 — 


mijner toevlucht en 
zoo sterk 
dd ò 
in werk. 
Poel 


d 


Pe is 


di 


® 
ae 
wd 
3 
oa 
ie) 
ken) 
àl 
5 
=) 
EG 
© 
==) 
ej 
fg 
kb) 
5 
n° 
S 
2 
e 
m 


toev. 
ò 


Rots van mijn 
rust,_— 
maak mij 


De Oproep van Vrijwilligers.” 
GEO CARELESS. 


1. Komt,hoort naar het trom - pet ge-schal, Het 
2. Het zet mijnhart ge - heel in vlam Om 
3. Ziet men ons le- ger in ’tge-lid Hoe 
4. zn les- ger is schrik-wek-kendsterk,tVer- 


d dd 


rof -flen van de trom: De op-roep van vrij- 
een sol-daat te zijn, Yoor vrij-heidstrijd ik 

__mach-tig schijnthet dan. Ge - wa-pendsterk is 
„drijft het heir der hel; Hun wa - pe - nen zijn 


s d d d. dd Sid à 


wil - li - gers ú Zi - on klinktal - , 
moe - dig steeds Tot elk ty-ran ver- dwijn’? 
het, zoo- dat Geen vij- and win-nen kan. 
hun ver-leend Door God Em-ma-nu - êl. 


_ Hun wa - = pens zijn zoo schit - - te - rend, Hun 


Geen laf - - aard zij in ons le-gioen Die 
Wij vol - - gen on - zen Ge - - ne-raal Die 
Des Sa - - tans macht wordt dra ver - plet, Ver - 


Hun wa-pens zijn zoo schit-te- rend, Hun 
Geen laf-aard zij in ons le-gioen Die 
Wij vol- gen on - - zen Ge-ne-raal Die 


Des Sa-tansmacht wordt dra ver- plet, Ver- 


schimmelsscheonen fier! Het moe-dig le - ger 
af- deinst voor het vuur,Maar slechts de man die 
is het Eeu-wig Lam, Zijn ei - genbloed merkt 
nield met groot ver-toon— In vuur’-ge wa-gens 


volgt zijn Vorst, Ge-schaardom Zijn ba - nier. 
dap - perstrijdt, Niet vreest het ster-vens - uur. 
Zijn ge-waad, En Je - zus is Zijn naam. 


rij - zen wij Tot God en Zij- nen troon. 


ee 


No.184. 


) ) 
1. Gaat, gij boodschappers van glo - rie, Snelt, he- 
2. Gaat tot ie- drenstamen na -tie, Elk kli- 
3. Pre-dikt al - len ’‚E-van-ge - lie,Spreidt het 
4.Draagtook vrucht van he -mel-deug-den,Strooit het 


ad 
\ 7 L 
# | en mi _…__ N en 
WERT ED OE BU UE EE ON OTE ON EE MN CRE MEE BREE WENEN IE TATEN CT 
Ld pp RSC LT EN EN EN 


Ld 


y, 
rau - ten van den Heer, Gaat, en meldt Ee 
maat en ie - der land; Brengt der waar-heid 
vreug-dig nieuws in ’trond. Noodt, tot ie - der 
zaad uit o - ver daard. Gaat! Je-ho- va 


schoone waarheid Dat een en- gel Gods kwam neêr, 
pro-cla-ma-tie Zelfstot op het ver- ste strand: 
volk u hoo-re, Jooden Hei-den tot ’tver-bond 
zal u steu-nen, Za-melt scho-ven goed en waard; 


in 


-tig, groot en mach-tig, Met de 
=van-ge - lie, tE - van-ge - lie Wordt in 


Van de waar-heid, van de waar-heid-Zij is 
Tot metJe - zus, tot met Je - zus Gij 


Groot en mach 
*E 


8; 
ge - lie, 


‚ tE-van- 
ge-grond, Van de waar-heid, 


r, Groot en mach ti 
glo - rie heerscht ver-maard, Tot met Je - zus, 


- plant 


ge 


ge wa - re lee 


ve - ler_ hart 
slechtsin__ God 


bi 


eeuw. 


ri 
HES 8 
DON 
Ds & 
& 0E 
PD OD 
& boas 
er 
sRS® 
ESS 9 
See 
Vi 
ES 
So SS 
© > © A0 
a: 
SALE 
> 
DE en 
EERESES 
5 | 
Log 
rene 
Ee 
Dd 
SG DD [<b) 
EE 
Ss So ® 
os 
Bn 
ae) 
zee 
ao” 


— 319 — 


Dag van Rust. 


hoalkaod 


flijke 


Lie 


R. Lowry. 


1. Wees wel - kom schoo - ne 


Sab -bat-dag, 


God den mensch, 


-den dag gaf 
Sab-bat - dag: welk dier-baar woord! 


2. Dien goe 


ss U 
858 

1 > 
BE 
ed VD © 
05 
APN - 
iK 0 
sE, 
he Lj} 
Ee8 
sl Fi 
DES 
GA 
5 45 +2 
338 
B Ii Rei 
SES 
8 8 8 
> > > 
bp OEP 
5 re "5 
voo 
ned en 
anr pr) 
ERR 
PE je 


bin-den mag, 


rust 
rust. 
rust 


ke dag van 


lij- 
=hoord: Lief-lij-ke dag van 


=| 
GS 
> 
ao 
S 
5 
© 
ad 
L| 
lg 
en 
pi 
=d 


Lief - lij 


bi 


hart en wensch 


lied ge 


— 380 — 


u weer, Met 


bui-gen wij Voor” 
een ge-bod, Be -_ 


wij 


ss @ 
EN 
fn 
ss 
ans 5 
[=| 
Dv © 
EE 
| 
DO nd Má 
Ek 
SS 
E95 
ed 
® © 
335 


dat een ie - der 


God,Wiensliefdeons is na-bij Met mil-de gunst en 
steedt hem als verlangd door God;Zoo brengt u steeds een 


dank-bre har-ten tot den Heer. O0, 


hem waar-deer. 


Dien lief-lij-kendag van rust. 


, 
) 


ga -ven vrij, Dien lief-lij-kendag van rusf. 


> 
ua 
len) 
Fi 
je 
> 
LeV) 
así 
lg} 
feb) 
„á 
ers 
ml 
el 
RS 
© 
|) 
® 
© 
Ï 
se 
| 
3 
EE 


el ng 


Des 
. Door Gods knech- 


1 
2. 


xk 
En 
berg Stroomt. 


EVAN STEPHENS. 


zijn: ss 


dag ____ Door 


edagvan rust! 
ijk 


dd 


ige R 


de 


lijk is_ 


ag, lieflijke dag, Lief lijke dag van rust! 


d « 


Ju -da van al- 
ru-za-lem zal 


d 
heer 


"Het duizendjar 


ak 
5 

ch 

ao 

as) 

a, 

® 

ze 

oe 

2 

$ 
8 

EEN 

da! 

om 

a 

eed 


3. Van Zi-on’s heil - gen 


dd 
1. Hoe 

2. Als 

4. Je 


Ne.186 


En Is - raël 
3. Stroomt le - vend 
Des groo-ten 


&. 


£ 


REA et 


nechten voorspeld, Wan-neer in har-mo 


Is - rel nu verstrooid Hun ei -gen land be- 
le - vend wa-ter voort; Ja, zoet is de fon- 
groo-ten Redder'stroon, De roemder aar-de 
ten: voor-speld, Wan-neer in har - - mo - 
Do leen ver-strooid Hun ei - gen land be - 


wa - - = ter voort; dJa,zoet is de fon - 
== ders troon, Deroemder aar 


nie___— Het volk Is - raëls h 
woont Met lichten vreê ge - tooid, 
tein__—_ Van Gods on - midd’-lijk woord 
eens___ Zijn glo-rie en ge - boôn. 


Zi - - - ons berg 
Ze - - - gen uit 
hee - - - ling van 
eens het Kind 
| LERT 
r_n DEEL VON ENNE GE 
Òp Ziìi-onsberg__ Hemzingtter eer En 
Zal ze-gen uit —_ Je- ho-va’shand —_ Hen 
Tot hee-ling van der vol-krental— O0, 
‚ Hem,eenshet Kind __ van Beth-le-hem— Ziet, 
\ Hem zingt ter eer 
Je- ho - - vas hand____ 
der vol- - krental 
van Beth - - le - hem 
LÁ 


met blij ge - schal. 


- na_ tot 


„ua 
=| 
© 

' 
ban! 

AI 

| 
5 
et 
jd 
5) 
=) 
Eg 
an 


toe 


juicht: Ho - san - 
ma - ken 


treedt dan 


Hem. 


- sten die - nen 


7 


No8 


De Overw 


kerd.”* 


inning verze 


ÁÂ.C. SMITH. 


ook de vij -and woe-den zeer, En 


‚ Met 


hij De 
nig in ge -tal 


haar kinds-heid poog-de 


dren wei - 


jar) 
ie 
ua 


1. Moog 
2. Reeds 
3. Als 
4. Wij 


EE 
5 
3 
ok 
Saa. 
© 
© 
am) 
| 
ksb) 
ao 
ua 
ed 
© 
= 
keb] 
a 
1 
eel 
keb} 
> 
ua 


md 
9 
5 
© 
Er 
5 
Ee 
N 


-ken han-gen laag;Weet, hij voert. 


ENE 
ERS 
re 
EE =: 
Bi, 
CG - 
5 Ez 
er, 
DO Op 
hes, 
Kd Na — | 
Sea 
SEEN 
°° % 
î 
ms 
SES 
| 
Zr (4 
Oe 
“> NS 
N= 
SEE v 
KO 
ee bas 
sss 
1 
so 
S58 
=| 
585: 
ON 


Se en i 

© keb} 

SS bop © & 5 
' TPS 
Si! 8 &o 5 

EERS as 
wa 8 

' 588 

RoR | Ë 

A0 5 5 u 

OSS en 

Ss Sr Bn l & 

EES 88 

ASSR Ae 

Te - S388 

O om +2 and 

ZESS Boe ro 

” sds 

Ass sG 

E ie SES 

SEE Ed 

OREB os 

SS® & 
sid ve 

Se REAR 

Kas Te & 

EN ' al ] 

ETS gis 

ze | 


ke Gods. 
be- kwaam 


zich neêr, 


b) 


de wra 
‚Blijft ons geen vrees voor svij - ands macht— 


derf-God is 


hem 


| 
tn aj 
rd 

Ò 
Se 


brij 
ons 
Heer: De vij- and buigt wel-dra 


rots, Ver- 
àm Tot 
kracht 


sa 


25 


— 885 — 


Sa - tan, uw rijk ver - valt, 

En redt ons uit hun macht, 
En ze - ge- is______ be - haald, 
Na - bij is ’tVre- - de - rijk, 


En redt ons uit hun macht. 
En. ze - ge is be _- haald! 
Na - bij is ’tVre: ---de o- amikt 


No.188. 
Ontsteekt uwe Lichten!** 


P. P. Burss. 


1. Gods ge - na - de straalt van bo- ven Hel- der 
2. Me- nig schip wordt heen- ge - dre-ven Naar een 
3. Laat uw lich- ten nooit ver-flau-wen: Me - nig 


ijvergtdat op de | 


; En het oogz 


oekt angstig, 
-ven te be- 


den nood Streeft om d’ha 


lich-tend op ons neêr, Maar 


woes-ten klippen - rand 


EN À 
|| 


p, 
4 


ke) 
S 
cs 
Eel 
re 
R= 
) 
Eu 
ua 
Ss 
en) 
be 
keb) 
eel 
Nn 
4D 
Ë 


5 


e- ven - 


-ten op het 


rei- ken En t'ont ko-men aan 


bid-dend, Naarde lich 


zee, Daar wordt me-nig-een ge - 

N ô 
Oe 
ALE EEEN MER BE EEN 
EEE OE WEN BP TR EE 
EE EEN … EN LEN … CE … OEE CRO 

Vâ pj) Wp, D, y, 


slin-gerd In den storm van zon- 
À N 


_No.189. 


4 EE Dt 

BET er WEN REEN ID ED ERN ME EEN WEN NIE A 

ARAP DP ET BEEREN KTA ED 

BAAS: HI CNE IN MEEL 2 entel 
y bj / y ) wats 


1.Ziet, uw pad wordtschoonen licht, Vreug-de 
2. Tot de ziel die is ver-stoord,Spreektgij 
3. Gij kunt hel-pen klein en groot En ver- 
4.Gij kunt le-ven heel ver-blijd, Zelfs bij 


| wordt al - om ge- sticht, Als de zon schijnt in uw 
| slechts het vriendlijk woord Als de zon schijnt in uw 
lich- ten and- rer nood, Als de zon schijnt in uw 
al dn A strijd, Als de zon schijnt in uw 

N 


P 
EEE AEN AEN EI SEREEN DV EEK EREN NEEN U EEE WD BEE ER LE 
Z 


alde je Wines 


8 55 Ù s y P) . y, ; 
hart. Mist en duister-nis wordt dag, Scha- duw 
hart. Schijnthet u toe als ge - ring,t Brengt toch 


hart. Zoo gij las-ten me-de-draagt, Wordt er 
hart, Daar uw ziel in lief-de groeit Door een 


7 ope 
Ta CE GETRDEN …N…_O 
Lei) TU NEER 
LANZ EEE ENEN EEEN ENEN ONE OE 

É en as EEN EEN 


vliedt voor zijn ge - zag, 
'sHe-mels ze - ge - ning, de 
_ me - nig leed ver jaagd, Want de 
_he- melsch licht, dat gloeit, Zoo de 


schijnt i 
schijnt i 


KREATEL LIZE 
BEREN è 
Zendt haar 


de zonschijnt in uw hart, 


ripe Lems 
ee 3 | 
Als de zonschijnt in uw _ hart, 


@ 


ä: 


|) 
aan de mor- 


uw zorg en 


dwijnt 


n-stond En ver- 


LN eN 


de zon,de zonschijnt in uw ' hart. 


Als 


2 
El 
er: 08 
LE 
me) 

5 5 
E ap 
us 
Lr] 


Ui igegeven door K.0. FE. cell.) 


__No.190. | Ag 
Wij marcheeren naar ons tehuis ** 
5 jg _W. B. BRADBURG. 


) vi 
4. Wij staan intge-lid tot-dat voor-bij is destrijd- 
2.Hoort,de oorlogskreet weergalmt zoo hel-der en luid; 
3. On- ze vij-and is de we- il EN voor 


+ 


“Is on - ze vreugd, ’t Is on - ze vreugd! 
Komt in ’‘tge- lid! __ Komt in ‘’tge - lid! 
Gods Ko- B -rijk, _ Gods Ko- nink- rijk! 


Ger ESD EERE ORM CM EN ROOS RL HS Oran 
Hfan OE KA IEN ES NN AEN ET: GE 
ND sj CE KN _ 

P) / / |) P) DRE En 5e 
Y) D, 


Welk een schoone,schitte-ren-de kroon is be- reid! 
Naar held-haf- ti- ge vrij-wil-li - gers zien wij uit, 
_ Vroo-lijk in dit le-ger zin-gen wij dan dit koor: 


NN Ee 
EREN eN AN 
_e OD ____( 


en 


ie - der held 
‚ zijt niet traag, 
na - bij, 


vlug naar het veld! 
ons 


van 


liest geen oo- gen - blik 
Je - zus, de Leids-man, 


de vic-to - riel 
is 


man roept u _ van-daag, 


- vaar—geen vrees ken-nen wij, 


om den stan-daard van het kruis. 
ten strij - del! 


ë 
3 
Lj 
© 
B 
Ed 
8 
„5 
=) 
&o 
| 
8 
el 
8 
ào 
Ae 
se 
ke 


LJ 
Et 
Ens 


‚ on - ze Hoofd- 
Na - dert ge 


Ver - 


Wel - À win - nen wij 
Haas - tig 
Waar-heid is ’“twa- pen 


Schaart u 
Hoort 


Vecht voor het vaan-del, fier op - gesteld, Tot 
Strijdt voor den Hei-land,dient Hem gestaag,Laat 
Hij vuurtons aan, be-schermt, maakt ons vrij, En 


wij met blijdschap mar-chee-ren naar óns te - huis. 
ons met blijdschap mar-chee-ren naar ons te - huis. 
wij mar-chee- ren met blijd-schap naar ons te - huis. 


BER 

1 ster vol pracht Heeft in en nacht Den 
2. Zij reis-den ver Bij ’tlicht der ster, En 
3. Tot ie-dre taal Is ’tschoonver-haal Van 
4. De he-mel-ster Werpt wijd en ver Haar 


TT 
ht 
Tie d5k 
HI 25e 
hant 
a 58 
: © 
sE 
| li E88 
ett 

Es 
ij FES 
48 \ 
ina ER: 
HIL 858 

Cite E58 
Ì sE 
dj e-M- 
ln SS 

Rn 
48 Le 

ER) 

id 
=> 


iet 
EN 


Gaat door daarmee Tot 


“licht in al- le lan- 


hoo-ger sfeer Werd Go - des naamge 


in een stal, In__ 
nog ge-hoord Het 


- pre- zen: 
doe - ken daar ge - won-den. 


lied datdeng’-len zon- gen: 


ge vree Eensheerschtaanal - le stranden. 


9 


heil 


de) Nd hehe) 


Ho - san-na, ho-san-na, Ho-san-na zij Zijn naam! 


EN 


_No.192. 


Mijn hart zingt Gode lof ”* 
Animato E. STEPHENS. 


1. Mijn nee-drig hart zingt Go - de lof 
2.Prijst gij den Heer, mijn hart voegt zich 
3. Ik vind niet in den mensch mijn steun— 


4.Wijs is de an He KE 0 


Zoo-lang de sterf - lijk - heid hier duurt, 
Zoo gaar-nein zulk__ een heer - lijk werk— 
Vor-sten der aar - de_ gaan tof stof, 

„0 en raëlsGod__ Die schiep'theel- al, 


In de-zen lof ver-flauw ik nooit,Door 
Hier in mijn vleeschen als ik stijg tot 
Hun a-dem sterft, hun macht ver- dwijnt Met 


oe waar ge - luk or in __ dien God, Die 
Abd en 


IS sterk. 
hof’ 


is 
hun 


ten hou- den 


"7 
p 
TSN 
ksb 
ap 
1 
=| 
5: 
c8 


z 
É 
EN 
E 


ter__ 


lief - de__ 


in_—_ Wien 
luis - 


Wa = 
God — 
: B den 


Fe 


van 


zal. 


halal 


| Hoog op der bergen kr 


E. BEESLEY. 


gen kruin, 


der ber 


p 


jz 
E 
' 
sb 
&0 
5 
ke) 
5 


0 


1. Hoog 
2. Want 
3. Zijn 


Daar 
Geen 


weer 


De 


bj] 


bouwd 


he 


huis wordt daar 


p) 


s 


wap-perteen ba- nier, Komt hoort naarde ba- 


-ken had: Door waar-heid tri- om - 
-len zien Zijn heer- lijkheid ont- 


Hij ge-spro 
volk-ren zul 


dn 


se 


ded 


— 396 — 


zuin: De wa - re Je hier. 
feer,. O schoo-ne Zi - ons - stad, 
ee zal tot Zi - on vlien. 


In Zi - ons schoon en vreed - zaam _ 
Uw godd’ - lijk _ licht spreidt gij ten _ 
„Laat ons op - gaan waar Is „+ rels 


5 spreidt gij ten 
In Zi- ons schoon waar ÏÍs- rels 
„Laat ons op-gaan spreidtgij ten 


Ei ed = B 


| en vreed-zaam 
Uw godd’ - lijk licht spreidtgij ten 
Laat ons op - gaan waar Is- rels 


land iriersop den 
toon, Tot heel de 
God, Ons leert Zijn 


berg _is zij ge- plant. 
we- relddient Gods Zoon. 


weten Zijn ge - bod!” 
Pe 


Ied erd lop den 
Tot heel de 
Ons leert Zijn 


erk: Pha 


No.194. | | 
Lof tot den grooten Redder” 


Jos. J. DAYNES. 


1. Hoort, tien-dui- zend, dui - zend stem-men 
2.Schoo- ner, lui- der, hoo- ger rijst nu 
8. Meer ver- he - ven, schoo- ner lie- dren 


Zin -gen een nieuw feest ge-zang; D'aarde met haar 
In ver-ruk-king het ge-zang; On-ge-tel-de 
Zin-gen wij dan tot Zijn lof. Vrij vanal wat 


ve - le volkren Heft het aam, ver-eend, eer-lang: 
_ scha-ren juichen,Vrij van ti-ran- ny en dwang. 
hier nog drukte, Wo-nenwij in ’t he-mel-hof. 


ee pr 


| "5 
Be A Je 
ij SEE EE 
EA e= Ss © 

H OE il 3m. RSS 

mn SES Cet mn Ens 

1 | 1 | SEE 

je | EEE ee © 5 
ON , LR DD © , 
rde Tes Et 

a an 1 1 7 

EN een IN TIP … adrelje 

Er RA SE 5 © 

Ze 228 | gn 
hu Eb Eb bb. Eik Bie ziel 
Ju ER „SE 

keb 

nt Ju SEE 683 

ja OE | 1 1 Û eo 
eh ® © U BO 5 

d ded _A RN 5 aM 
ae On \ 
dq 5 T 5 ER: 
mn ® D-0 Dh É On 
Hij A5 A5 AG Hi | „58 HBO 
Ue SES 9 Sb 

Rm 4e ID 42 _ f BS 
eeen Liane | | en O0 
ee, FeS Eier 
see | OE SES 

Eil SHE W | ES 

SUI SPN 


— 899 — 


den 

En T 
E88 Se 
Ee Bs 
Sd msg 
RS nn 
Ja 2 
î ® © © 
di SAS 
1 VoH 

: > e 
DEE SE: 
oee 

+2 
ben Eek 
ee 5 NN 
SS md SES 
1 ° © àp 
Dn 3 
BE A88 
„es êo eN 
a 2 6 
© se BO oe 
S2 8 o Se 


lenheir. 


No. 195. 


ijn werk. 


en lijn 


EE 
E 
Te 
> 
5 
Ee 
8 

5 


De Heer volbrengt Z 


— 400 —- 


g-nend 


Blijft zee 


J 
sl | 


’ 


chtte sterk 


ie 


‚der boo-zen 


arm 


be —… 


ken. Het 


P 


n werk ver- za 


2 
as) 
2 
=S 
5 

5 

8 
NI 
an 
(eb) 
ken) 

Ei 
keb 

A 


Tr EEEN EN EN EN EE EERE. 7 ETE 
BRLRII EUD C EE EE EEEN Ws” EER ° NR 


s Hoofd, 


looft En nooi 


5 © CE EEE 0 ZENE 7 EE 
Gp 


_ Ber 


MEE" MOEN DY DN 7 EDE ED EE Nl PEET TA 


b 
Ì 
| 
É 
i 
| 


WD Ap EN A REE 
vmma 


ks 


ne-vel- grauw der dwa-li 


De nacht van 


wijkt; 


ling 
el 


-zwijkt, Het Zi- on 


ton-ge- loof be 


— 402 — 


dank-lied hoo 


- 


Ee 
E 
E 
5 


kk 


De Dauw des Hemels 


Jos. J. DAYNES. 


BSE 
ges 
ne 
SER 
() D © 
SH ES 
NN ' 
sien 
TD Sp 
| 
Ee 8 
le) 5 
se 
1 È , 
rein 
ves 
ESS 
et 
a (eb) 
oES® 
SSS 
mA OQ mn 
q ui 
| 
SRS 2 
SS 
ZO 8O 
(rf 
ebk 
SAM 
ei CV 5 


se 


+2 
5 
5 
Ss 
2 
ui 
a 
Len) 
ag 
> 
eb) 
=| 
z4 
eme) 


4. Wil 
d 
af 


Y—. 


- vloed nee 


Op — 
ons — 
in 


daal’ 
- ten 


- dus neer- 


Uw _ be - lof -te aan 


Zend Uw zoe 


— 403 — 


ro rg 0 a 
SES 
D OE 
A Ee | 
o 
ERg 
LN | 
NoE 
8 op 
| 
nes 
S OP 


-dat w’U steeds recht aan - bid - den 


eb ‚2 
08 
EEEN 
Ke GE 
22E N 
LJ 
1 
58e 
dl fd 
Ero EK | 
iel B Me 
SAAS 4 


b) 


heid. 
-… werk 
meer. 


le - ven meng! 


en meer en 
d 


Pl 


- zie - nig - 
lief - de - 


_— Uw 


ver - vull’ 
steeds in ___ ons 


Blij - deU zin - 
ee ad 


Hier 
Zich 


nl 
8 
ed 
5 
ro 
Ez 
keb) 
Ss 
| 
ag 
© 
o 
hazed 


Gedankt zij God! 


r, Laat 


’ 


od 


5 dankt zij 


‚Zijn naamzij dee 


2 
_ B 
feb) 
AS 
e=, 
SE Ell 
je) © 
ES 
e= 1 
SN 
ele 
N= 
ON 
: | 
= 
sss 

ae 1 
lu 

le) 
EE 
Ss 
ie 
5 © 
BEA 

Ee 

SA nd 


— 404 — 


elk Hem jui-chend prij - 
weêr tot ons ge - ko - men. En 
men-schen leer moet zwich - ten! Gods 
Zus-ters! juich’ ons har A 


fe \ 
EEN ERE GEE 
5 Led EE CERN ° SEE 
OO TDL PEAR PLS MEREN OE U EREN 
LEN PEEN EE IT” EAD °° GEEN BEE ENE A 


in lief de op _— ons neêr, Hij 
dit heeft on - ze ziel door- boord, Ons 

„le- vend Woord, den mensch ge - bracht, Zal 

af -zus en Zijn Woord ver - trouwd,Trots 


Ce 


Ì hot her - rij 


in -. ge - no - men. 

eens heel daard ver- lich E ten. 

al: - le moeit’ en - smar 5 te! 
ERR jen 


be a 


— 405 — 


No.198. 
Doe wat recht is! 


1. Doe wat is recht; de dag is aan-brekend, 
2. Doe watis recht; de ke - te - nen breken, 
3. Doe watis recht;wees trouwsteeds en moedig, 


BAS LS IR SR 
Eee: nnn s 
DEN AIM ITT 


Hul-digt een toe-komst vanvrij-heid en licht. 
Geen slaaf - sche vree-ze ver-vultmeerons hart; 


Voorwaarts! spoed voorwaarts,de kroon is in ’tzicht! 
| 


) 

En -g'lendaar-bo- ven zijn zwij- gend acht-gevend 
Sterkdoor de hoop,gaan wij voort naar die streken, 
U - we ver-los - sing die na - dert zeer spoedig, 


ë : 
= ee: Hf 0 # dn 
SES EE UAE SDE A NEN EEE Den 

LAS 0 1 EN DS EE NEE me 


TN dS 85 
Ì He & 

| 
êi sin 
lnhasaate 
e n © 
H SES 


£ 
han-d’ling, 


EA 
EE 
Sn 
CEE 
ke 
Waar wij voor im - mer 


ge-ning wacht u; 


Op el - 


Pike | 

en 

AN 4 

LEDE 
Ze - 


E 
feb) 
ag 
sn 
ee) 
lon! 
ace 
eb) 
á 
S 
SI 
ar 
(eb) 
eb) 
en 
eb) 
ae) 
= 
(<D) 
+2 
E 
eb) 
Len 
n- 
nl 
El 
2 
eb) 
e) 
za 


gij voor vrij 


Strijdt 


- 


r uit naarden mor-gen, 


zie maa 


En in ge- loof 


recht). 


: 


ua 
aan! 
er) 
fas] 
Z 
eb) 
le) 
am} 
| 
3 
E 
E 
(DIE 
u. 
Ln 
sd) 
E 
aa 
keb) 
N 
5 
©, 
5 


is Zion! ** 


ijk 


No. 199. 


Hoe lief! 


Moderato. 
Bas 


H. W. FAIRBANK. 


Solo. 


= 
© 
5 
ml 
5) 
NS . 
LJ 
==) 
© 
Ss 
ae) 
5 
"5 
ae 
> 
Le 
Fi 
le) 
1] 
dan 
NN 


Zi - on, 


Li- on, 


cí 


u 
eed 
sd 
emd 
=d 
| 

Kn 

Leb) 

e) 
He! 
ld 

3 
© 
LA 


bi \m 


Si 
Ch 


woont in _— 


. Vreug - deen vre - de 


409 > 


— in 


woont 


keb) 
e= 
1 
eb) 
B 
5 
jn 
eb) 
eb) 
5 
Ï 
els} 
fam) 
5 
> 


— 410 — 


Es & lt | ;| Is ARL «+ 
EN Heal ee i 3 AL es 
is Ne I dll 
NE 5 5_® 
IN: Ls ik nà Nl 
Ce kb) _N 
ES IND 2 el N ne: ERS a Wij B I 
en ® IN il dann 5 f 5 ni 
Pii IE aj sk HES HE 
5 D 6 ke 
a INS Bk RE Ie | NE sal 
IE RESORT ANNALEN b 
are) B : 
Al Ell Airis Adi zgn = 
Il 5 MEP ST dak Jeen ik Ie | Naus Ò ba i 5 ® Re 
NIE En) in, 2 —ò Ui HE EN EE 5 úi W 5 Je 5 
= ® IS) N 
5 ib BI aL NE: 
E Ee «HEL ed 
se Een Ni, NEEN 
IE hi AIEN hide 
Ee 5 il 
ET 
& an EN « an 
ie Hed Tk 
| EN | ie Es äL NOP A BNL EN 


Zi 


IN 
CS Pan 


zen God! 


on, stad __ van on 


Ne) 


ke) 
dj 
jen 
S 
LJ 
d> 
5 
E 
a =>} 
EE 
5 


Leid mij pelgrim.” 


No.200. 


A. BEIRLY. 


Andante. 


En 
ào 


Leid mij - pel 


— AZ — 


door dit dor - re land; Ik _ 


ben vol-daan; 


Brooddes he- mels, brood des 


ster- ke hand. 


Gij zijt 
En 


he - 


mels, Voed mij tot ik 


— 413 — 


2 Mm ARS M 
7 8: E, : Be 
Sal AEE IN 
keb) 
Sgemnh SIN SE ZAK 
Km fi 
sa NIK E 2 « En 
nl A INAS E 6 en 
Ss © ket ig en U | En a 
a ti 8 8 
1 k ma 2 2 p e 
Ee Hed 
> ss 8 _hD 
zn Shan ien waanh 
5 ef 
EN Ik EAN 
5 ij _ U 2 3 WA. 
eol Hist T 
> Bi ze 
s _® | IE | 
at UN Se 
e= 
5 f 5 2 8 e 
IFE: 
S N ae 
> \ 8 nl ä 
DL NE 


art 
JM 
ji 

Ì | 


) 
en wolkko-lom - me Voorgaan mij zoo snel 


ur 
_ Laat m’Uw 


_ vu 


jà 


wolkkolomme _Voorgaan mij zoo 


vuuren 


— 414 — 


steeds mijn krachten 
aan-zoom na-der, 


ij 


Wees 


ae, 
| 
9 
7) 

5 

keb) 
N= 


snel vermoeid. 


INHOUD. 


Eerste Regels der Liederen. 


A. 


Aanschouw, de groote Redder stierf ...... 
Als de levensstormen woeden. ......... 
Als donker, zwaar, de hemel schijnt. . ..... 
Als geliefden ENA BEROEPEN Ee he ero LO d 
Als gij fouten wilt berispen .......... 
Als het schoone licht der morgen . ....... 
Als ik zwak ben en vermoeid, Heer. ...... 
Als men Jezus’ heil’ge handen. ......... 
BeAls.mijn hart U innig smeekt . …….......… 
Als ons d'Englen welkom heeten ........ 


Besteed uw. tijd. steeds nuttig . ooren zet 
Bees gerust uw WEBEn tes Ione, mann dtat 
Ge amieen wij te zamens ied Sn: enn wvenl 


BEESERAD Op aard! oe vorod var oioen. 


BREN OEEen ERS rr ene el. Haas 
REE AE SCOFLER PE AOR vete elden ald. 
Broeders, komt! de Heiland Roodten gtr ohne 
Bron van Geloof, en Eeuwig Woord ...... 


Daal neego Heer, en-door. geloof 00: on vino 


Daal neer, o Heer, en door geloof ..... . 
Daar boven is een heerlijk oord ....... 


D'aarde met haar bloemenpracht ........ 
Daar ruischt langs de wolken een lieflijke naam . 
Dankt al uw heil aan Jezus’ naam. ....... 


Dat ons hart U mag behooren . ......... 118 
Dat's Heeten: zegen op u daal? 133 
De: Heer is mia lieht ses paer 69 
De morgen daagt, de nacht vliedt heen ...... 2 
Denk niet, als gij opgaat naar Zion ........ 15 
De tijd is zeer kort! oo ge one edoan EN 148 
De zondaar volgt den weg sbs Aint un 46 
Dierbre :kindren, God is:bij-u nn en 116 
Dochter Zions, Wees nu verheugd! . ....... 97 
Doe wat is recht. .... DEAN 198 
E: 
Een engel. kwam. neef: 1 On Orne 105 
Een engel uit den hemel ....... area 
Een Heilge! — Komt die naam mij toe? . .... 123 
Een ster vol pracht. . …… starten nen en 101 
Eere den man, welke sprak met Jehova ...... 65 
Er:is schoonheid in: het;rond: io tie ace 30 
Evenals. de zon. in. luister. Je: o0000 si Ga ee _ 149 
G. 
Gaat, gij boodschappers van glorie . ....... 184 
Gedankt zij God, Zijn naam zij deer ....... 107 
Geef ons plaats om eens te zijn. ...... ARE (ol 
Glorie tot God omhoog, „osn „Aaen 14 
God, hoog in eer en groot van macht ...... 124 
Gods Geest brandt in ’t harte .......... 48 
Gods genade straalt van boven .......... 188 
Gods werk is ons zeer wonderbaar . ....... 40 
Goede Hemelvader, Schepper aller dingen. .... 117 
Groot was de vreugde op ’t Pinksterfeest . .. .. 15 
Gij dwaze. ziel, die: doolt’ „7u rt 17 
Gij, Geest des hemels. … ot en 157 8 
Crij, tof enger det wereld 245. ae en 131 
Gij Ouderlingen Israëls... An ete NE 17 
Gij zijt mijn hoogste goed … wind ea dte O1 
H. 
Fleel de wereld:ligt in ’t-donket 25: Ai 103 


Heere, laat nu Uw Heil'gen Geest. .. ...... 132 


Heere, schenk ons Uwen zegen . . . 
Heer, geef ons Uw genade. .... 
Heerlijkschoone dingen zingt men. . 
Heer, verhoor ons vurig bidden 
Heer, wees nabij, terwijl ik bid. .. 
Heer, wij komen hier tot U. .. .. 
Heiland, als een herder leid mij. . . 
_ Heiland, geef een avondzegen. ... 
Herders hoort, herders hoort! . .. 


CAS PORNO VAE TES 


. . « 


On EN EET A 


se ee ane 


enne WS De htt, 


* . 


a Marr serie Berg te 


OUTE DI Sr PRI ee 


Het brood wordt ons hier toegediend . 


Het nachtfloers wordt zwakker , .. 
Het was een sombre, stille nacht 


Hier ben ik, Heer, om te vervullen . . 


koe neerkijk is de dag . …. .…….. . 
Hoewel beproeving kwellen mag 

Hoe zal ik U naar waarde prijzen . . 
Hoe zeer heb ik, dierbre Heer ... 
Hoog op der bergen kruin RL 
ea eman ISfael 0. 


’k Hoor een stem zoo zacht en teeder 


Hoort! Luistert naar de zachte bries 
Hoort, tienduizend, duizend stemmen 
t Hijgend hert, der jacht ontkomen . 
Hij stierf, de groote Redder stierf 


Peen een Fleiland 
Ik heb werk in overvloed ..... 
Ik ken een land zoo heerlijk .... 
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft 
In duisternis gebonden ligt .. ... 
In ons Zion, ons zoo waard .... 
eb istell God roept.u to. 


J. 
Jehova, Heer van ’t gansch heelal. . 
Jezus is de Goede Herder ..... 
Jezus, mijn Hoofd en Heer. .  .. 
Jezus werd eertijds veracht. .. .. 


Be ACORN ef 


ENE oer Me 0 


. . « 


eN lg OON nie te 


OEE eV ET 


ENEN daneen MEN COMEN | 


CT ORTE DALE OL DD 


- „ . . 


Elen e” vend. | et Die. Wet er 6 


ein iste ie Simke de ve Waris, 


eurie (SHEET mer nier) 


« » . 


aar ed RTE e 


Syp ot Dek en 


. « . 


Kindertjes, bemint den Heere... ..... ad. 
Kindertjes, de Heiland mintu. ......... 
Kindren van de heil’gen Zions ......... 
Kindren van Zion, ontwaakt uit uw droefheid . .. 
Kom, Heilge Geest, daal neder. ........ 

Kom, Heilge Geest, kom nu …. ….. 
Kom, o Gij Vredevorst „oe 


Komt, alle zonen Gods. ........ 


Komt, Heil'gen, komt: Sordo een 

Komt, hoort naar des profeten stem. ...... 
Komt, hoort naar het HORSE RBE 
Komt, kinderen :van:Zion. tte etna 


L. 


Laat de lampen helder lichten. . ........ 
Laat hen, die Heil’gen willen zijn .. ...... 
Laat ons trouw en koen het goede steeds doen . 


Laat ons vriendlijke woorden steeds spreken 
Beidsmij Peletin en ee 


Leid ons, o Gij goede Meester .. ..... 


Leidsman van Isrels heir ........ 


liefelijk ‘Zion, Godesstad Aj. 15 «ont. 

Looft God! o broeders, zijt verblijd ...... 
Loott; looft den Heert. > 
Luisteren Glorie. <4: 5 en Te 


Meester, de stormwinden woeden! ....... 
Moog’ ook de vijand woeden zeer ....... 
t Morgenrood begint te lichten ........ 
Mijn eerst gevoel zij prijs en dank ....... 
Mijn God, de bron van al mijn vreugd ..... 


Mijn needrig hart zingt Gode lof . 
N. 


Nabij is reeds die zaal’ge dag ......... 
Nader, mijn God, tot.-U - ,". soort, nz DOS 
Nader, mijn Heiland, tot U. ....... er, NN 


WE Beke > 


O God, hoor toe, terwijl ik prijs ......... 
O God, verhoor mijn stil gebed. ......... 
O groote Heer, wij bidden nu ........ Ed 
Dn Dergen zoo hoog ‚ven U Bert, 
O Heer, keur goed ons feestgetij . ........ 
EE wi Brengen AU, on ei ee En 


O, hoe lieflijk was de morgen .......... 
O hoe schoon zijn Zions velden .:....... 
BEERS Oij Gever... nanernmeier aon sshnoer met 
Om Jezus’ disch zijn wij geschaard . . ...... 
O, mijn Vader, die daar boven .......... 
O, mijn Vader, die daar boven .......... 


Op! sta op, en omgord u, o Zion ........ 
Benast als een rotssteen in 0 uurs oui ai u 


Orzaalge ure van gebed 5. ove «0 Bries 
O zeg, wat is waarheid? .. ...... Dee onee 
Bren wat is waarheid? Sti cipres le ate ess 


R. 
Rust, rust voor de moede ziel .......... 
Rijs op, mijn ziel, houd stand. .......... 


Sta even stil, o Roodhuid ............ 
BEE voor het recht ie on res 
Stijg’ ons lied nu zoet en teêr. . ....... en 


Te midden van verwarring .. ,........ 
Toen eerst het licht der waarheid kwam . .... 
Triomf! de Heer volbrengt zijn werk . ...... 


u. 
Uw dienst is zoet, mijn God en Heer! ..... LE 


W. 


Vader, Uw kindren verheffen nu ....... 


Verheugt u nu, de nacht vliedt heen 


Verlosser van Isrel, onz’ eenige vreugd .... 
Vlug naar de Zondagschool ;- vas zer vonk 
Voor g’uw woning hebt verlaten . ..... 


ww. 
Waarheid spreekt tot onze zinnen. ..... 
Waar men vriendschapsstemmen hoort. . ... 
Waartoe zijt gij te zaam vereend? . ...... 
Wanneer, o Heiland, zien wij U terug ? 
Wat is het Evangelie? ...... AA REE 
Watis 't-Gebed Pers MAA STP A A 


Wat zag men daar aan den hemel? .. .... 


Weent niet alleen — wij weenen meê . 
Wees gij stil, mijn ziele. . ... 


Wees oprecht in uwen wandel . eld 
Wees welkom, schoone Sabbatdag ..... 


Weet dan, dat elke ziel is vrij. . .. .. 


Weldra zult gij immers komen ........ 


Welk een Vriend is onze Heiland . . 
Welkom, heil’ge Zondag 


Welkom, welkom, Sabbatmorgen ….. is 
Werk, want de nacht komt dalen ....... 


Wie God mint, heeft geen stof . . 


Wie zijn:’t die, in’t wit gekleed nne ad 
Wij danken U, Heer, voor profeten .. ... inte: 


Wij, kindren van Zion, wij hebben veel stof 
Wijl iedere dag zoo snel henenvliedt 


Wijl nu in ’s Heeren kerk op aard’ ..... 


Wij marcheeren voort tot glorie. . .... 


Wik naderen:tot 1 oifleéer: ;. 00E EN 


Wij schamen ons des Heeren niet. 


Wijistaam in % gelidttr Ak. bi LE NR 
Wij wallen zienden tempel oe Oe 
Wij zingen liedren Zions ..... EERE 


Wij zijn werkers, trouwe werkers . 


Z. 


Zegt ons, Heil’gen, waarheen gaat gij ? 
Zie den heil’gen Engel vliegen ... 
Zie, wij zaaien, zaaien daaglijks . . . 
Ziet den heil’gen Engel komen ... 
Ziet den hemeldauw …....... 
Ziet den sterken God verschijnen . . 
Lier hoe de-morgenzon … 1. 
Ziet, uw pad wordt schoon en licht . 
Zingen wij voor ’t scheiden. . . .. 
Zion staat omringd met bergen . .. 
Zijt gij moê en mat gestreden? .. . 


UPB 


En 
Ke 
Be, 
eer 
Te 
IE, 
Ke 
Ae 
NN 
En 


Liederen bijzonder geschikt voor dl 
de Zondagscholen. À 


Als het schoone licht der morgen. .......e. 143 | 
Besteed uw tijd steeds nuttig . .........-. 130 
Blijsontmoeten oe nn 174 | 
Daar ruischt langs de wolken .......... 140 
Dat ons hart U mag behooren .......... 118 
De Heer: is mijn licht, …. ie 69 
Dierbre kindren, God is biju. .......... 116 
Ben ster. vol. pracht … zons 191, 
Er is schoonheid in het rond. ......... ‚ 390) 
God, hoog in eer en groot van macht. ...... 124! 
Goede-hemelvader: sars oe 117 
Heer, verhoor ons vurig bidden ......... 150. 
Herders hoort, herders hoort . . ...-..... 142 
Het nachtfloers wordt zwakker . ......... 179! 
Hoop van Israël, Zions leger ..........… 173} 
Ik heb werk in overvloed. . . . . . +. ee dâ) 
In ons Zion, ons zoo waard …. -...… se 144 
Jezus is-de Goede Herder …… „an 86 
Jezus, mijn Hoofd en Heer , ........... 151, 
Kindertjes, bemint den Heere . ..... RO 109! 
Kindertjes, de Heiland mint u .......... 145! 
Kindren van de heil’gen Zions ....…..… ee. 152. 
Laat ons vriendlijke woorden steeds spreken. . .. 31 
Liefelijk Zion, Godesstad ..........e 134 
Meester, de stormwinden woeden . . .....«.=» 114 
Mijn eerst gevoel zij prijs en dank ....... Re 
Nader, mijn Heiland, tot U . . ......e-.. 167 


O Heer, keur goed ons feestgetij . ....-.=.- 110 


| O Heer, wij brengen nu ....... 
__O, hoe lieflijk was de morgen .... 
__O, hoe schoon zijn Zions velden . 

‚ Stijg ons lied nu zoet en teêr. .... 
Vader, Uw kindren verheffen nu ... 
Voor g’uw woning hebt verlaten . .. 
_ Vlug naar de Zondagschool ..... 
„Waar men vriendschapsstemmen hoort. 


Wees welkom, schoone sabbatdag. . . 
_ Welk een Vriend is onze Heiland . . . 
Welkom, heil’ge Zondag ....... 
Welkom, welkom, Sabbatmorgen .…. 
_ Werk, want de nacht komt dalen . . . 
Bean kindren van Zion …. . …… …v. 
_ Wijl iedere dag zoo snel henenvliedt . 
Wij marcheeren voort tot glorie . .. 
MEN aaa int eelid … 0, oe wi 
Wij willen zien den tempel. ..... 
Wij zijn werkers, trouwe werkers. . . 
BEER BREN 5 ee ie ete 
Ziet, uw pad wordt schoon en licht. . 
Zingen wij voor ’t scheiden. ..... 


- ” e 


* . E is 


END EN ND 


SO tT ef Te! 


Ln LANE Tel ve OGEN 


LN en Wide IR, We Ae 


EWE A 


BR eN sE LOT ee 


RIN ER: 0 RT BG 


OEE BEA RON U ere 


ere PE er ALE LEE 


CAERE RR OAK VADER id 


Gre LE Ter res 


OG EN OO 


kier enden ker we 


eier ROE AS 


eed AE DT en 


tee mtr dE 


a eri eter te 


BR NE AEO Op Ke 


Aanschouw, de groote Redder stiert . 


Als men Jezus’ heil’ge handen. . . 
_ Broeders, komt! de Heiland noodt. 
Dankt al uw heil aan Jezus’ naam. 


Gij, Geest des hemels ...... 


Het brood wordt ons hier toegediend 


_ Het was een sombre, stille nacht 


Hier ben ik, Heer, om te vervullen 
_Hij stierf, de groote Redder stierf . 


_ Jezus werd eertijds veracht . ... 


Kindertjes, de Heiland mint u . 


5 O groote Heer, wij bidden nu 
Om Jezus’ disch zijn wij geschaard; 


Waartoe zijt gij te zaam vereend? . 


* 


>